Syrische Burgeroorlog krijgt internationaal karakter

ANALYSE

door steven musch

AMSTERDAM – Door de aanvallen van Israel op Damascus, heeft de burgeroorlog in Syrië zich uitgebreid tot buiten de grenzen van het land. Een grootschalig internationaal conflict lijkt onafwendbaar.

Tot nu toe bleef de oorlog in Syrië beperkt tot binnen de  Syrische grenzen. Weliswaar kwamen er in 2012 een aantal raketten op Turks grondgebied terecht, maar dat bleken incidenten te zijn. Inmiddels is er als gevolg van de burgeroorlog in Syrië een groot aantal slachtoffers gevallen en zijn er meer dan een miljoen mensen op de vlucht geslagen. Toch gaat het volgens de internationale gemeenschap nog altijd om een interne Syrische aangelegenheid.

Een militaire interventie laat dan ook al bijna twee jaar op zich wachten. Vooral Rusland en China houden dit tegen. Maar ook de VS en andere Westerse landen zijn terughoudend. Waarschijnlijk omdat het eerdere ingrijpen in Irak en daarna Libië geen succes bleek te zijn.

Echter, Israel voerde afgelopen zondag een reeks bombardementen uit op militaire doelwitten vlakbij het presidentieel paleis van Bashar Al-Assad. Vermoedelijk om te voorkomen dat er geavanceerde (chemische) wapens in handen van de militante sjiitische beweging Hezbollah zouden vallen. Daardoor heeft de Syrische Burgeroorlog voor het eerst een duidelijk internationaal karakter gekregen.

Volgens The New York Times van maandag, waarin omwonenden werden geciteerd, resulteerden de bombardementen in “de grootste explosies die de inwoners van de stad gedurende twee jaar burgeroorlog hadden gezien”. De Jerusalem Post citeerde een ‘hooggeplaatste Syrische militaire bron’, die beweerde dat Israel “verarmd uranium” zou hebben gebruikt. Dat is niet bevestigd, maar dat zou wel de omvang van de explosies kunnen verklaren.

Het Syrische Observatorium voor de Mensrechten heeft inmiddels laten weten dat er “minstens 42 soldaten zijn gedood door de aanvallen en dat er nog eens honderd mensen vermist zijn.”

De regering van Bashar al-Assad liet kort na de Israëlische aanvallen weten dat zij dit ziet als een ‘oorlogsverklaring’. Een militaire reactie van Syrië is echter onwaarschijnlijk, omdat Assad verwikkeld is in een binnenlandse strijd tegen de opstandelingen, die zich in 2011, gedurende de Arabische Lente, tegen hem keerden.

Iran en Rusland, die beiden wapens leveren aan het regime van Al-Assad, reageerden woedend op de aanvallen van Israel. Saeed Jalili, hoofd van de Iraanse Nationale Veiligheidsdienst, zei dat Israel de aanvallen zal gaan ‘betreuren’.

Daarnaast beschuldigt het regime van Assad Israel ervan dat zij met de luchtaanvallen de Syrische opstandelingen proberen te steunen. Enerzijds lijkt dat onwaarschijnlijk. Israel heeft er namelijk geen enkele baat bij als de Islamitische beweging Al-Nusra in Syrië aan de macht komt, wat niet onwaarschijnlijk is. Deze beweging is immers nooit terughoudend geweest over het feit dat zij vóór de vernietiging van de Joodse staat zijn.

Dat geldt overigens ook voor andere Islamitische bewegingen, zoals de Moslimbroederschap, die tijdens de Arabische Lente in omliggende landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten aan de macht zijn gekomen. Voor Israel is de Arabische Lente eerder een Islamitische Winter.

Anderzijds is het toch ook goed mogelijk dat Israel met de aanvallen van deze week een militaire interventie van het Westen in Syrië probeerde uit te lokken. Ondanks dat zij daarmee (indirect) de opstandelingen zouden steunen. Al maanden vreest Israel (en het Westen; met name de VS) namelijk dat Syrië geavanceerde wapens zal leveren aan Hezbollah.

Deze militante sjiitische beweging bevindt zich in het zuiden van Libanon en in Syrië. Hezbollah is goed bewapend, maar delfde in 2006 het onderspit tijdens een 34-dagen durende oorlog met Israël. De vrees is echter dat Hezbollah chemische wapens tot zijn beschikking krijgt. Zowel al-Assad als Iran, beiden bondgenoten van Hezbollah, beschikken over dit soort wapens. Hezbollah-leider Hassan Nasrallah beweerde donderdag dat Hezbollah deze geavanceerde wapens al van Syrië krijgt.

Als dat zo is, dan zal Israel hier zo goed als zeker opnieuw op reageren met een militaire aanval, met het gevaar dat ook Libanon en Iran betrokken raken bij het conflict. Maar wát Israel ook doet, niets is goed. De afweging lijkt nu vooral te zijn: wie is het gevaarlijkst? Is Hezbollah de grote vijand of moet Israel vooral bang zijn dat de islamitische Al-Nusra beweging aan de macht komt in Syrië? Omdat andere, weliswaar gematigdere, Islamitische regimes, die door de Arabische Lente aan de macht zijn gekomen, zoals in Libië en Egypte, zich momenteel mild opstellen tegenover Israel, lijkt Al-Nusra voorlopig de meest veilige keuze.

De grote vraag blijft wat de VS gaan doen. Maandag lieten zij weten begrip te hebben voor Israëlische aanvallen, maar verder reageerden de VS erg terughoudend. Anders dan onder president Busch, wil Obama namelijk niet de rol van ‘wereldpolitiemacht’ op zich nemen. Als echter de komende tijd blijkt dat Hezbollah werkelijk beschikt over geavanceerde (chemische) wapens, dan zullen ook de VS vermoedelijk militair gaan ingrijpen in Syrië. De oorlog tegen het terrorisme heeft immers nog altijd prioriteit.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.