Wettelijk collegegeld neemt jaarlijks toe, waar gaat dit geld heen?

Bron: Shutterstock

Het nieuwe schooljaar is weer van start en dat betekent dat ook het collegegeld weer geint wordt. Jaarlijks stijgen wettelijke collegegelden, maar hoe komt dat nou eigenlijk? Neemt het aantal studenten af? Dalen de subsidies? Wat is de reden dat wij, arme studenten, steeds meer gaan betalen? Wij doken in de cijfers!

Elke student is ermee bekend; collegegeld. Of je het nu in termijnen of in één keer betaald, het is een duur geintje. Nu is het niet zo dat wij de hoogste prijs ter wereld betalen. Het Nederlands wettelijk collegegeld ligt bijvoorbeeld veel lager dan de bedragen die in de VS neergelegd moeten worden. Toch heeft ook de Nederlandse student over het algemeen een niet al te volle portemonnee en dus is elke bespaarde euro mooi meegenomen.

Helaas is het wettelijk collegegeld de afgelopen jaren enkel gestegen. Waar het collegegeld in studiejaar 2015/2016 nog €1.951 per student kostte, betalen studenten voor studiejaar 2020/2021 al €2.143, een stijging van bijna 10%.

Wanneer wij deze stijging vergelijken met het aantal ingeschreven studenten, zit hier geen duidelijk antwoord op de vraag waarom de kosten stijgen. Het aantal inschrijvingen zag een stijging tot aan studiejaar 2017/2018. Sindsdien melden steeds minder studenten zich aan voor een voltijd HBO-bachelor.

Dan volgt de vraag; ontvangen hogescholen minder geld van de overheid? Opnieuw lijkt dit niet het geval. De overheidsuitgaven aan alle vormen van onderwijs zijn de laatste jaren enkel gestegen. Geen directe reden tot verhoging van collegegeld dus.

De grootste vraag die wij stellen bij deze resultaten is toch wel; waar gaat al dit geld heen? Met name tijdens de coronacrisis volgt iedereen les vanuit huis, alle faciliteiten waar studenten normaliter gebruik van mogen maken staan stil. Kost een samenwerking met Microsoft Teams nu zoveel geld dat studenten meer moeten gaan betalen? Uit de beschikbare cijfers is geen conclusie te halen. De komende jaren zal blijken of deze stijging voortzet en wat dit betekent voor de Nederlandse student.

Het gaat helemaal “Ok” met Nederland

Vele landen hebben moeite om na het corona-virus (covid-19 voor de azijnpissers onder ons) hun hoofd boven water te houden, echter gaat het helemaal “ok” met Nederland. Als meest brave jongetje van de klas wordt er weer eens van ons en Duitsland verwacht heel Europa mee te slepen op ons succes, want samen staan we sterker heh jongens?



Als we kijken naar de werkloosheidscijfers in Europa kunnen we vaststellen dat de werkloosheid in ons prachtige landje niet heel erg heeft geleden onder het corona-virus. Ook is ons BBP(Bruto Binnenlands Product) niet zo hard gedaald als de rest van de landen in Europa.
Waar Spanje en Italie te maken hebben met een Economische crisis-ception (als in inception: droom in een droom), lijkt het erop dat Nederland de klap prima weet op te vangen.





Zoals te zien is in de volgende grafiek kampt de EU met een gemiddelde werkloosheid van 6,7%.
Als je kijkt naar het procentuele aantal werklozen in Nederland kun je zien dat wij het vergeleken met de rest van Europa vrij ok doen. Natuurlijk doen we het niet zo goed als de gouden eeuw (het koloniale verleden waar Mark Rutte graag weer naartoe wil), maar we doen het tenminste niet zo slecht als onze geliefde mediterrane buren overburen.

Dus probeer deze prinsjesdag eens in plaats van somber naar de troonrede te luisteren eens te denken “Het gaat tenminste niet zo slecht als in Spanje”.

