Analyse: Onverwachte valkuilen bij oplossing voedseltekort

Voedselvoorraad in ChinaDe wereldvoedselvoorraden nemen “onverwacht” en als “nooit tevoren” af. Jacques Diouf, directeur-generaal van de Voedsel en Landbouw Organisatie (FAO) van de Verenigde Naties, kwam dinsdag met deze onheilspellende boodschap. Er zijn al verschillende initiatieven om dit probleem aan te pakken. Onvoorziene spelbrekers brengen een werkelijke oplossing echter nog niet dichterbij.

Diouf zei gisteren dat door de ontstane situatie vooral mensen in ontwikkelingslanden minder makkelijk aan voedsel kunnen komen. Hij beroept zich met zijn uitspraken op de vorige maand verschenen Food Outlook, het halfjaarlijkse rapport van de FAO over de mondiale voedselmarkt. Het rapport laat zien dat de voedselprijzen het afgelopen jaar met ruim 40 procent gestegen zijn. Het jaar daarvoor was dat nog 9 procent. De prijs van tarwe en koolzaad staat momenteel op recordhoogte. Volgens Diouf is die stijging „onacceptabel”. Dit jaar stegen de totale kosten van de import van voedsel door ontwikkelingslanden met 25 procent naar 107 miljard dollar. Tegelijkertijd namen de mondiale voedselvoorraden sterk af. De voorraden tarwe daalden afgelopen jaar bijna 11 procent, het laagste niveau sinds 1980.

Volgens Diouf is de belangrijkste oorzaak van het probleem een samenloop van omstandigheden in zowel de vraag- als de aanbodzijde van voedsel. Voor de aanbodzijde geldt dat deze wordt bedreigd door de opwarming van de aarde. Steeds meer gebieden krijgen te lijden onder extreme droogtes en hevige regenval. Daardoor mislukken veel oogsten. Verder worden landbouwgebieden steeds vaker gebruikt voor biobrandstoffen in plaats van menselijke consumptie. Met een toenemende bevolkingsgroei neemt de druk op de gebieden toe. Klimaatdeskundigen zeggen dat de kwetsbaarheid van de voedselvoorraden alleen maar zal toenemen, naarmate de gevolgen van de klimaatverandering steeds beter merkbaar worden. Ook Diouf zei dat het nu al zo is dat “ongebruikelijke weersomstandigheden”, zoals droogte, overstromingen en storm, voor een productieafname hebben gezorgd in landen als Australië en Oekraïne.

“We zijn bang dat dit de genadeklap is voor de honger in de wereld”, aldus Josette Sheeran, directeur van het Wereldvoedselprogramma van de VN, in een reactie op het nieuws. Volgens haar is de voedselaanvraag in de afgelopen vijf jaar met vijftig procent gestegen. Aan de vraagzijde worden sommige armen “uit de voedselmarkt geprijsd”. Daar komt bij dat het voedsel meestal geleverd wordt per schip. Door de hoge olieprijs zijn de kosten van het scheepverkeer gestegen wat direct invloed heeft op de prijs die arme landen voor het voedsel moeten betalen. Jacques Diouf riep alle landen dan ook op om hun ontwikkelingshulp te heroverwegen. “Met een hoge olieprijs is het weinig zinvol om voedsel te sturen naar arme landen. In plaats daarvan is het nuttiger om lokale boeren te helpen om hun eigen productie te vergroten.” De FAO wil boeren in ontwikkelingslanden vouchers geven die ingewisseld kunnen worden voor zaden en mest.

In Europa bestaat al aangepaste regelgeving wat betreft de hoge voedselprijzen. De Europese Unie besloot onlangs om boeren te subsidiëren als zij tien procent van hun land niet zullen bewerken. Omdat de productiecapaciteit dan zal verlagen, nemen de graanprijzen binnen de EU toe. Om aan de vraag te kunnen voldoen zal er bovendien meer gebruikt moeten worden gemaakt van de voorraden, die daardoor afnemen. Vanaf januari worden bovendien de tarieven op geïmporteerde granen afgeschaft . Dat maakt het voor Europese landen aantrekkelijker om buiten Europa graan te kopen. Dit zal de internationale handel versterken.

Er wordt dus verantwoordelijkheid genomen, maar het blijft zeer de vraag of deze maatregelen het tij kunnen keren. Echte verbetering lijkt namelijk ver weg met de veranderende consumptiegewoonten. Zo zijn meer mensen in de wereld vlees gaan eten. Dit leidt er onder andere toe dat voorraden graan verwerkt worden tot veevoer en niet meer voor menselijke consumptie ingezet kunnen worden. Een gecompliceerder probleem komt om de hoek kijken bij de discussie over duurzaamheid en klimaatverandering. Steeds meer landbouwgebieden worden, vaak met subsidie, bewerkt voor de productie van biobrandstoffen. De gestegen maïsprijzen hebben er in de Verenigde Staten zelfs toe geleid dat boeren hun maïs verkopen voor de verwerking van het gesubsidieerde ethanol. Er zal daarom ongetwijfeld een discussie op gang komen over de vraag of de inspanning om klimaatverandering tegen te gaan zo duur betaald moet worden.

Share Button