BBP-groei in Europa

Afgelopen week was het weer zover: Prinsjesdag! Niet alleen de gouden koets staat centraal op deze dag, maar vooral de miljoenennota trekt de aandacht van heel Nederland. In de nota worden de inkomsten en uitgaven van het Rijk in kaart gebracht. En volgens de nota gaat het goed met de Nederlander: de koopkracht stijgt met 2,1%. Maar hoe gaat het met de Nederlandse economie?

Om dit in kaart te brengen hebben we de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) van de Europese Unie, inclusief Nederland, in kaart gebracht. Vanaf 2008 hebben veel landen, waaronder Nederland, het moeilijk gehad en daalde het BBP telkens ten opzichte van het vorige jaar door de economische crisis. In Nederland bleef het BBP jaarlijks dalen tot 2014, toen was de eerste voorzichtige groei zichtbaar. Vanaf dat moment gaat het alleen maar harder: elk jaar nam de groei van het BBP toe. Het BBP van Nederland steeg ten opzichte van 2008 harder dan dat van landen als Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

De conclusie: het gaat goed met de Nederlands economie. Als zowel de koopkracht als het BBP stijgen, is te stellen dat de Nederlandse economie stappen maakt. Daarnaast neemt ook elk jaar de groei van het BBP toe, ook dit is een goed teken: het einde van de groei is nog niet in zicht.

Inkomsten van provincies 16 procent lager dan in 2015

Om in kaart te brengen hoe het met de Nederlandse economie gaat, zijn wij ons gaan verdiepen in de lasten en baten van verschillende provincies. Op deze manier konden wij in kaart brengen of de inkomsten en uitgaven een groot verschil laten zien per provincie in de afgelopen vier jaar.

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat de lasten van alle provincies samen in de jaren 2016-2019 zijn teruggelopen met 11 procent. De baten liepen in deze periode nog iets sterker terug, namelijk met 16 procent. Een aantal opvallende punten in onze grafiek zijn dat in Drenthe en Flevoland zowel de lasten als baten opliepen en in Gelderland de uitgaven afnamen met 36,7 procent.

De conclusie die wij op basis van deze grafiek kunnen trekken is dat het minder goed gaat met de Nederlandse economie dan vier jaar geleden. De inkomsten van de meerderheid van de provincies zijn flink teruggelopen ten opzichte van 2015. Ook laten de inkomsten bij 8 van de 12 provincies een hogere afname zien dan de uitgaven.

Nederlandse economie op de zesde plek in Europa

Geschreven door Menno Noltes en Niels Masson

Hoe gaat het met de Nederlandse economie? Dat is de vraag die we onszelf deze week hebben gesteld. Om daarachter te komen hebben we de koopkracht bruto binnenlands product (BBP) per persoon in Nederland vergeleken met dat van andere Europese landen. Op deze manier valt er te peilen hoe welvarend de gemiddelde Nederlander is ten opzichte van zijn of haar mede Europeanen.

Uit de statistieken van Eurostat blijkt dat Nederland op de zesde positie van Europa staat met €39.900. Daarmee houdt het grote Europese landen als Duitsland, het Verenigd Konikrijk en Frankrijk onder zich. Het land dat onder aan de lijst is terug te vinden is Albanië met een koopkracht in BBP per persoon dat €9.400 bedraagt. Dit is dus aanzienlijk lager dan dat van Nederland. Verder is het opvallend dat het land boven aan de lijst, Luxemburg, een koopkracht in BBP per persoon heeft dat bijna tweemaal zo hoog is als dat van Nederland. Luxemburg wordt namelijk geïndexeerd op €78.500.

Om terug te komen op de vraag “hoe gaat het met de Nederlandse economie?” kunnen we naar onze mening stellen dat het in Nederland ten opzichte van andere Europese landen prima gaat. Met een zesde plaats op de ranglijst laten we mening Europeaan onder ons. Daarentegen moet wel in ogenschouw genomen worden dat de koopkracht BBP per persoon niet alles zegt over de economie van een land.

Het gaat beter met de rijksbegroting, maar wat merken we daar zelf van?

Ongeveer tien jaar na de crisis gaat het goed met Nederland, de Nederlander bouwt haar vermogen weer langzaam op en de inkomensongelijkheden verminderen.

Zoals we op Prinsjesdag van de koning hebben gehoord, staat de begroting er goed voor. Ook gaat iedereen erop vooruit: sommigen meer dan anderen. We zochten hoe groot de vermogensongelijkheid in Nederland is.

