Recensie Graphic Matters

Kun je door middel van een infographic politieke uitspraken ontkrachten?

Ruben Pater is de ontwerper van deze Infographic. Ruben Pater is een ontwerper uit Amsterdam die als  visueel verslaggever verhalen over politieke onderwerpen weer wil geven. Zijn doel is om verhalen te visualiseren waar normaal gesproken niet over gesproken wordt omdat deze bijvoorbeeld gevoelig liggen. Hij is ook de maker van het boek: ‘The Politics of Design’. Met dit boek wil hij duidelijk maken dat alles wat je als grafisch ontwerper maakt een politieke lading heeft. Iedere symbool, kleur of lettertype heeft een bepaalde betekenis, wat in het ene land normaal is kan in een ander land gezien worden als beledigend.

Op deze infographic zie je een aantal politieke vragen die beantwoord worden met feiten in de vorm van een datavisualisatie. Deze infographic is gemaakt aan de hand van een aantal uitspraken van politieke partijen tijdens de verkiezingen in 2017. Ruben Pater wilde sommige uitspraken van politici ontkrachten door met feiten aan te tonen dat deze uitspraken erg overdreven of gewoon niet waar zijn. Samen met Stephan Okhuijsen (een data-analist) is hij data gaan vertalen naar visualisaties die voor iedereen te begrijpen zijn.

De datasets die ze hebben gebruikt komen o.a. van: het CBS, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het IPSOS. Deze bronnen beschouw ik zelf als betrouwbaar. Het CBS is een onafhankelijke organisatie die onderzoek uitvoert voor de overheid maar niet onder een ministerie valt. Hierdoor zijn zij een ‘blanco’ partij die onderzoek uitvoert zonder dat zij hier een mening in door laten schemeren. Daarnaast vertrouw ik op het IPSOS, dit is een organisatie waarbij mensen vraagstukken kunnen neerleggen en waar het IPSOS vervolgens onderzoek na doet. Ook zij zijn een onafhankelijke organisatie.

Deze infographic maakt gebruik van tekst en visualisaties. Deze visualisaties zijn vrij eenvoudig en statisch, maar ze brengen wel duidelijk de boodschap over. Hierdoor is hij voor iedereen te begrijpen. Er wordt weinig aan de verbeelding over gelaten omdat het zo helder gevisualiseerd is, maar ook door de duidelijke titels en onderschriften. Doordat er een vraag gesteld wordt en in het paars eronder het antwoord staat, valt er ook weinig zelf in te vullen. De kleur paars is bewust gekozen omdat deze geen associaties oproept met een politieke partij. Doordat deze infographic zo statisch en eenvoudig is weergegeven, is deze voor een breed publiek te begrijpen. Ruben Pater zelf zegt dat zijn doelgroep breed is en dat deze infographic door beide kanten van de politiek (links en rechts) kan worden gedeeld.

Op de vraag of je met een infographic politieke uitspraken kunt ontkrachten, is mijn antwoord dus: ja dat kan. Ik vind dat Ruben Pater hier erg in geslaagd is, hij maakt gebruik van vragen die hij meteen beantwoord en versterkt met een duidelijke en herkenbare datavisualisatie. Ik heb wel een klein puntje van kritiek, ik vind de cijfers 19% en 6% nogal groot, hierdoor vallen ze erg op. Ook doordat ze zwart zijn is het contrast met de achtergrond erg groot waardoor ze erg duidelijk zichtbaar zijn en voor mij echt als eerste opvallen. Maar het kan ook zijn dat dit een bewuste keuze is. De titel is namelijk: “Islamisering van Nederland?”, dit is iets waar veel Nederlanders (ik niet) bang voor zijn en wat een nogal besproken onderwerp is. Omdat uit de cijfers blijkt dat dit juist afneemt, kan het zijn dat de ontwerper bewust ervoor gekozen heeft om deze erg groot af te beelden.

Kun je gebruik maken van stereotypen in een infographic zonder mensen te beledigen?

Over de maker

Jan Rothuizen is de maker van deze infographic. Jan Rothuizen is een beeldend kunstenaar die de werkelijkheid weergeeft op een eigen manier. Iedere maand verschijnt er een tekening van hem in de Volkskrant. Daarnaast is zijn werk zichtbaar in de plattegronden van het rijksmuseum. Jan Rothuizen maakt kaarten waarin hij op een persoonlijke manier de werkelijkheid weergeeft, maar die nooit fictief is. De werken die hij maakt zijn een beeld op zich maar door de combinatie met tekst worden er ook verhalen verteld. In zijn ontwerpen zit geen bepaalde leesrichting, de kijker is vrij om zelf door het verhaal te lopen op zijn of haar manier. Om tot visualisaties te komen, bezoekt Jan Rothuizen ook echt de plekken die hij wil visualiseren, daarnaast maakt gebruik van data van Google.

