Servische jongeren Marko & Tomi willen bij Europa

Servische jongeren Marko & Tomi willen bij Europa

NOVI SAD – ‘Je hebt geen idee hoe frustrerend het is om in de rij voor de ambassade te moeten staan voor een visum om een vriend binnen de EU te kunnen bezoeken, en dan te worden afgewezen omdat “je financiële situatie niet voldoet”.’ De Serviër Tomi Takac wordt er moe van. Hij is vierentwintig en student geneeskunde. ‘Hoe kan je dan verdomme ooit een eigen huis en een toereikend inkomen hebben?’

De frustratie van Tomi staat niet op zichzelf. Veel Servische jongeren willen graag dezelfde mogelijkheden en kansen hebben als jongeren in West-Europa. Ze hopen dat het eventuele lidmaatschap van de EU hier verandering in zal brengen.

Toch ziet Tomi Servië voorlopig nog geen lid worden van de EU, simpelweg omdat het  geen voordelen oplevert voor grote machtige landen in Europa. ‘Aan de andere kant denk ik ook dat Servië pas lid kan worden als de burgers het zelf willen.’

Hij ziet het als de rol van jongeren om inwoners van de EU en oudere Serviërs er van te overtuigen met een open geest naar Europa te kijken. ‘En dan ooit, als er een gevoel van wederzijdse afhankelijkheid is, kan het er van komen.’

Tomi is bang dat Servië in een internationaal isolement terecht zal komen als ze geen lid kan worden van de EU. ‘Gelukkig hebben we het Exit festival nog [Zie kader], dat stelt ons in staat om in contact te blijven met jongeren uit de rest van de wereld.’

Hij vindt het onredelijk dat Nederland als eis stelt dat eerst generaal Mladic uitgeleverd moet worden aan het Joegoslavië-tribunaal voordat er over toetreding gepraat kan worden: ‘ik ben daar de dupe van maar ik kan er niets aan doen’.

Volgens Tomi zitten er veel voordelen aan lid worden van de EU.  Zo verwacht hij meer persoonlijke vrijheid. Ook kan er dan vrije handel gedreven worden, wat goed is voor de Servische economie. ‘Al zullen we wel moeite hebben met alle regels, daar zijn we helemaal niet aan gewend’, lacht hij.

Onze ontmoeting vindt plaats op het terras van het café van zijn vriend Marko Kojic (28). Hij vraagt hij of we het bezwaarlijk vinden als hij aanschuift.

Marko heeft zijn café ‘Bunker Hill’ vier maanden geleden kunnen openen door 25.000 euro van familie en vrienden te lenen. De banken in Servië vragen enorme woekerrentes: ‘Je moet al een extra hypotheek op je huis nemen om geld te lenen voor een tandenborstel. Nou ja, dat is misschien overdreven, maar voor een elektrische tandenborstel in ieder geval.’

Ook Marko ziet de voordelen van Europa, reizen en vrijhandelsverdragen zijn volgens hem de belangrijkste. Sinds de jaren 90’ zijn er veel dingen in positieve zin veranderd. ‘Alles is nu te koop, dat was tien jaar geleden wel anders. Maar als je kijkt naar de financiële sector zie je dat we hopeloos achter lopen.’

Het is opmerkelijk dat  Marko en Tomi amper tien jaar na de oorlogen op de Balkan zo Europees gezind zijn. Ze hebben beiden geen gevechten bewust meegemaakt maar zijn wel opgegroeid in een klimaat van nationalisme. De jongens spreken liever niet over de geschiedenis, maar desgevraagd willen ze er toch iets over kwijt.

‘Ik heb één beeld in mijn hoofd uit 1989 van het moment dat de problemen begonnen’, zegt Tomi. ‘Mijn ouders gingen bidden, de dag voordat er verkiezingen waren. Tijdens die verkiezingen kon er gekozen worden tussen de nationalist Milošević en de gematigde Panic. Jammer genoeg heeft Milošević gewonnen.’

Het was de eerste keer dat Tomi, ondanks zijn jonge leeftijd angst voelde omtrent een politieke situatie. Oudere mannen werden gemobiliseerd voor het leger. ‘Ik was echt bang mijn vader te verliezen.’

Tijdens de drie Balkan oorlogen in de jaren negentig was het crisis. Brood en melk waren nauwelijks verkrijgbaar en elektriciteit was er bijna nooit. Als de jongens naar school gingen droegen ze een dikke jas omdat de verwarming het niet deed. ‘Maar toch voelde ik me niet verdrietig, je raakte er aan gewend’, zegt Tomi.

In 1999 bombardeerde de NAVO onder andere energiecentrales en bruggen om president Milošević onder druk te zetten. Dit was voor Tomi gek genoeg de mooiste tijd: ‘Je wist wat de militaire doelen waren en de risico’s die daar bij hoorden. Ik ging veel skateboarden, en keek dan een beetje naar de vliegtuigen en explosies.’

Dat de oorlogen ook nare kanten hebben gehad, wordt duidelijk als Tomi vertelt over een bom die insloeg in de buurt van het weekendhuis van zijn ouders: ‘Wat ik toen gezien heb houd ik liever voor mezelf. Daar kan en wil ik niet over praten, maar vergeten zal ik het nooit’. Hij is even stil en kijkt naar zijn glas op tafel.

Marko doorbreekt de stilte: ‘Wat Milošević gedaan heeft was verschrikkelijk, en wij hebben dat laten gebeuren. We zijn ook de enigen die daarvoor verantwoordelijk zijn.’ Hij neemt een slok van zijn appelsap. ‘Je moet je wel realiseren hoe dat gegaan is: Er werd propaganda gebruikt om haat uit te dragen, er was sprake van een zeer selectieve berichtgeving’.

Nu is Boris Tadić president in Servië. Hij wil graag lid worden van de EU. Maar ook Marko ziet het voorlopig niet gebeuren. ‘Je ziet nu weer dat de oppositie, die behoorlijk primitief is, de zaak vertraagt. Ze organiseren rellen die me aan de jaren negentig doen denken. Weliswaar zijn de rellen kleiner en minder hevig dan vroeger. Maar er is nog steeds een groep mensen die niet tegen vooruitgang kan. Dat verontrust me’.

‘Nog een spritzer en een wodka voor mijn vriend?’, roept Tomi lachend: ‘Je hoort het: We feesten dus veel. Tussen het werken en studeren door.’ Ze hopen beide vurig dat ze ooit lid kunnen worden van de EU. Marko verwacht dat het er over tien of vijftien jaar wel van zal komen. ‘Als de tijd er rijp voor is komen we bij je op bezoek.’