Volgens het CBS daalt de vermogensongelijkheid sinds 2015, daarvoor nam de ongelijkheid juist toe. De ongelijkheid van vermogens wordt weergegeven met de gini-coëfficiënt. Als dit 0 is, zijn alle huishoudens gelijk.

Het viel het CBS op dat waar het vermogen hoog is, de ongelijkheid lager is. In onderstaande grafiek zie je het gemiddelde vermogen van een huishouden. Als voorbeeld noemt het CBS Ameland. Ameland heeft een hoog gemiddeld particulier vermogen (283.000 euro), en de  gini-coëfficiënt (0,63) is laag.

Door: Anne de Vries en Tamo van Lochem

De Nederlandse economie doet het goed, maar profiteert iedereen hiervan?

Het gaat goed met de Nederlandse economie. In het tweede kwartaal van 2018 is de economie met 0,5% gestegen, waarmee de trend wordt doorgetrokken. Ook is er meer werkgelegenheid en heeft men gemiddeld meer te besteden. Ondanks deze goede berichten over de Nederlandse economie stellen wij onszelf de volgende vraag: profiteert iedereen in Nederland van deze economische groei?

Het antwoord op deze vraag luidt simpelweg nee. Hoewel het grootste deel van de provincies vooruitgang boekt geldt dit niet voor Groningen. In het afgelopen jaar is de economie daar met 0,8% gekrompen. Het krimpen van de economie in Groningen is echter logisch te verklaren, de gaskraan wordt dichtgedraaid. Ook de provincies Friesland en Drenthe worden hierdoor geraakt. In onderstaande grafiek kunt u de economische stijging per provincie per jaar zien. In deze grafiek kunt u duidelijk terugzien wanneer de gaskraan werd dichtgedraaid.

Auteurs: Wouter van Eden & Sem Schaap

Bronnen: https://www.nu.nl/economie/4645299/economie-provincie-groningen-krimpt-als-lagere-gaswinning.html

https://www.nu.nl/economie/4645299/economie-provincie-groningen-krimpt-als-lagere-gaswinning.html

Economische verschillen tussen Nederlandse provincies

Foto: Pexels

De Nederlandse economie blijft groeien. Het bruto binnenlands product (bbp) neemt in 2018 toe met 2,8 procent en in 2019 met 2,6 procent. Daarmee wordt 2019 het zesde jaar op rij met economische groei. Maar hoe gaat het met de Nederlandse economie als we kijken naar het totaal van alle bezittingen (activa) en eigen vermogen per provincie?

Wat opvalt aan deze kaartgrafiek is dat er grote verschillen te zien zijn. Zowel bij de activa als het eigen vermogen heeft Zuid holland de laagste balansstanden, wat over de jaren aanhoud. Friesland, Groningen en Gelderland hebben de hoogste balansstanden wat betreft de activa, waarbij Gelderland er boven uitsteekt bij het eigen vermogen. Ook is het niet bij alle provincies het geval dat de het eigen vermogen (het saldo van de rekening) stijgt over de jaren heen, wat je wel zou verwachten met de economische groei in Nederland. We kunnen hiermee concluderen dat de economische groei niet op iedere provinciale rekening effect heeft.

Door: Stan Bollee en Iris van het Ende


De Nederlandse economie in Europees contrast

Vaak wordt aangenomen dat de Nederlandse economie op rolletjes loopt ten opzichte van de rest van de Europese landen, hoe zit dat daadwerkelijk wanneer er een vergelijking wordt gemaakt op het gebied van koopkracht met de rest van Europese landen?

Nederland heeft in de beginjaren van deze eeuw een spurt gemaakt ten opzichte van de overige EU-landen. Na de economische crisis van 2008 is het Nederlandse BBP per hoofd in 10 jaar tijd nauwelijks gestegen (Koopkracht van 36,7% naar 39,9%). Opvallend is dat overige West-Europese landen, die in 2008 een relatief lager BBP hadden dan Nederland in die tien jaar wel een forse stijging hebben laten zien. Denk hierbij aan landen als Duitsland en Oostenrijk.

Oost-Europese landen hebben de grootste groei laten zien over de afgelopen 18 jaar, waar een duidelijke groei te zien bij landen die in 2004 de Europese Unie betraden. Dit zijn Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.

Scandinavische landen zijn in alle jaren koploper op het gebied van BBP per hoofd. Deze landen laten wel een lineare stijging zien per jaar, maar de stijging is relatief minder dan bij de Oost-Europese landen.
Ook is uit de grafiek te begrijpen dat landen die de Euro niet als valuta hebben, een relatief hogere koopkracht hebben.