Over de infographic

De infographic die je hierboven ziet is een kaart van Amsterdam. Jan Rothuizen heeft dit ontwerp speciaal gemaakt voor de vrijheidsmaaltijden die plaats vinden op 5 mei 2018. De visualisatie is geprint op placemats en lagen op meer dan 100 locaties waar de vrijheidsmaaltijden plaatsvonden. De kaart laat zien hoe en wat mensen denken over Amsterdam en hoe sommige wijken door de bewoners genoemd worden. De namen van de plaatsen in de stad worden onder andere gevormd doordat mensen zelf namen in kunnen sturen via www.deopenkaartvanamsterdam.janrothuizen.nl De kleuren die te zien zijn in dit werk zijn rood en blauw, dit zijn de kleuren van het logo van bevrijdingsdag. Omdat deze placemat voor de vrijheidsmaaltijden zijn gemaakt op bevrijdingsdag, denk ik dat de kleuren bewust gekozen zijn.

Dit werkt toont de verschillende wijken van Amsterdam en hoe deze genoemd worden door de bewoners van de stad. Ik denk dat de achterliggende gedachte van dit werk is, is dat iedereen mag zeggen wat hij denkt. Dit werk laat namelijk de verschillende gebieden en wijken in Amsterdam zien en hoe deze door de stad zelf worden gezien en genoemd, zoals: ‘scooter mekka’ en ‘echt rijk’. Dit zijn dus niet altijd positieve benamingen. Ik zelf vind dit werk grappig omdat ik bepaalde associaties heb met wijken en deze worden ook zo benoemd. Oud zuid is bijvoorbeeld een wijk waar over het algemeen mensen wonen met veel geld, op de kaart staat hier bijvoorbeeld ‘echt rijk’, ‘carrieretijgers’ en ‘(g)oud geld’. Ik kan me ook wel voorstellen dat er mensen zijn die minder blij zijn met de namen die voor hun wijk wordt gebruikt, zoals: ‘werkeloos’ en ‘denk stemmers’. Dit zijn namen die een hele wijk omvatten, maar ik kan me voorstellen dat als je in zo’n wijk woont je dit zelf niet altijd zo ziet of vind dat je hier niet onder valt. Ik denk dat je bij een werk zoals dit, de maker moet kennen en zijn voorgaande werk. Als je dit niet weet dan kan je denken dat de maker bijvoorbeeld racistisch is of zelf een bepaald beeld heeft over groepen mensen maar als je ook bekend bent met zijn voorgaande werk dan weet je dat dit niet alleen zijn mening is maar ook die van de mensen om hem heen. Het is dus belangrijk om de context te weten en hoe dit werk tot stand is gekomen. Op de vraag of je gebruik kunt maken van stereotypen zonder mensen te beledigen, zeg ik nee dat kan niet. Ik denk namelijk dat als je gebruik maakt van stereotypen er altijd een kans is dat je mensen beledigd. Dit gevoel kan misschien worden afgenomen als je de maker en zijn werk kent, maar dit hoeft niet zo te zijn.

Nederland wordt steeds dikker, wie grijpt in?

Overgewicht bij kinderen. De jeugd beweegt steeds minder, met als gevolg dat steeds meer kinderen kampen met overgewicht. Maar is dit echt zo? Met behulp van data van het CBS, het RIVM en het Ministerie van Volksgezondheid en zorg proberen we de problematiek in kaart te brengen. 

In onderstaande grafiek is het percentage van wekelijkse sportdeelname van kinderen tussen de twaalf en zeventien jaar tegenover het percentage van aantal kinderen (uit dezelfde leeftijdsgroep) met overgewicht af te lezen. 

Wat opvalt is dat de jaren van 2010 tot op heden voornamelijk terug te vinden zijn rechts onderin de grafiek. Dit houdt in dat er relatief weinig sportdeelname is en een hoog aantal kinderen met overgewicht. Ook is de sportdeelname de laatste 3 tot 4 jaar veel lager dan in het begin van de eeuw, en is het percentage kinderen met overgewicht veel hoger. Hieruit kunnen we concluderen dat overgewicht wel degelijk een actueel maatschappelijk probleem is. 

Uit recent onderzoek (I&O Research, 2018) blijkt dat slechts 42% van de volwassenen in Nederland voldoende beweegt. Van Veen (2018) geeft de toegenomen welvaart, globalisering en verstedelijking als verklaring voor de toename van overgewicht. 

