Prinsjesdag 2019: dit zijn de belangrijkste punten

Bron: Unspash

De kabinetsplannen en de begroting voor het komende jaar zijn tijdens de Prinsjesdag bekendgemaakt. Lees hier de belangrijkste veranderingen.

Het Centraal Planbureau publiceert elk jaar nieuwe vooruitzichten en verwachtingen voor de economie en economische groei, zo ook voor 2019 en 2020. Dit jaar zijn in juni en augustus de cijfers vastgesteld voor 2020. Na Prinsjesdag zijn deze cijfers weer gecorrigeerd.

De afgelopen jaar is de rente flink gedaald. Dit is goed nieuws voor iedereen die een huis gaat kopen of hun maandlasten willen verlagen. Mogelijk zal er wel een hogere inkomensgrens gelden voor meerpersoonshuishoudens die een sociale huurwoning willen huren. Het kabinet wil de grens gaan verhogen van 38.035 naar 42.000 euro. Voor eenpersoonshuishoudens gaat de grens mogelijk omlaag naar 35.000.

Daarnaast zal het BBP naar verwachting van 1,8% naar 1,5% dalen. In de periode van 2017 tot en met 2020 was het CPI in 2019 het hoogst met 2,5%. In 2020 zal het CPI met 1% dalen, namelijk naar 1,5%.

De overheidsfinanciën staan er op dit moment nog relatief goed voor. Voor het vierde jaar op rij beschikt het Rijk over een begrotingsoverschot. Maar dat krimpt snel: van 1,5 procent vorig jaar tot 0,3 procent van het bruto binnenlands product volgend jaar, schat het CPB.

Bron: (CPB) (InfoNu) (Roel)

Invloed tevredenheid van studenten op de instroom op het HBO

Uit een onderzoek van het CBS is gebleken dat er dit jaar een groei is geweest van 0,7% t.o.v. vorige jaar met het aantal beginnende studenten. In 2018 zijn ruim 110.000 studenten begonnen aan een HBO studie , maar zijn die studenten tevreden met hun studie? Of is het weggegooid geld?

In een grootschalig onderzoek van de nationale studenten enquête is onderzocht op welke vlakken zij tevreden zijn met hun opleiding. Uit dit onderzoek is gebleken HBO studenten in 2018 over het algemeen erg tevreden zijn over de studie. Wel is deze tevredenheid sinds 2017 naar beneden gegaan.

Er lijkt dus geen overeenkomst te zijn tussen de instroom van studenten op HBO en de tevredenheid over HBO opleidingen.

Hoogopgeleiden leven langer

De levensverwachting van Nederlanders met een hogere opleiding is gemiddeld hoger dan lager opgeleiden. Ook gaan hoger opgeleiden eerder met pensioen. 

Uit de cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) blijkt dat de afgelopen jaren het verschil in levensverwachting tussen laag- en hoogopgeleide verder is toegenomen. Dit verschil was bij mannen ruim vijf jaar en bij vrouwen ruim vier jaar, toen er werd gemeten in de periode van 2015 tot en met 2018. In de periode van 2011 tot en met 2014 was die nog ongeveer vier en drie jaar. De oorzaak is te verklaren doordat de levensverwachting van hoogopgeleide ouderen is toegenomen, en dat terwijl die van laagopgeleide ouderen gelijk is gebleven. De lagere levensverwachting bij de laagopgeleide wordt door het CBS verklaart met ongezond gedrag. Deze groep mensen hebben vaker overgewicht, roken meer en bewegen minder in vergelijking met hoger opgeleiden. Het CBS heeft deze cijfers over een periode van drie jaar onderzocht om voldoende respondenten te verzamelen.  

Verder deed het CBS ook onderzoek naar het aantal zogenoemde gezonde levensjaren. Hierin worden de jaren waarin 65-jarigen vinden dat zij over goede of zeer goede algemene gezondheidstoestand beschikken. In de afgelopen drie jaar is dit niet verder toegenomen. Laagopgeleide vrouwen hebben na hun 65ste gemiddeld nog elf gezonde jaren en hoogopgeleide vrouwen nog zeventien. Bij mannen is dit verschil tien gezonde jaren tegenover bijna zestien jaren.

