Een verloren dag

PaalVanmorgen vroeg vertrokken uit mijn hostel in Tongeren. Het is een klein dorp waar ik na twee dagen wel uitgekeken was. Veel chique boetiekjes voor rijke madammekes en dan ook nog eens ‘solden’, wat zoveel als ‘megauitverkoop’ betekent en een echt begrip is in deze regio. Kortom: op zo’n dag (of op zondag, wat je wilt) kun je over de stijf van het haarlak gespoten haardrachten en bontjassen lopen. Ik heb hier niets meer te zoeken.

Op naar Hasselt, een stad niet ver van Tongeren en met de trein binnen 20 minuten prima te bereiken. Ik ga me hier drie uur vermaken voordat ik opnieuw de trein in moet voor een afspraak die ik later die middag heb voor mijn reportage. De straten van Hasselt zijn nog nat van de vele stortbuien gisteren. En dat is goed te zien want de straten zijn praktisch leeg. Het is kwart over elf, vreemd dat hier nog geen overbepakte hordes mensen door de straten slenteren. Maar mij is het al lang best. Op naar het toeristisch informatiepunt. Door de winkelstraat. Tientallen mensen kom ik tegen die in de etalages loeren. Ze hebben hun zondagse kleding aangetrokken, ze wilden er blijkbaar een echt uitje van maken. Maar de winkels zijn toch echt dicht.

Zelfs het Hasseltse VVV is gesloten. Ook ik ben inmiddels verbaasd geworden en besluit dan maar een brasserie binnen te stappen. Ik bestel een koffie verkeerd en pak mijn boek erbij. Zonder boek zit ik in mijn eentje gewoon niet op mijn gemak in een horecazaak. Ik zit naast de bar waar een echte madam aan haar koffie slurpt. Ze is keurig gekleed, maar haar blik is nors en afwezig. Soms roept ze iets naar de serveerster in een onverstaanbaar dialect, geen taaltje dat past bij het uiterlijk van een madam. De serveerster steekt haar teleurstelling over het dichtblijven van de winkels niet onder stoelen of banken. ‘Ieder jaar hetzelfde gekloot. Hasselt is d’n enigste stad die niet meedoet aan solden op zondag’.

Bij mijn tweede koffie bestel ik een broodje smos (gezond) die ik me wel laat smaken. Twee koppen koffie, een cola light en honderd pagina’s verder loop ik weer rustig terug naar het station.

Ik heb een afspraak met Patrick Witters. Hij is schepen. Ik hoop dat dat woord bij jou net zoveel verbazing oproept als het aanvankelijk bij mij deed, maar het betekent: wethouder. Schepen Cultuur van Beringen wel te verstaan. Hij woont in het gehucht Paal, wat bij Beringen hoort. Ik moet er 20 minuten voor in de trein zitten en 50 minuten in de bus. Schepen Witters is tevens advocaat en houdt kantoor aan de Paalsesteenweg (ik vond dat gewoon een schitterende straatnaam). Ik ben een half uur te vroeg, het is half vier.

Mijn hongerige maag hoopte al op een eetgelegenheid in de buurt. Al was mijn hoop daarop in dit piepkleine dorp niet al te groot. Maar jawel, nog geen honderd meter van de bushalte bevindt zich een Doner en Kebabzaak. Om geen verdere afstand tussen meneer Witters en mijzelf te willen riskeren, kies ik voor een veilige pizza funghi, want die hebben ze ook. En eerlijk is eerlijk, ik heb hier onverwacht de lekkerste pizza sinds tijden gegeten.

Vijf voor vier. Op naar advocatenkantoor Witters, wat hier vlakbij moet zijn. En jawel, ik zie een wit bord buiten staan, zoals je dat verwacht bij een advocatenkantoor. Ik bel aan, maar er doet niemand open. Nog maar eens. En nog maar eens. Ik begin nerveus te worden en bel hem thuis. Geen gehoor. Ik bel hem mobiel. Voicemail. Ik spreek die beleefd maar dringend in.

Na een half uur vind ik het welletjes, die wordt een heilloze missie. Verward besluit ik om dan maar terug te gaan naar de bushalte. Hoe kan dit nu? Ik had de afspraak telefonisch gemaakt en zelfs dubbel gecheckt? Er is nu niets meer aan te doen, ik moet een andere oplossing zoeken. Het geld is op en de tijd is op…Na vier dagen pak ikde bus en trein terug naar Nederland….Wees niet bezorgd, ik heb een heel mooi eerste deel van de reportage…en voor het gesprek met Witters vind ik wel een oplossing. Maar heel stevig balen is het wel.

Share Button

2 comments

Reacties zijn gesloten.