Voorkomen is beter dan genezen, en van Veen (2018) pleit dan ook voor preventie van overgewicht, en dan vooral bij kinderen en jongeren vanwege de gezondsheidsrisico’s die overgewicht op latere leeftijd met zich meebrengt. Deze risico’s op de lange termijn betreffen hart- en vaatziekten, diabetes type 2, hypertensie, verschillende vormen van kanker, klachten aan gewrichten en spieren, en psychosociale problemen. Dat schrijven van Koperen & Seidell (2010).

Het Ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) wil overgewicht bij kinderen van 4 tot 20 jaar terugdringen tot 9,1%. Op dit niveau zitten we nog niet, en dus moeten er nog meer initiatieven worden ontplooit om dit niveau te bereiken.

In onderstaande grafiek is het overgewicht van kinderen van 14 jaar in verschillende Europese landen in kaart gebracht om context te scheppen.

Kijkend naar bovenstaande grafiek is te zien dat Nederland eigenlijk een relatief laag aantal kinderen heeft dat lijdt aan overgewicht. Op Denemarken, Frankrijk en Litouwen na is Nederland het land dat het laagst scoorde in 2013/2014. Aan de hand van deze verkregen inzichten zou je stellen dat het wel meevalt met het overgewicht in Nederland. Wat ook opvalt is dat in Nederland de verdeling tussen jongens en meisjes met overgewicht het meest gelijk is.

Hoewel het lijkt alsof Nederland er Europees gezien goed op staat op het gebied van overgewicht zijn er wel degelijk zorgwekkende ontwikkelingen aan de gang. Het aantal kinderen met overgewicht neemt toe, en de wekelijkse sportdeelname is sinds het begin van de eeuw drastisch afgenomen. De gezondheidsrisico’s van overgewicht op de lange termijn en de bijbehorende ziektekosten kunnen een enorm probleem gaan vormen, en dienen aangepakt te worden. Hiervoor is de JOGG-aanpak ontwikkeld: een lokale aanpak per gemeente waarbij gefocust wordt op de omgeving van het kind. Kinderen kunnen zelf niet de gevolgen van een ongezonde leefstijl en overgewicht overzien, en dus moet de omgeving van kinderen dit bewaken. 

Literatuurlijst:

I&O Research. (2018, 23 oktober). Kwart Nederlanders denkt voldoende te bewegen, maar doet het niet. Geraadpleegd op 29 oktober 2019, van https://ioresearch.nl/Home/Nieuws/kwart-nederlanders-denkt-voldoende-te-bewegen-maar-doet-het-niet#.Xbh8cC9x-9a

JOGG. (z.d.). JOGG-aanpak. Geraadpleegd op 29 oktober 2019, van https://jongerenopgezondgewicht.nl/jogg-aanpak

van Koperen, T. M., & Seidell, J. C. (2010). Overgewichtpreventie, een lokale aanpak naar frans voorbeeld. Praktische pediatrie. Geraadpleegd van http://bis.zwolle.nl/cms/Bis.nsf/0/2a193f87520a3f0fc12577af004eb6de/$FILE/bijlage%201%20bij%20Programma%20Zwolle%20Gezonde%20Stad%20art.%20obesitas.pdf

van Veen, N. (2018). Preventie van overgewicht: dik in orde?(Masterscriptie). Geraadpleegd van https://guusschrijversacademie.nl/wp-content/uploads/2019/01/NHJ-van-Veen_scriptie-recht-van-de-gezondheidszorg-DEF.pdf

Volksgezondheid en zorg. (z.d.). Overgewicht | Regionaal & Internationaal | Internationaal. Geraadpleegd op 29 oktober 2019, van https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overgewicht/regionaal-internationaal/internationaal#!node-internationale-vergelijking-overgewicht-kinderen

Verantwoording:

Om de cijfers uit bovenstaande visualisatie in context te kunnen plaatsen is het van belang om te kijken naar vergelijkingsmateriaal. Vandaar dat de dataset van Volksgezondheid en zorg gebruikt wordt. Hierin is het aantal kinderen dat 14 jaar oud is en in het jaar 2013/2014 lijdt aan overgewicht uitgedrukt in een percentage. De data omvat alle Europese landen en is daarom geschikt als vergelijkingsmateriaal voor Nederland. 

Om erachter te komen hoe het gesteld is met het overgewicht onder de jeugd in Nederland door de jaren heen hebben we data van het CBS gebruikt. Het CBS is een gerenommeerde partij betreft data en is om die reden een geloofwaardige bron.