Italie, Spanje, Griekenland waren dalende na 2008. Italie en Spanje hebben de economie weer op de rit, Griekenland heeft nog steeds een lagere koopkracht als in 2007 voor de economische crisis, maar is wel stijgende en onderweg terug.

Te conluderen valt dus dat de Nederlandse economie geen extreme pieken of dalen gekend heeft, ook niet tijdens en na de economische crisis van 2008. Ten opzichte van andere landen blijft de Nederlandse economie stabiel, waar Oost-Europese economieën langzaam maar zeker richting de West-Europese economieën treden,

Groeit de Nederlandse economie wel?

Bron: Pexels.com

Bron afbeelding: Pexels.com

Nederland is een welvarend land met een open economie die zwaar leunt op buitenlandse handel. De Nederlandse economie wordt omschreven als stabiele verhoudingen, relatief lage inflatie, een gezond financieel beleid en een belangrijke rol als Europese transportader. De belangrijkste industriële activiteiten zijn voedselverwerking, chemie, olieraffinage en de fabricage van elektrische apparaten.

De Nederlandse economie maakte eind jaren 90 een grote groeispurt door met groeicijfers boven de 3%. In 2006 en 2007 groeide de economie weer met meer dan 3%, maar naar aanleiding van de wereldwijde crisis was er in 2009 een krimp van 3,5%, gevolgd door een zeer beperkte groei en een flink stijgende staatsschuld en werkloosheid vanaf 2010 tot 2013. Vanaf 2014 is er weer sprake van groei van de economie (+ 3,2% in 2017). Ook is het tekort op de begroting vanaf 2016 omgeslagen in een overschot zodat de staatsschuld in 2017 daalde tot onder de 60% norm. De werkloosheid daalde in 2019 tot onder de 3,3%. Het algehele economische beeld is gunstig.

Volgens het CBS was er in de eerste helft van 2019 meer inflatie-indicatoren met een hoger dan gebruikelijke prijsontwikkeling dan in 2018. Bij de consumentenprijzen, lonen en prijzen voor koopwoningen en investeringen waren de prijsstijgingen in de eerste helft van 2019 hoger dan gebruikelijk. Ook in vergelijking met Europese landen blijkt dat de inflatie in Nederland voor consumentenprijzen en huizenprijzen hoger is dan in andere landen.

Inflatie in Nederland hoger dan in andere Europese landen

In vergelijking met de andere Europese landen stegen de consumentenprijzen voor energie in Nederland in het eerste halfjaar veruit het snelst, namelijk 10,2 procent. Gemiddeld in het eurozone was de stijging 3,7 procent. Voor voedingsmiddelen, dranken en tabak was de prijsstijging in Nederland gemiddeld 3,3 procent. De gemiddelde prijsstijging voor voeding in het eurogebied was 1,7 procent.

Ook de stijging van de huizenprijzen (zowel nieuwbouw als bestaande koopwoningen) was in Nederland hoog in vergelijking met andere Europese landen. In het eerste kwartaal van 2019 was de prijsstijging in Nederland na die in Hongarije, Tsjechië, Portugal en Slovenië de hoogste van de 28 lidstaten van de EU.

Auteurs: Anniek Huijgens & Dilara Onal

Werkloosheid in Nederland historisch laag!

Wanneer je een kijkje neemt op een vacaturesite zoals Indeed, zie je dat er in Amsterdam alleen al bijna 200.000 vacatures zijn. Bedrijven vinden het moeilijk om personeel te vinden.

Het aantal vacatures was nog nooit zo hoog. Voor elke 100 mensen die werkloos zijn, staan er 80 vacatures open.

Werkgevers maken hierom steeds vaker de keus om eigen personeel de vacature te laten opvullen. Ook worden werkgevers steeds creatiever met het opvullen van vacatures, zo kun je bij het bedrijf MamaLoes gelijk aan het werk zonder te solliciteren.

Binnen Nederland is er echter wel een groot contrast te zien. Zo is de werkloosheid in Groningen het hoogst en in Zeeland het laagst. Maar in zijn geheel is (het gemiddelde) laag. Is er weinig werkloosheid, dan gaat de economie er op vooruit. Hoe minder werkloosheid, hoe verder de economie stijgt. 

Uit de werkloosheidscijfers kun je dan ook concluderen dat het economisch goed gaat met Nederland. Door de verminderde werkloosheid heeft men meer te besteden, consumeert men meer, worden er meer producten verkocht wat in hogere productie leidt. Hierdoor komt er meer geld terecht bij bedrijven waardoor zij minder personeel hoeven te ontslaan. En zo is het cirkeltje weer rond.

Auters: Liora van der Meer en Jesse Veldhuizen