Het kan niemand ontgaan zijn dat ‘crossmedia’ het toverwoord is van deze Binnenland-redactie. Het draait om een samenwerking, kruisbestuiving van radio, tv, print en internet. De media moeten gaan samenwerken, elkaar aanvullen en versterken. En even, héél even leek die term simpel in te vullen.
Het eerste crossmediale experiment staat inmiddels helemaal online. Ramen zemen voor een schoner milieu was een pracht van een onderwerp. Er waren protesterende milieudefensie-leden in witte pakken, verbaasde bewoners en een wethouder die veel, heel veel beterschap beloofde. Drie partijen. Stuur daar drie media op af, en de verdeling is duidelijk. Dat was immers de bedoeling van de crossmediale aanpak.
Het resultaat is hier te zien. Crossmediaal, snel, nieuw, hip, blits en gers. Halleluja! Maar ook journalistiek verantwoord?
Driewerf neen.
Achteraf bleek dat bij deze aanpak het altijd belangrijke ‘hoor en wederhoor’ niet goed kon worden toegepast. Natuurlijk leveren het radio-, tv-item en het geschreven artikel een volledig beeld. Maar wie leest, luistert en bekijkt alledrie? Luisteraars van RouletteFM hebben donderdagavond het radio-item gehoord. De kans dat zij naar dit weblog zijn gekomen, zoals door de presentatrice werd aangeraden, is heel klein. Het gevolg is dat de luisteraars slechts de visie van Wethouder Weger hebben meegekregen: “De gemeente is hard aan het werk, het komt allemaal goed, go back to bed Utrecht.”
Maar milieudefensie dacht daar heel anders over. En de bewoners hadden ook zo hun verhalen. Maar geen van beide partijen zijn naar voren gekomen in het radio-item. En zo vertelden het tv-item en het geschreven stuk op hun beurt óók maar een derde van het verhaal. En daarmee ‘zaag je aan de stoelpoten van de journalistiek’ zoals Rick van der Burg in de vroege vrijdagochtend terecht opmerkte.
Het liep uit op één van de meest interessante en volgens mij ook belangrijke discussies van deze redactie. Want wat moesten we nou eigenlijk wél met dat hele crossmediale gedoe? Er moest duidelijk in elk item een volledig verhaal verteld worden. Maar als je in drie items exact hetzelfde vertelt, dan is het ook zonde van de moeite. Geen lezer, kijker of luisteraar zit daar op te wachten. De verschillende media moeten dus uitgaan van hun eigen kracht, maar welke zijn dat? Welk medium verslaat wat? Wie gaat waar dieper op in? Hoe praat je elkaar na, maar overlap je elkaar ook niet teveel? Waar vinden we de balans?
De vraag hoe de verschillende media dan wèl gebruikt moesten worden blijft vooralsnog grotendeels onbeantwoord. Nog zes weken…
Overigens is het bij bovenstaande vraag interessant om even driekwart jaar terug in de tijd te gaan, naar het Crossmedia Journalism Congress op de SvJ. De Nieuwe Reporter heeft er nog een uitgebreid verslag van. En na afloop van het congres werd er nog even over gediscussieerd in de comments bij Jaap ‘Berry’ Stronks (Hier ook al gesignaleerd).
Het blijft een lastig verhaal. Ik denk dat elk item apart, een rond item moet zijn. Daarnaast moet ook elk item iets hebben wat het andere item of stuk niet heeft ( invalshoek, extra info etc). Ook vind ik dat je bij het produceren van een crossmediale productie optimaal gebruik moet maken van de voordelen die het medium bied, de snelheid van radio, een bericht maken voor internet met links naar veel achtergrond etc…
Misschien moeten de voordelen van elk medium globaal opgeschreven worden, zodat dat de leidraad wordt voor het maken van een crossmediale productie.
Daarnaast vond ik het toverwoord vanochtend Crosscollegiaal. (Een aanzet om ook buitenlandse journalisten in spé aan’t woord laten?! {crossing borders})
@ Sander: Zomaar even een willekeurig voorbeeld. De warme truiendag van de NOS.
Eén onderwerp, drie media, drie items. Redelijk complete verhalen (alhoewel het tv-item daar weinig ruimte voor laat), maar andere invalshoeken en bronnen. Over de plaatsingstijd is weinig terug te vinden, maar ik ga er van uit dat eerst de tekst online kwam, daarna de audio gevolgd door de video.
Is dit crossmediale journalistiek zoals het hoort?
@Dennis, ik denk dat dit wel een mooi voorbeeld is van goede crossmedia journalistiek. Maar of het zo is als het hoort…dat weet ik niet
Inderdaad, crossmediaal werken is een lastige opgave. Enerzijds maak je gelaagde verhalen, anderzijds is elk verhaal binnen een gebruikt medium. Je moet als team heel goed weten, welk verhaal naar welk medium gaat. Ik vond het TV verhaal eigenlijk een radiorepo, het artikel was te lief en het radioitem ook. Op het eind van de radio-repo …net of iemand van het trapleder valt…maar dan is het afgelopen.