Royalty’s en geld: het blijft een dingetje

Prinsjesdag is een dag vol ceremoniële poespas. Van het koffertje en de gouden koets tot de balkonscène en natuurlijk de hoedjes. Toch draait het maar om een ding: keiharde pegels. Voor deze feestelijke editie van ons datablog hebben we daarom besloten om de financiën van ons eigen koningshuis onder de loep te nemen.

Er is altijd veel gestoei geweest over wat nou de exacte kosten zijn van onze royals. De officiële begroting voor het koningshuis bedraagt nu 44,4 miljoen euro. Daar zijn de beveiligingskosten niet bij opgeteld. Daarnaast zijn er ook andere begrotingen die in relatie staan met het koningshuis, maar die niet bij het officiële budget horen. Zo vallen de kosten van staatsbezoeken bijvoorbeeld onder het ministerie van buitenlandse zaken. Het is dus een lastig verhaal. Waar gaat al het geld dan naar toe? En kunnen we een poging wagen om erachter te komen wat de werkelijke kosten zijn? Als we de officiële begroting van 44,4 miljoen erbij pakken dan ziet de verdeling er zo uit:

Het overgrote merendeel gaat zoals je kunt zien naar het personeel en het een na grootste deel naar materieeldienst. Daaronder vallen bijvoorbeeld de luchtvaartuigen en het fauna beheer. Dan heb je natuurlijk nog de koninklijke uitkeringen. Die bedragen in totaal zo’n 8,5 miljoen euro. Daarvan krijgt onze Willem het grootste deel, namelijk 5,5 miljoen euro. Als laatste heb je de doorbelaste uitgaven. Een moeilijk te doorgronden begrip, maar het omvat de kosten voor het Kabinet van de Koning, het Militair Huis en de Rijksvoorlichtingsdienst.

Maar dat is natuurlijk nog niet alles. Wat niet opgenomen is in de begroting van de koning zijn de structurele uitgaven. Die vallen onder de rijksbegroting en die zien er zo uit:

De structurele uitgaven bedragen maarliefst 18 miljoen. Daarvan gaat bijna alles naar de koninklijke paleizen en overige huisvesting. 2 miljoen gaat naar staatsbezoeken en een kleine 87,000 euro naar het schip de Groene Draeck. Alles bij elkaar opgeteld zitten we dus op 62.4 miljoen euro. Zijn we er dan achter gekomen hoeveel het koningshuis kost? Nee. Helaas wordt er geen informatie verstrekt over de kosten van de beveiliging, aldus de begroting. Missie: gefaald.

Intransparante kosten voor alle koningshuizen

Gelukkig zijn wij niet het enige land waarvan de werkelijke kosten onbekend zijn. Toen wij wilden onderzoeken hoe duur andere Europese monarchieën zijn, liepen we structureel tegen hetzelfde probleem aan: de werkelijke kosten zijn niet te achterhalen. Hoogleraar openbare financiën Herman Matthijs, doet elke jaar onderzoek naar de kosten van Europese koningshuizen en hij stelt dat veel geldstromen simpelweg niet te traceren zijn. Privé bezittingen worden bijvoorbeeld nauwelijks bekend gemaakt, de kosten voor beveiliging wordt niet openbaar gemaakt en de een betaald belasting en de ander niet. Kortom, een nachtmerrie voor iedereen die er onderzoek naar wilt doen. 

Houdt dat ons tegen om alsnog een grafiekje te maken? Nee.

Dit zijn de officiële kosten van Europese monarchieën op basis van de begroting. Zoals je kan zien staat Nederland op de derde plaats en Spanje staat helemaal onderaan met een schamele 7,7 miljoen euro. Noorwegen heeft het duurste koningshuis, zeker als je bedenkt dat Noorwegen maar 5 miljoen inwoners heeft. Hier moet wel bij gezegd worden dat het Noorse koningshuis volgens Herman Matthijs dan ook erg transparant is. Hij schat ook in dat de werkelijke kosten van de Spaanse monarchie een stuk hoger ligt.

Wat vind het volk van hun eigen royals?

Wij vroegen ons af of er een correlatie is tussen het prijskaartje van een monarchie en het goedkeuringspercentage van de bevolking. Deze lijkt er niet te zijn zoals je hieronder kunt zien. Alle gegevens zijn verzameld uit verschillende opiniepeilingen.