Het RIVM is een overheidsinstantie en in onze ogen betrouwbaar. Vandaar dat we aannames en conclusies hebben getrokken op basis van deze data. 

De bronnen Van Veen, Van Koperen en Seidell komen voort uit de vakliteratuur, en zijn gepubliceerd door Universiteiten, die documenten streng controleren op betrouwbaarheid voordat deze gepubliceerd worden. In onze ogen zijn deze bronnen betrouwbaar, en biedt de informatie uit deze bronnen toegevoegde waarde.

Auteurs

Niels Masson
Stan Bollee
Lars Dekker

Zoveel studieschuld heeft Nederland ten opzichte van de rest van Europa

Tot september 2015 profiteerden studenten van een basisbeurs, dit hield in dat studenten een voorwaardelijke gift ontvingen die alleen terug betaald moest worden wanneer studenten niet binnen 10 jaar zijn of haar diploma behaalden. Met de ingang van het nieuwe collegejaar veranderde deze basisbeurs voor iedereen in een lening. Sinds de invoering van dit leenstelsel loopt de studieschuld in rap tempo op. Zo was volgens onderzoek van het CBS de totale studieschuld in 2015 12,7 miljard euro, in 2018 was deze schuld opgelopen tot 17,5 miljard euro.

Hoe zit het eigenlijk met de studieschuld in de landen om ons heen en hoe weerhouden deze studieschulden zich tot de totale studieschuld in Nederland? Is er in andere Europese landen nog sprake van een basisbeurs of studiefinanciering?

In de grafiek in te zien dat Westerse landen een voorsprong hebben wat betreft het ontvangen van een studiebeurs. Waar in Nederland momenteel 32% een beurs ontvangt, is dat in Oostblok landen Polen en Albanië 15% en respectievelijk 8%.
In Zweden krijgt het grootste gedeelte een beurs: 88% van de studenten krijgt hier een beurs van de staat om zijn/haar studie te bekostigen.

Information Planet gepubliceerde dat in Engeland studeren het duurst is: hier betaal je bijna €10.000 voor een jaar in de boeken duiken. Dit komt omdat het Britse onderwijssysteem een van de beste ter wereld is (Information Planet, z.d.). In Nederland zijn de kosten vergelijkbaar met andere Westerse landen. In Zuid-Europa is studeren nog een stuk goedkoper. In Italië en Spanje betaal je een kleine €1.400 voor een jaar studeren.

In Engeland hou je ook de grootste schuld over na het afronden van een studie. Dit valt te verklaren door de hoge studiekosten die er aan het studeren verbonden zijn. Voor een land dat pas sinds 2011 een hogere gemiddelde studieschuld aan het opbouwen is doet Nederland het opvallend slecht. Wanneer er een vergelijking wordt gemaakt tussen de jaarlijkse studiekosten en de gemiddelde studieschuld doet Nederland het zorgwekkend. Zo heeft de Nederlandse student gemiddeld de helft van de schuld die de Britse student heeft, waar diezelfde Britse student zo’n 5x meer aan jaarlijks collegegeld betaalt.

In korte tijd is de gemiddelde Nederlandse studieschuld snel gestegen en dat is ook te zien in de vergelijking met andere landen. Ook is een duidelijke relatie te zien tussen landen die een hoge beurs ontvangen en de gemiddelde schuld die de student heeft opgebouwd. En is er een duidelijke relatie te zien tussen de hoogte van het collegegeld en de gemiddelde schuld per student.

Er valt dus te concluderen dat Nederland een hele hoge gemiddelde studieschuld heeft in vergelijking met andere landen, die al sinds lange tijd weinig studiebeurzen ontvangen. In Nederland is dit percentage, sinds afschaffing van de basisbeurs ook zakkende, wat gepaard gaat met de oplopende studieschuld in combinatie met een groeiend bedrag aan collegegeld. Nederland heeft een hoge gemiddelde studieschuld vergeleken met de rest van Europa.

Literatuurlijst

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2019, 7 oktober). Studenten lenen vaker en meer. Geraadpleegd op 12 december 2019, van https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/41/studenten-lenen-vaker-en-meer

Information Planet. (z.d.). Studiekosten in Engeland. Geraadpleegd op 12 december 2019, van https://www.studeren-engeland.nl/onderwijs/studiekosten

https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/41/studieschulden-2011-2019

Verantwoording van de gebruikte data

Bij het zoeken van de data hebben wij vooral gekeken naar de onderzoeksvraag: “Betalen wij veel collegegeld ten opzichte van andere landen?”
Om dit te kunnen vergelijken wilden we opzoek gaan naar verschillende landen uit verschillende economische omstandigheden. Zo hebben wij landen met een soortgelijke economische basis, bbp en onderwijsniveau zoals Zweden, Duitsland en Engeland vergeleken. Maar hebben wij ook gekeken naar Oost-Europese landen zoals Polen, dat al iets meer aan het verwesteren is en Albanië, een economisch nog opkomend land.