Bij TV had ik wel willen zien (een van de karakteristieken van TV) wat er nou zo vies is in die straat; vinger over het raamkozijn, zeem die na bewassing alleen maar zwart water bevat etc. Wat je ook voor elk medium gaat maken, er moet altijd per verhaal een hoor en wederhoor zitten. Het trio wordt dus gedwongen goed af te stemmen. En dat is een van de voordelen van de callsheets. Met name het artikel biedt mogelijkheden voor verdieping, zoals graphics, vieze straten kaart Nederland …. we gaan het er nog vaak over hebben. Als jullie het crossmedia recept vinden, dan zijn jullie binnenkort allemaal schatrijk; iets dat ik jullie gun!
Ha! Goed dat dat crossmediadenken ook in de praktijk flink genuanceerd wordt. En leuk dat ik gelinkt word; zie ter aanvulling dit artikel, een bewerking van de lezing die ik hield tijdens het congres op de HU.
Het is inderdaad een misvatting dat een ‘verhaal’ verteld kan worden met complementaire verhalen, verschillende delen die, indien gelijktijdig of achtereenvolgens geconsumeerd, één geheel vormen. Elk medium schept zijn eigen culturele omgeving. Een audiobestand onder een weblogartikel is wat anders dan een audiobestand dat afzonderlijk via de radio wordt uitgezonden, is ook wat anders dan een audiobestand dat als podcast is bedoeld.
Elk medium moet dus inderdaad zijn eigen afgeronde verhaal krijgen. Dan is vervolgens de vraag of je als journalist al die verschillende media moet kunnen bedienen. Waarom maken NOS-televisieteams niet ook radio? Deels doen ze dat misschien wel, maar deels zijn het eigen specialismen met een eigen werkritme, werkwijze andere werkwijze en verschillende vereiste vaardigheden en opleiding. Waarom zou een weblogger ook moeten kunnen podcasten of video’s maken of andersom, wanneer de eindproducten door verschillende publieken in verschillende omstandigheden worden geconsumeerd?
Feit is dat het antwoord op bovenstaande vragen vooral moet worden gezocht in de sfeer van beoogde kostenbesparing op redactieniveau, denk aan de Volkskrant, waar ze journalisten voor krant en website willen laten schrijven en liefst ook video’s laten maken of monteren. Aanname hierachter is weer dat journalistiek mediumonafhankelijk zou zijn, terwijl het juist ook mede een product is van de mediacontext.
Ik zou dan ook niet te dogmatisch met crossmediaal werken omgaan. Focus ook niet te zeer op techniek (audio, tekst, video) maar op de gebruikersomgeving, de mediacontext. Verzin die desnoods (doe alsof je een drukbezochte studentenweblog hebt). Gebruik de mediacontext niet alleen als eindpunt (wat moet ik met het verhaal doen zodat het op televisie / op een website / in een krant past?), maar ook als beginpunt van het journalistieke werkproces. Nieuws is niet leidend, de relatie met je publiek en de omgeving waarin deze gestalte krijgt is leidend.
Succes ermee, ik houd jullie in de gaten! (Ik gaf afgelopen najaar les op de HU, New Media Lab, vandaar)
Mooie producties hier al, en lekker veel reacties. Maar de vraag of iets crossmediaal ‘in orde’ zou zijn of niet (Sander?), is volgens mij nog niet helemaal op zijn plaats. Wij moeten uitvinden hoe we met de verschillende media omgaan, daar is nog geen stramien of formule voor. De opmerkingen van Jaap Stronks vind ik heel zinnig, de mediacontext is geen doel op zich. Het is nu aan ons (en alle geinteresseerde verhalenvertellers), of je nu op je zolderkamer weblogt of netwerk-repo’s voor televisie maakt, om een goede manier te vinden. Vertel verhalen met alle middelen die je hebt, maak het de gebruiker gemakkelijk, en zorg dat die terugkomt. Naar je krant, je programma op radio of televisie, je weblog of je website. Het is aan ons het crossmediale veld te verkennen en in te vullen. Wij zijn niet de eerste, maar ook zeker niet de laatste. Crossmediaal is een term die snel ouderwets gaat worden, we weten straks niet beter.
@Jaap en Edme.
Dus jullie zeggen dat we gewoon per onderwerp moeten kijken welke media er het best voor gebruikt kunnen worden?
Kortom: Crossmediale journalistiek is niet persé alle verschillende media inzetten om één onderwerp te verslaan. Maar wel de beschikking hebben over verschillende media, en de mogelijkheid hebben het meest geschikte medium te kiezen voor een nieuwsitem.
Interessant. Dat verandert de zaak, wat mij betreft.
@Dennis: dat is precies wat ik bedoel. Zodra we weten welke mogelijkheden we hebben, kunnen we per onderwerp bepalen welke media daar het beste bij passen. Dat is er misschien soms maar één, maar vaker zullen dat er meerdere zijn. De eerste weken van onze Redactie Binnenland hebben ons handvatten gegeven om de specifieke eigenschappen van de verschillende media beter te benutten. En zodra we weten wat we kunnen doen, kunnen we bepalen hoe we ons verhaal aan het publiek aanbieden. Het kan volgens mij niet de bedoeling zijn om krampachtig te proberen alles geschikt te maken voor alle media. Het gaat om de inhoud, en wij bepalen de beste vorm.