*de levensverwachting is het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog) zal leven

Ook verschil in pensioenleeftijd 

Niet enkel in levensverwachting zijn er verschillen, maar ook in de pensioenleeftijd. Hoger opgeleiden gaan gemiddeld acht maanden eerder met pensioen dan laagopgeleiden. De pensioenleeftijd voor werknemers met een laag opleidingsniveaus was 65 jaar en zes maanden in 2018. Voor werknemers met een hoog opleidingsniveau was dat 64 jaar en 10 maanden. De reden hiervoor is dat laagopgeleiden doorgaans banen hebben waarmee ze minder verdienen, waardoor ze zich een vroegtijdig pensioen niet kunnen veroorloven.

Is werkervaring belangrijker dan een diploma?

Bron: Unsplash

Bij grote bedrijven zoals Google of Apple heb je geen papiertje meer nodig om er te kunnen werken. Waarom zou een student zich dan nog bovenmatig inspannen om af te studeren?

Steeds meer bedrijven volgen het voorbeeld van de grote Amerikaanse bedrijven. Wie solliciteert, wordt steeds vaker gevraagd naar zijn kennis, vaardigheden en ervaringen. Op dit moment draait alles om het behalen van een diploma. We kunnen dit niet zomaar loslaten, want het is immers een voorwaarde vanuit het ministerie. Maar we kunnen wel kijken naar hoe we in de toekomst ons onderwijs daarop kunnen aanpassen.

In de volgende grafiek wordt de arbeidsmarkt kenmerken van voltijd hbo direct na uitstroom weergeven.

Een groot deel van de studenten die uitstromen uit het voltijd hbo heeft in oktober direct na uitstroom werk. Gediplomeerde hbo’ers hadden vaker werk dan niet-gediplomeerde. Van de hbo’ers met een diploma had 88% direct na uitstroom in oktober 2017 werk, onder de uitstromers zonder diploma was dit 78%. Het verschil in percentage werkenden tussen deze 2 groepen is sinds 2013 afgenomen tot 10% in 2017. In de jaren tot en met 2013 nam het verschil juist toe.

Het valt op dat het percentage voor werkenden zonder diploma best hoog is. Dit laat zien dat bedrijven niet alleen naar de diploma kijken maar meer naar hoe ze als persoon zijn. Een mogelijk toekomstscenario is dat werkgevers studenten uitnodigen bij hen te komen werken op basis van hun talent. Zo’n bedrijf zal hun vervolgens vragen de eventueel nog ontbrekende vaardigheden op te doen via cursussen of modules op school. In plaats van een volledig afgeronde opleiding vragen ze een specifiek vaardighedenpakket. Dit zou uiteindelijk kunnen leiden tot een andere rol voor docenten. Meer coachend op vaardigheden in plaats van informerend op kennis.

Maar het CBS valt ook op: jongeren studeren niet alleen voor het papiertje, want jongeren die al een diploma hebben en verder studeren, vallen niet vaker uit dan jongeren zonder diploma.

Bronnen: (CBS) (BNDeStem) (OvM)

Zo’n 75% van de hoogopgeleiden vindt direct een baan na zijn/haar studie

Onderwijs wordt steeds duurder en met de invoering van het huidige leenstelsel vormt snel de vraag of studeren het geld nog wel waard is. CBS deed onderzoek naar enkele sectoren op de hoogopgeleide arbeidsmarkt en vergeleek de baangarantie na een afgeronde studie.

Bron: CBS

Bovenstaande grafiek geeft het percentage aan dat binnen 2 jaar na het afronden van een studie bij een baan in dezelfde beroepsgroep terecht komt. In de grafiek is onderscheid gemaakt tussen zeven beroepsgroepen, namelijk Economie, Gedrag en Maatschappij, Gezondheidszorg, Landbouw, Onderwijs, Taal en Cultuur en Techniek.