De Spaanse vorsten, die op papier de goedkoopste zijn, komen er in de opiniepeiling niet goed vanaf. De Nederlandse koning zit daarentegen met een goedkeuringspercentage van 7,3% nog stevig in het zadel. Het ziet er dus naar uit dat Willem ook de komende jaren de troonrede nog mag voorlezen.

In welke gemeente woon je het duurst en waar juist het voordeligst?

Al jaren horen we in het nieuws dat de prijzen voor een huis als maar stijgen, maar hoe verhouden de prijzen zich tot elkaar tussen gemeenten? En hoe was dit bijvoorbeeld voor de eeuwwisseling? 

In dit artikel kijken we naar de verhouding tussen de verschillende gemeenten behorend tot de hoofdsteden van de provincies. Dat Amsterdam, de hoofdstad van Nederland, in huizenprijs met kop en schouders boven de rest uitsteekt zal voor niemand een verassing zijn. Dit was niet altijd zo, in 1995 zien we zelfs dat de gemiddelde prijs voor een huis in de gemeente ’s-Hertogenbosch het hoogst ligt. Andere hardlopers voor de hoogste prijs zijn de gemeenten: Haarlem (Noord-Holland), Utrecht (Utrecht) en ’s-Gravenhage (Zuid-Holland). Waarbij de actuele gemiddelde prijs voor een huis ruim boven de drie ton (€300.000) ligt. 

Buiten de randstad zijn de prijzen wat schappelijker, in de gemeente Leeuwaarden kun je het goedkoopst een huis scoren. Binnen overige gemeenten is een vraagprijs van onder de drie ton veel voorkomend. Hieruit is te concluderen dat de huizenprijzen buiten de randstand nog altijd het meest betaalbaar zijn.

Auteurs Juul Nelissen, Florian de Vries 

Zorgt pandemie voor het einde van de horeca-economie?

In verband met COVID-19 willen we een kijkje nemen naar de financiële gevolgen die de horeca heeft moeten voorduren. Welke coronamaatregelen bleken fataal en welke horecabranche is er doormiddel van creatieve werkgelegenheid goed vanaf gekomen? Zo zijn veel restaurants zijn bijvoorbeeld overgegaan op aan huis bezorgen, maar niet voor elke horecabranche was er alternatieve werkgelegenheid. Hotels kampte met lege kamers en cafés stuurde mensen noodgewongen naar huis. Hieronder een korte analyse over restaurant- en café-omzetpercentages van het afgelopen jaren. Ook worden hierbij de toekomstverwachtingen van horecaondernemers onder de loep genomen.

Alhoewel er eerst financiële steun is geweest vanuit de regering, moesten alle horeca gelenheden in de zomer het weer op eigen houtje doen. In de grafiek is te zien dat er een flinke omzet daling is geweest bij beide branches. Eveneens is er in de visualisatie te zien dat cafés zwaarder zijn getroffen dan de restaurants.

Opvallend is dat de omzetontwikkeling van de cafés al kelderde vóór de pandemie. In tegenstelling tot restaurants die na een dipje in begin 2019 weer aan het opkrabbelen waren. In de omzetontwikkeling was een grote tegenslag te zien voor alle horecabranches. Al voordat de pandemie de branche in zijn greep had waren de negatieve omzetpercentages al te zien. In het eerste kwartaal van 2020 was er een omzet-tegenslag van -9.9% in de gehele horeca. Cafés werden hard getroffen met een achteruitgang van -14.7%. Laten we het maar niet hebben over het tweede kwartaal van 2020 zoals is aangegeven in de grafiek was dit een diepe domper voor alle horecagelegenheden.

Hoewel de omzetcijfers van Q3 2020 nog niet binnen zijn valt al wel op dat er een aanzienlijk verschil is in de toekomstverwachting van de horecaondernemers. Waar de omzetsverwachting normaal omhoog springt voor het terrasseizoen, is voor de zomer van 2020 een verdere daling te zien. Toch is af te lezen dat het aantal positief gestemde ondernemers op dit moment voor het eerst sinds Q3 2019 groter is dan het aantal negatief gestemde ondernemers.