Wij zijn terecht gekomen bij een onderzoek dat is uitgebracht door Eurydice in opdracht van de Europese Unie, die een soortgelijke onderzoeksvraag hanteerde zoals wij die in ons onderzoek hanteren, namelijk “Wat betalen studenten in andere landen in de EU voor hun studie?”

In dit onderzoek is er onderscheid gemaakt tussen het te betalen collegegeld, een wettelijke uitgave of een door de school bepaalde uitgave en een verschil tussen twee stromen, namelijk bachelor en master. Ook staat in dit rapport een uitleg van de ondersteuning die de student krijgt vanuit de overheid. Tevens wordt de vorm van deze ondersteuning in het onderzoek toegelicht: betreft het een studiebeurs of een lening?

Concluderend is het gebruikte rapport een geschikte dataset, omdat in één document van veel landen duidelijk wordt hoe de studiekosten per land geregeld zijn. Dit onderzoek hebben we daarom kunnen gebruiken om duidelijke verschillen en overeenkomsten te kunnen vinden tussen verschillende landen in de EU.

Kritische noot: Wij wilden graag gemiddelde studieschuld, jaarlijkse extra kosten van een student en ontvangen beurzen tegenover elkaar zetten. Omdat er te weinig betrouwbare bronnen zijn op het gebied van kosten voor levensonderhoud voor een student, hebben wij er voor gekozen om dit niet in ons artikel uit te lichten. De data die wij gevonden hebben, zoals bijvoorbeeld op deze website was kortweg onbetrouwbaar, omdat deze alle prijzen van levensonderhoud vrij gemiddeld neemt en geen externe factoren meeneemt zoals andere prijzen voor studentenhuizen, reiskosten en andere kosten van een student, maar de gemiddelde prijs voor levensonderhoud voor 1 gemiddelde persoon. Omdat Europese publicerende instanties ook geen data vrijgeven over de gemiddelde externe kosten van een student, kunnen we concluderen dat de data hiervoor niet valide is.

Hoe staat het ervoor met de wereldwijde bebossing?

“We moeten meer bomen planten om onszelf te redden!” heb je waarschijnlijk wel eens voorbij zien komen in een krant of een ander nieuwsmedium. Toen wij dit voorbij zagen komen op een nieuwswebsite stelde wij onszelf de vraag, klopt dit wel? Om het aantal bomen omhoog te krijgen, moeten wij daar als mens voor ingrijpen of zorgt de natuur hier zelf voor? In dit artikel wordt met behulp van een aantal visualisaties getracht om een beeld te scheppen hoe het er met de bebossing aan toe is.

Over de hele wereld staat in totaal 39867188 vierkante kilometer aan bos.

Waar staat dat bos eigenlijk?

Alvorens gekeken kan worden naar de gebieden waar het goed of minder goed gaat met de bebossing, is het van belang dat er eerst gekeken wordt waar de bestaande bebossing terug te vinden is. In de volgende visualisatie kunt u terugvinden hoeveel procent van de totale landoppervlakte er van een land bestaat uit bebossing. Tevens is het aantal vierkante kilometers per land met bebossing terug te vinden als u over een land heen hovert.

Groeit of daalt het aantal bomen?

Het Amazone gebied staat in de fik, bossen worden gekapt voor de industrie. Elke minuut verdwijnt er een bos ten grootte van 40 voetbalvelden. Het lijkt er dus op dat er heel veel bomen verdwijnen. Toch is er ook een stijging te zien in het aanplanten van bossen. Overal ter wereld komen steeds stukjes bos bij of ze verdwijnen juist. Dus hoe zit dat precies? Hoe heftig is de verandering van het bosgebied? In de volgende visualisatie kun je per werelddeel zien hoeveel procent van het land bebost over een tijdsbestek van 23 jaar.

Waar gaan die bomen heen dan?

Van 2001 tot 2018 was er wereldwijd in totaal 361Mha verlies aan bebossing, wat overeenkomt met een daling van de boombedekking met 9% sinds 2000 en 98,7 GT CO2-uitstoot. Het verminderen van de bebossing (zowel natuurlijk als aangeplant bos), heeft verschillende redenen. Wanneer het bos door handelingen van mensen wordt veroorzaakt noemt men dit ontbossing. Dit wordt gedaan voor commerciële doeleinden omdat er een groeiende vraag is naar o.a. hout, papier, palmolie en soja. Daarnaast gaan er bossen verloren om land te winnen voor landbouw en voor nederzettingen. Ontbossing wordt voornamelijk veroorzaakt door het (illegaal) kappen van bomen. Een andere reden is aangestoken branden.