In 2012 en 2013 is er bij alle beroepensectoren een daling te zien van het percentage werkenden. Na 2013 is het percentage per beroepssector verschillend, maar grotendeels wel stijgend. Opvallend is dat er in de Landbouw al vanaf 2012 een lineaire daling te zien is.

De sector taal en cultuur is een problematische sector wat betreft baanzekerheid. In 2014 kwam maar 58% aan een baan in de sector waarvoor hij/zij is afgestudeerd.

Bron: CBS (2014)

Als er verder gekeken wordt naar de laatst bekend gemaakte cijfers vanuit 2014 blijkt dat de baanzekerheid het hoogst is in de sector Gezondheidszorg en Onderwijs. Deze twee sectoren bieden een baangarantie van 82% en zijn daarmee ruim lijstaanvoerder. Buiten de sector Taal en Cultuur, waarin ruim 36% geen baan heeft of uitkering ontvangt is ook de sector Landbouw problematisch. Hier zit bijna 24% zonder baan en uitkering thuis na een afgeronde studie.

De conclusie is dat studeren geen tijdverspilling en geldverspilling is, maar dat het aantal werkenden die een baan vinden na een HBO opleiding wel verschilt per sector waarin gewerkt wordt. Studies richting de sector Gezondheid en Onderwijs doen het goed op het gebied van werkgelegenheid. Afgestudeerden vanuit de sector Taal en Cultuur en de sector Landbouw hebben de meeste moeite met het vinden van een baan na hun studie.

Overheidsinvestering in het hoger beroepsonderwijs werpt zijn vruchten af.

(Bron: Pexels.com)

Jaarlijks investeert de overheid miljarden in het onderwijs voor hoger beroepsopleidingen, nuttig of weggegooid geld? Jaarlijks stijgt het aantal afgestudeerde onder de hoger beroeps opgeleiden hoewel de overheidsuitgave minder streng lijkt toe te nemen. Gemiddeld zijn de uitgave van de overheid de afgelopen vijf jaar gelijk gebleven en neemt het aantal afgestudeerde op het hoger beroepsonderwijs toe.  

Tussen 2013 en 2017 is het aantal afgestudeerde met 11,2% toegenomen, daar tegenover heeft de overheid maar €110.000,- meer geïnvesteerd in het onderwijs van deze generatie hoger beroepsopgeleiden. In de grafiek is af te lezen dat er in 2014 wel een daling heeft plaats gevonden in het geld dat in het onderwijs werd geïnvesteerd, toch had dit geen negatief effect op het aantal Hbo’ers dat in dat jaar afstudeerde. Ten opzichte van 2013 vond er namelijk een stijging plaats van het aantal afgestudeerden.  

Desgelijks kan geconcludeerd worden dat er vanaf 2015 er zowel een stijging plaats vindt bij het aantal studenten dat afstudeerde als in de investering. In 2014 heeft een daling plaats gevonden in de overheidsuitgaven aan het onderwijs werd maar dit had geen directe negatieve gevolgen op het aantal studenten dat afstudeerden, blijft de vraag open: “is onderwijs weggegooid geld is?” 

Bron: CBS  

Steeds meer mensen hebben HBO of universitair diploma in bezit

UTRECHT – Het aantal mannen en vrouwen met een HBO of universitair diploma is tussen 2015 en 2018 gestegen, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vooral het aantal universitaire diploma’s is de afgelopen jaren flink omhoog gegaan.

Bij de vrouwen is het aantal universitaire diploma’s sinds 2015 zelfs met 11.3% gestegen. Bij de mannen was dit ‘slechts’ een groei van ruim 8%. De sterke groei van de vrouwen is niet met een duidelijke reden te verklaren. De meest populaire studierichting onder de vrouwen blijft Gezondheidszorg en Welzijn. De cijfers betreffen mannen en vrouwen tussen de 15 en 75 jaar.