Wanneer we hierop inzoomen is te zien dat de stemming in slechts twee maanden tijd enorm is veranderd. Vanaf het moment dat de coronamaatregelen ingingen was de reactie overweldigend pessimistisch.  

In de maand juli keken de meeste horecaondernemers weer positiever naar de toekomst. Dat deze positieve reactie werd afgegeven in juli is ook niet geheel onverwacht. Dit is namelijk de maand nadat dat de horecabranche zijn deuren voor het eerst weer opende (op 1 juno).

Bronnen: CBS – Horeca; omzetontwikkeling, KVK – Conjunctuurenquête Nederland

Prinsjesdag vanuit het oogpunt van ons koopgedrag.

Met Prinsjesdag om de hoek is iedereen benieuwd naar de cijfers van de komende jaren maar ook de huidige cijfers, enkele cijfers van de afgelopen periode hebben wij onder een loop genomen. Omdat het Covid-19 virus nog steeds om zich heen slaat zijn wij op basis van gegevens van Afterpay en het CBS het aankoopgedrag met de Consumenten Prijzen Index gaan vergelijken.

De meest opvallende cijfers die bij Afterpay naar voren kwamen zijn verwerkt in een grafiek, hier is het aankoopgedrag van voor en tijdens de coronacrisis te zien in combinatie met de stijging of daling van de prijzen.

Bronnen: 
CBS. (2020, 8 september). CBS Statline. Geraadpleegd op 15 september 2020, van https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/83131NED/table
Bron: CBS. (2020, 8 september). CBS Statline. Geraadpleegd op 15 september 2020, van https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/83131NED/table

Zo zien we dat ondanks dat er veel thuisgewerkt wordt en lessen digitaal zijn er toch veel meer geld uitgegeven wordt aan kleding. Ook is te zien hoe zwaar de culturele branche geraakt wordt door naar het aankoopgedrag van tickets te kijken, deze zijn tijdens de grootste dip 88% minder gekocht.

Wat ook opvalt is dat er steeds meer mensen een poging in de keuken wagen, er worden in juni maar liefst 59% meer keuken artikelen gekocht.

De meeste prijzen schommelen wel een beetje maar niks schommelt zo hard als de vervoersprijzen. De vervoersbranche heeft een harde klap gekregen en wilt dit graag goed maken, in het begin ging dit moeizaam maar gelukkig zijn we een stijgende lijn richting juli.

Hoe veel gin-tonics moet jij elk weekend drinken om je huur te kunnen betalen?

Stel je voor dat je je maandelijkse huur zou kunnen betalen door lekker elk weekend wat gin-tonics naar achteren te gooien? Als je de keuze zou hebben tussen geld betalen of zoveel gin-tonics drinken dat je lever na een jaar op een uitgedroogde rozijn lijkt, wat zou jij dan doen?  

Het is geen nieuws dat de gemiddelde huurprijzen in Nederland blijven stijgen en eigenlijk veel te duur zijn geworden. Als student zijnde moet je tegenwoordig een goede bijbaan hebben of aankloppen bij ome DUO om het allemaal maar te kunnen betalen. 

Kamernet heeft onderzoek gedaan naar de gemiddelde kamerprijzen in verschillende studentensteden. Op nummer 1 staat natuurlijk Amsterdam. Utrecht scoort plek nummer 3 in de ranglijst. Zoek je gezelligheid, maar wil je niet te veel huur betalen? Dan kun je het best op zoek gaan naar een kamer in Tilburg.  

Amsterdam, Rotterdam en Utrecht staan aan de top van duurste studentensteden om te wonen. Als we dit uitdrukken in gin-tonics (gemiddeld €10 per glas) krijg je deze uitkomst: 

 Amsterdam Rotterdam Utrecht 
Gem. Huurprijs/maand € 611,96 € 515,56 € 475,12 
Aantal gin-tonics/maand 61 52 48 
Aantal liter gin-tonic/maand 12,2 L 10,4 L 9,6 L 
Bron: Kamernet

In de volgende interactieve infographic zie je de top 10 studentensteden uitgelicht. Per studentenstad kun je zien wat de gemiddelde vierkante meterprijs is en hoeveel Gin-Tonics je daar eigenlijk per maand voor kunt drinken. 