Naast opzettelijke verdwijningen van bossen door mensen (ontbossing) zijn er ook andere redenen waarom bos verdwijnt. Voorbeelden hiervan zijn bosbranden (ontstaan door hitte) en bossterfte. Toch kan in deze gevallen indirect ook de mens de oorzaak zijn, een reden van bossterfte is bijvoorbeeld zure regen. Zure regen wordt veroorzaakt wanneer verschillende stoffen oplossen in de wolken, o.a. stoffen die afkomstig zijn van uitlaatgassen van auto’s en anmoniak afkomstig van intensieve veeteelt.  

Komen daar ook bomen voor terug?

De bebossing verminderd zich al jaren wereldwijd. Dit komt door diverse redenen, één van deze redenen is de mens. Daarom is het tijd om de bomen te hulp te roepen. In juli 2019 is er zo’n 4 miljard hectare bos op aarde, een gebied tweemaal zo groot als Europa. Dat lijkt veel, maar dat is (met name) voor de toekomst te weinig.

De reden dat wij meer bebossing nodig hebben is om ervoor te zorgen dat alle CO2-uitstoot omgezet kan worden in materie en zuurstof. Afgelopen najaar becijferde het VN-klimaatpanel het IPCC al dat er bovenop het radicaal tegengaan van CO2-uitstoot in 2050 zeker 1 miljard hectare aan bos extra nodig is om de opwarming van de aarde onder de 1,5 graad te houden, het doel dat de internationale politiek zich in Parijs heeft gesteld.

Continenten, landen maar ook mensen zelf zijn daardoor al jaren bezig met het herstellen van de bebossing. Een aantal van deze voorbeelden zijn bijvoorbeeld Treesforall https://treesforall.nl. Zij planten op aanvraag bomen om de CO2-uitstoot te compenseren. Een ander voorbeeld is Ecosia https://www.ecosia.org/?c=nl. Een zoekmachine die per gezochte term een boom plant. 

In de data visualisatie ziet u de top tien toename van de bebossing voor 2001-2012. Versterking van bebossing wordt gedefinieerd als de vestiging van bebossing op de Landsat-pixelschaal in een gebied dat voorheen geen bebossing had.


Dataverantwoording

Om een zo reëel mogelijk beeld te schetsen van de huidige staat van de bebossing, is er zoveel mogelijk data van enkel officiële instanties gebruikt. Zo hebben wij gekozen om te werken met data van “The world bank” en “Global forest watch”. Initieel wilde wij enkel gebruik maken van global forest watch, maar dit bleek echter niet mogelijk te zijn. Op deze website wordt namelijk veel achter professionele licences verscholen.

Auteurs: Sanne Breuers. Iris van het Ende, Zoë Bonefaas en Wouter van Eden

Hoe veilig zijn de Nederlandse wegen?

“En dan nog een file op de A12, daar staat 6km file tussen Woerden en knooppunt Oudenrijn. De vertraging is ongeveer een uur.” Komt dit bericht je bekend voor? Elke dag gebeuren in Nederland meerdere ongelukken op de weg. Met behulp van twee grafieken beantwoorden we de vraag: hoe veilig is het verkeer in Nederland? 

In deze twee grafieken hebben we het enkel over doden en niet over gewonden of ongelukken met blikschade. Hoeveel doden vallen er dan in het verkeer? Tegenwoordig iets meer dan 800. Dat zijn meer dan 2 doden per dag. De meeste doden vallen in een personenauto, maar dat aantal daalt gelukkig al jaren. Dat is opvallend omdat het aantal auto’s al jaren stijgt. In ongeveer twintig jaar zijn er ongeveer 2 miljoen auto’s bijgekomen in Nederland. 

Bron: CBS

Goed nieuws dus. Het aantal verkeersdoden in Nederland daalt en dat terwijl de wegen steeds voller raken met auto’s. Maar zijn ongeveer 850 doden in een land met 17 miljoen inwoners veel? Om die vraag te beantwoorden kijken we naar landen waar Nederlanders vaak op vakantie gaan.  

In onderstaande grafiek laten we zien dat Nederland het nog helemaal niet zo slecht doet. Nederland behoort namelijk al jaren tot de toplanden als we de landen vergelijken per miljoen inwoners. Het gaat dan alleen om het aantal doden in een auto. Opvallend is ook dat het aantal verkeersdoden in Kroatië sterk is gedaald.  

