Wonen in de kleuren van de nu populaire zeemanboxershorts. Van dat vieze doffe geel. Kun je het je voorstellen? Ik heb het mij geprobeerd voor te stellen. Dat ik dan in zo’n huis zou wonen met van die vies gele halfronde panelen. Ik moest erom lachen. Het boeit toch eigenlijk niet hoe je huis er van buiten uitziet. Hoe vaak kijk jij naar je eigen huis vanaf de buitenkant? We hebben niet eens de tijd ons huis een blik te gunnen. Vaak staan we voor dag en dauw naast ons bed om om negen uur sharp op het werk te zijn. Heb jij op je weg erheen je nog even snel omgedraaid om je huis te bekijken? En kom je ’s avonds weer thuis zie je toch geen zak. Kortom, of je huis nu groen, geel, paars of bruin is, wat maakt het uit?

Niet heel veel zou je zeggen. Maar op de, voor mij, meest mislukte plek in Utrecht zag ik mijzelf niet wonen. Reed ik op mijn fietsje vanaf de Amsterdamsestraatweg onder het spoor de Daalsetunnel door naar de Vleutenseweg, dan rezen de monsters op. Smakeloos, met afstekende oranje op geel, noem ik de woningen in mijn rechter ooghoek. Jaren zeventig, tachtig? Ik heb ooit gehoord dat dit stukje Utrecht het ‘Verdomhoekje’ wordt genoemd. Ooit gebouwd omdat er maar iets gebouwd moest worden op deze voorheen lege plek. Was van tevoren dan al bedacht dat dit het Verdomhoekje moest heten? Omdat verdomhoekjes toch alle klappen krijgen, werd deze dan gebouwd al met het idee klappen te incasseren?

Google ik ‘Verdomhoekje Utrecht’, krijg ik tien pagina’s lang enkel pagina’s over problemen in de wijk. Een gijzeling, een alcoholverbod, problemen met jongeren. Typ ik ‘geschiedenis Verdomhoekje Utrecht’ krijg ik tien pagina’s met de geschiedenis van alle klappen in het verdomhoekje en een verdwaalde Wiki-pagina met maarliefst twee regels aan tekst. Maar wie en waarom ooit in welk jaar bedacht heeft deze krengen een leven te geven, ik kom het niet te weten.
Daarom wil ik mensen via dit bericht oproepen, weet jij wat meer?, laat het mij weten.

Iets wat ik toch wel graag wil weten sinds ik in één van deze huizen woon. Zo vaak kijk ik toch niet naar mijn huis. Sterker nog, het heeft wel iets om in een zo’n lelijk ding te wonen. Super handig als referentiepunt. Ken je die lelijke gele huizen? Daar woon ik.