We kunnen wel concluderen dat wanneer je in Amsterdam woont, je lever het zwaar te verduren krijgt. Je zou dan ongeveer 15 Gin-Tonics per week moeten drinken, dat is dus aardig tanken. Wanneer je in Tilburg woont, kom je het er beste (of misschien het slechtste) vanaf. Hier hoef je maar 9 Gin-Tonics per week weg te tikken. Waar gaat jouw voorkeur naar uit?   

Auteurs: Annoëlle van Hoof & Joyce van Grinsven

Bronnen: Kamernet & In de buurt

Inkomensongelijkheid tussen mannen en vrouwen in Europa

Inkomensongelijkheid tussen mannen en vrouwen is een onderwerp dat al lange tijd ter sprake is. Het komt veel voor dat mannen meer verdienen dan vrouwen, terwijl zij dezelfde functie hebben. Hoe is dit in Nederland? En is dit in de rest van Europa ook te zien?

Volgens cijfers van het CBS lijkt het inderdaad het geval te zijn. In bovenstaande grafiek is te zien dat vrouwen inderdaad minder inkomen hebben dan mannen. Vrouwen verdienen gemiddeld €29.200 per jaar, terwijl mannen in een jaar gemiddeld €47.400 verdienen. Hierbij gaat het over het gemiddeld persoonlijk inkomen. Deze bestaat uit het persoonlijk bruto-inkomen, verminderd met premies inkomensverzekeringen.

Uit cijfers van het ‘Our World in Data’ kunnen we de inkomensverschillen zien van Europa. Deze zijn te zien in bovenstaande kaart. Als we naar Europa gaan kijken kunnen we zien dat niet alleen in Nederland een verschil te zien in inkomens tussen mannen en vrouwen. Nederland heeft een gemiddelde van 16,07% verschil in inkomen tussen man en vrouw. Het land met het grootste verschil in inkomen is Estland met een verschil van wel 28,16%. Italië heeft het minst grote verschil en staat onderaan met maar 6,12%.

Om erachter te komen of deze ongelijkheid in lonen te koppelen is aan de welvaart van de desbetreffende landen, is het BBP in miljoenen toegevoegd. Het BBP is de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten gedurende een bepaalde periode. Veeg met de muis over de verschillende landen om de cijfers in te zien. Wanneer we de verschillende landen onder de loep nemen is vrij snel waar te nemen dat er weinig verband is tussen de rijkdom in een land en het procentuele verschil in lonen tussen mannen en vrouwen. Zo zijn de procentuele verschillen het grootst in Estland, Duitsland, Tsjechië en Oostenrijk, terwijl deze landen erg uit elkaar liggen wat betreft het BBP.

Bron: CBS, CBS, Our World in Data

Simone Helgers, Lars de Nijs Bik

Wat zijn de goedkoopste en duurste gemeenten van Nederland?

Waar is het goedkoop wonen? Waar is het relatief duur wonen? In de periode van 2015 tot 2020 zie je vaak dezelfde gemeenten tegenkomen in de top 10 goedkoopste en duurste gemeenten van Nederland. Hier en daar zijn wat stijgingen en dalingen te zien, maar een ding is zeker: hoe dichter bij de hoofdstad, hoe duurder de prijs van een woning.

Als eerste kijken we naar de top tien goedkoopste gemeenten van Nederland. In 2015 en 2016 stond de gemeente Pekela bovenaan de lijst, maar de laatste vier jaren heeft Delfzijl haar overtroffen. Als je goedkoop wil wonen, moet je naar het Groningse Delfzijl. Een gemiddelde woning kost daar 155 duizend euro. Pekela staat nog wel steeds op de tweede plek en ook deze gemeente ligt in Groningen. Wat opvalt is dat vrijwel alle gemeenten die daarop volgen allemaal in Groningen of Limburg liggen (met een uitzondering van de gemeente Den helder in Noord-Holland). 