Bron: CBS

Werkgelegenheidsontwikkeling

Uit deze grafiek kunnen we concluderen dat de werkgelegenheidsontwikkeling tot 2020 over het algemeen in de plus zal blijven. Wel was de ontwikkeling in de vorige periode hoger. Een opleiding zou geen weggegooid geld zijn als je er een baan mee kan krijgen. Hier is te zien in welke sectoren de werkgelegenheid zal dalen en stijgen en met hoeveel procent.

Vanuit deze grafiek is te zien dat de ontwikkeling van het aantal werkenden per beroepsklasse van 2015 tot 2020 minder is gestegen dan in de periode van 1996 tot 2014. Het is opvallend dat de werkgelegenheid in de technische sector er erg op vooruit is gegaan, van -0,7% naar 1,2%. In de agrarische sector daalt de werkgelegenheid, dus in deze sector zou een opleiding weggegooid geld kunnen zijn.

Bron: ROA (AIS)

Door: Sanne Breuers & Iris van het Ende

Grotere welvaart bij hoogopgeleiden

Op 8 september 2019 verscheen er een artikel in de correspondent met de stelling ‘Is onderwijs weggegooid geld?’. Na aanleiding van dit vraagstuk zijn wij gaan onderzoeken of studeren daadwerkelijk weggegooid geld is. 

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat onderwijsniveau een relatie heeft tot welvaart. Zo hebben wij verschillende welvaartsindicatoren van laagopgeleiden (omvat groep 1 t/m 8 van het basisonderwijs, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo, alle leerwegen van het vmbo en de entree-opleiding), middelbaaropgeleiden (omvat de bovenbouw van havo/vwo, de basisberoepsopleiding, de vakopleiding en de middenkader- en specialistenopleidingen) en hoogopgeleiden (omvat de associate degree, de hbo- en wo-bachelors, de hbo- en wo-masters en wo-doctorsopleidingen) met elkaar vergeleken. Hieruit kwam het volgende naar voren; de welvaart onder middelbaaropgeleiden en hoogopgeleiden is hoger ten opzichte van laagopgeleiden (het deel van de bevolking die geen opleiding heeft gevolgd na de middelbare school). Dit is terug te zien in indicatoren als welzijn, gezondheid, netto arbeidsparticipatie & veiligheid. 

Bron: CBS

De conclusie die uit deze data getrokken kan worden, is dat onderwijs geen weggegooid geld is. Op basis van de gebruikte indicatoren is de welvaart aanzienlijk groter bij de groep opgeleiden ten opzichte van de ‘niet opgeleiden’.

Levert de investering het onderwijs iets op?

Econoom Bryan Caplan stelt dat onderwijs een verspilling is van tijd en geld. Jesse Frederik verdiept zich in deze stelling en vraagt zich af of het onderwijs dan ook daadwerkelijk weggegooid geld is? 

In de Correspondent geeft hij aan dat er in Nederland meer gezocht wordt naar mensen met een academisch denkniveau, en dat er tevens meer in wordt geïnvesteerd. Door middel van het verzamelen van data over het aantal studenten per afstudeerrichting en de uitgaven aan onderwijs, proberen wij erachter te komen of de investering in het onderwijs resulteert in meer hoogopgeleiden. In de cijfers is terug te zien dat deze investering zeker wat oplevert, aangezien er in 2018 295 duizend WO-ers zijn afgestudeerd t.o.v. de 206 duizend WO-ers die in 2005 zijn afgestudeerd. Wel valt hierop te merken dat in 2005 men nog 25 miljard uitgaf aan onderwijs en in 2017 is dat al 33 miljard. 

Geschreven door: Wouter van Eden en Alyssa Cortenbach

Bron: CBS en de Correspondent

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80393ned/table?dl=16E14

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/71450ned/table?ts=1568801712123

https://decorrespondent.nl/10493/is-onderwijs-weggegooid-geld/631272510407-1ed6d7a0