Verantwoording 

Om de grafiek te maken over het aantal verkeersoden per voertuig t.o.v. aantal personenauto’s hebben we gegevens van het CBS gebruikt. Het CBS houdt de gegevens per voertuig bij maar deze hebben wij kleiner gemaakt zodat de grafiek overzichtelijk blijft. Zo hebben we brom- en snorfiets en brommobiel, invalidenvoertuigen, motorfietsen, bestelauto’s en vrachtwagens tot één categorie gemaakt. Deze voertuigen hebben allemaal een motor.  

De slachtoffers tellen als verkeersdode als het slachtoffer binnen 30 dagen na een verkeersongeluk overlijdt.  Zelfdodingen zijn niet meegeteld zodat het alleen over ongelukken gaat. Als een persoon een ongeluk heeft gehad op 20 december 2016, maar overlijdt op 3 januari 2017, telt het slachtoffer als overleden in 2016 omdat toen het ongeluk plaatsvond.  

De cijfers over het aantal personenauto’s in Nederland heeft het CBS opgehaald uit de kentekenregistratiedatabase van RDW. De RDW (RijksDienst Wegverkeer) heeft in Nederland de taak om kentekens te registreren. Sinds 2004 zijn bepaalde campers (afhankelijk van het aantal zitplaatsen) mee gaan tellen met personenauto’s.  

Om de grafiek te maken over het aantal verkeersdoden in een personenauto per miljoen inwoners van de populairste autovakantiebestemmingen in Europa, hebben we de gegevens van Eurostat en CBS gebruikt. In Eurostat hebben we gefilterd op personenauto’s. Zo kregen we het aantal verkeersdoden in een personenauto per land. We hebben gekozen voor personenauto’s omdat in Nederland de meeste verkeersdoden in een auto vielen.  In de grafiek hebben we bij ‘scores’ gekozen om de 0 bovenin te zetten, omdat de beste landen dan bovenaan komen te staan.  

Binnen CBS hebben we de trendrapport toerisme, recreatie en vrijetijd 2017 bestudeerd. Hieruit hebben we de top 10 autovakantiebestemmingen in Europa geselecteerd omdat deze landen het meest relevant lijken voor Nederlanders.  

Auteurs
Anne de Vries
Burcu Celikdemir
Dilara Önal
Tamo van Lochem 

De schuldenproblematiek in Nederland

Uit het rapport Huishoudens in de rode cijfers 2015 blijkt dat de schuldenproblematiek van Nederlandse huishoudens is verergerd. In totaal heeft bijna één op de vijf Nederlandse huishoudens (een risico op) problematische schulden, of zit in een schuldhulpverleningstraject. 

Het aantal huishoudens in de schuldenproblematiek
De vorige versie van bovenstaand rapport verscheen in 2012. De basis voor dit rapport is een uitgebreid onderzoek onder Nederlandse huishoudens. Zo’n 10.700 huishoudens deden mee aan een enquête over schulden. Er is sprake van problematische schulden wanneer het bedrag dat in 36 maanden kan worden afgelost op de schulden, lager is dan de totale schuldenlast. Een huishouden loopt risico op problematische schulden als er sprake is van ten minste één van de volgende indicatoren:
• meer dan drie soorten achterstallige rekeningen hebben vanwege financiële redenen;
• één of meer achterstallige rekeningen hebben vanwege financiële redenen in de categorieën hypotheek, huur, elektriciteit, gas of water, ziektekostenverzekering;
• de omvang van de achterstallige rekening(en) bedraagt meer dan 500 euro;
• minstens vijf keer per jaar rood staan voor een gemiddeld bedrag van 500 euro;
• een creditcardschuld hebben van meer dan 500 euro. 

Wat te zien is in de onderstaande staafdiagram is dat de groepen ‘geen risico’ en ‘onzichtbare risicovolle schulden’ zijn afgenomen en de groepen ‘onzichtbare problematische schulden’ en ‘zichtbare problematische schulden’ daardoor juist zijn toegenomen. In 2015 waren er volgens het rapport ruim 193.000 huishoudens met zichtbare problematische schulden. 

Mentale gezondheid bij schulden
Wanneer mensen langdurige financiële problemen hebben, kunnen zij in een stressvolle situatie raken. Een financiële situatie die zelfs uitzichtloos lijkt, kan leiden tot depressieve klachten, meldt MIND. Ook het NRC meldt dat iemand met financiële problemen gevaren blijft zien. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het beperken van maatschappelijke kosten (als gevolg van financiële problemen), meldt Nibud. Gemeenten willen zo min mogelijk maatschappelijke kosten en vragen daarom om inzet van schuldpreventie. Met schuldpreventie wordt voorkomen dat mensen in financiële problemen terecht komen en dat zo minder mensen in een stressvolle situatie terecht komen.