Daarnaast kijken we naar de tien duurste gemeenten van Nederland. Al jaren staat Bloemendaal bovenaan de lijst met een gemiddelde verkoopprijs van 831 duizend euro voor een woning. Heb je een monumentale boerderij met zo’n 8000 vierkante meter inclusief een flink stuk grond in Delfzijl, dan kun je daar in Bloemendaal slechts een appartement met 100 vierkante meter zonder tuin voor krijgen. Wat Bloemendaal zo duur maakt komt volgens makelaars door de nabijheid van het strand en de hoofdstad van Nederland, Amsterdam. Vind je Bloemendaal toch wat duur, dan kun je ook gaan voor de ietwat goedkopere omliggende gemeenten, zoals Blaricum, Laren of Wassenaar. Feit blijft wel dat je daar nog steeds gemiddeld tussen de 711 en 775 duizend voor een woning zult moeten neerleggen.

Het advies geldt dan ook: wil je goedkoop wonen? Ga dan naar het hoge noorden of verre zuiden van Nederland.

Auteurs
Mei-li Witsenboer en Thessa de Bree


Bronnelijst
Voor deze analyse is gebruik gemaakt van data van het CBS, academie.nl, quotenet en rtlnieuws . Voor het opstellen van de visualisatie is gebruikgemaakt van de LocalFocus software.  

  1. https://www.quotenet.nl/nieuws/a128185/wie-in-bloemendaal-wil-wonen-moet-bloeden-nergens-zijn-de-huizen-zo-duur-128185/
  2. https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5019031/koophuizen-prijs-flat-boerderij-zelfde-geld-delfzijl-bloemendaal
  3. https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83625NED/table?ts=1599642618608
  4. https://www.academica.nl/artikelen/goedkoopste-gemeenten-van-nederland-om-te-wonen-in-2020-scoor-een-koopje-in
  5. https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83625NED/table?ts=1599642618608 
  6. https://www.academica.nl/artikelen/duurste-gemeenten-van-nederland-in-2020-dit-kost-een-huis-in

Gaat het met Afrika beter dan met Nederland?

Aanstaande dinsdag is het weer de zover, de 3e dinsdag van september. Dit betekent traditiegetrouw dat de miljoenennota wordt gepresenteerd aan het volk. Maar hoe gaat het met onze economie ten opzichte van andere landen? 

Het Sub-Sahara-Afrika zijn 44 landen ten zuiden van de Sahara. In de grafiek is duidelijk zichtbaar dat het bruto binnenlands product (BBP) van Nederland tot 2005 redelijk gelijk is in vergelijking met Sub-Sahara-Afrika. Na 2005 neemt het BBP van Sub-Sahara-Afrika enorm toe, met een piek in 2014. De BBP was toen ruim twee keer zo hoog als die van Nederland volgens ‘The World Bank’. 

Ontwikkelingshulp 
Een van de redenen dat Sub-Sahara Afrika met de jaren rijker wordt, ligt vooral aan het ontvangen van ontwikkelingshulp. Volgens de cijfers van ‘The World Bank’ loopt het aantal ontvangen geld redelijk gelijk met de stijging van het BBP van Sub-Sahara Afrika. In 2002 werd er rond de 16 miljard euro aan ontwikkelingshulp naar Sub-Sahara Afrika gestuurd, waar dit in 2018 zelfs 42 miljard bedroeg. 

Per inwoner 
Sub-Sahara-Afrika heeft in totaal 1107 miljoen inwoners. Het bruto nationaal inkomen (BNI) wordt per inwoner berekend. Het BNI van Nederland ten opzichte van Sub-Sahara-Afrika is duidelijk een stuk hoger. Dit komt door het grote verschil in aantal inwoners. Het BNI is een maat voor de welvaart van een land of streek.  

We kunnen dus concluderen dat het in Nederland vele malen beter gaat dan in meerdere landen in Afrika. Ook al hebben we nu te maken met een behoorlijke tegenslag. Qua economie staan we er nog steeds goed voor.  

Auteurs: Jochem Bosboom en Demi Spaargaren