Problematische schulden en hypotheek
In onderstaande staafdiagram is er een vergelijking gevisualiseerd tussen schulden en inkomen per huishouden. De cijfers vertellen ons dat iedere leeftijdscategorie tenminste twee keer zoveel schulden heeft, dan dat er aan beschikbaar inkomen aanwezig is.

De oorzaak van de hoge schulden zijn voornamelijk de woninghypotheken. De 35- tot 50-jarigen lopen hierdoor de meeste geldachterstand op. Het lijkt erop dat de hypotheeklasten ervoor zorgen dat men meer overige schulden opbouwt, zoals te zien is in de leeftijdscategorie van 50 tot 65 jaar. Een hypotheekschuld wordt in principe als onschuldig gezien. Dit wordt volgens de NVVK pas als een problematische schuld gezien als er een betalingsachterstand van minimaal twee maanden ontstaat. 

Rood staan op betaalrekeningen
Zoals eerder is beschreven kan roodstand op betaalrekeningen een risicofactor zijn om in de problematische schulden terecht te komen. Uit cijfers van de Nederlandsche Bank, gepubliceerd door het het CBS, blijkt dat het uitstaand debiteurensaldo is gaan dalen in de afgelopen zeven jaar. Nog steeds staat er een flink bedrag van 8.892 miljoen open, echter laat dit wel zien dat het op dit vlak langzamerhand beter gaat met de Nederlandse samenleving.

Concluderend zal de schuldenproblematiek in Nederland een dynamisch thema blijven. Ondanks dat er één op de vijf Nederlandse huishoudens problematische schulden hebben, kan de gemeente hier wat aan doen door schuldpreventie in te zetten. Hiermee wordt het aantal mensen in de schuld verminderd en zullen er uiteindelijk minder mensen in een stressvolle situatie terechtkomen. Dit alles zal op den duur leiden tot een welvarende samenleving.


Verantwoording
De data die wij hebben gebruikt voor ons onderzoek is afkomstig van het CBS en Panteia. Bij onze zoektocht werd gelet op de bruikbaarheid en betrouwbaarheid. De datasets zijn gebruikt voor het ontwikkelen van inzichtelijke grafieken. De beelden zijn de inspiratiebronnen voor het schrijven van een overtuigend verhaal over de schuldenproblematiek in Nederland. Tot slot hebben wij deskresearch gedaan naar indicatoren voor problematische schulden en de mentale gezondheid van de mens bij schulden om ons verhaal nog meer te versterken en compleet te maken.

Aantal tweets van Trump heeft zijn ups en downs

Trump zijn tweets krijgen veel aandacht, zijn opmerkelijke manier van argumenten en stellingen de wereld inblazen, gaan de hele wereld over. Wat echter opviel, is dat hij niet altijd even consistent is in de hoeveelheid. Sterker nog, per maand verschillen de aantallen zo sterk dat er veel ups en downs te zien zijn.

De toename van tweets over Mexico

Donald John Trump is sinds 20 januari 2017 de 45e president van de Verenigde Staten. Trump staat, naast het presidentschap, bekend om zijn nogal directe uitspraken op Twitter. Als een hoppyproject heeft programmeur Brendan Brown uit Boston een archief van alle tweets van Trump bijgehouden. 

Sinds het presidentschap laat Trump zich nogal vaak uit over Mexico, en zijn ideeën over The Wall op het platform. Echter, niet alleen sinds 2017 stijgt het gemiddeld aantal tweets per maand over Mexico. Ook voor zijn presidentschap kwam Mexico aan bod. Op 16 juni 2015 stelde Trump zich officieel kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2016. Wat daarom ook te zien is, is de hoge piek rond 2015 in de lijndiagram.

20-06-2015 “Mexico is killing the United States economically because their leaders and negotiators are FAR smarter than ours. But nobody beats Trump!”

27-06-2015: “Only very stupid people think that the United States is making good trade deals with Mexico. Mexico is killing us at the border and at trade!” 

12-07-2015: “Mexico’s biggest drug lord escapes from jail. Unbelievable corruption and USA is paying the price.  I told you so!”

Tweets zoals deze kregen destijds veel retweets en likes. Twitter was het platform om de aandacht van de stemmers te trekken.

Bron: Trump Twitter Archive