Wat is Farmakunde?

Bij de vraag wat Farmakunde is, weten de meeste mensen wel dat het iets met medicijnen te maken heeft, maar voor de rest is het een onbekend beroep. Een farmakundige is geen arts, geen verpleegkundige en heeft ook geen BIG-registratie. Maar wat is een farmakundige dan wel?

De opleiding Farmakunde is in 2001 opgezet om professionals op te leiden als sleutelfiguur in de wereld van de farmacie en de zorg. Als farmakundige ben je de schakel tussen de farmaceutische industrie, de zorgverzekeraar, de arts en de patiënt. Je analyseert ingewikkelde processen in de zorg, op zoek naar verbeteringen. Je bent dus een echte zorgverbeteraar.  

De eerste farmakundigen studeerden in 2005 af. Bij de start was de opleiding nog vooral bedoeld om professionals op te leiden die in de openbare apotheek of ziekenhuisapotheek ondersteuning nodig hadden bij managementtaken. In de jaren daarna is het curriculum verbreedt en hierdoor is er een grote variëteit ontstaan in de locatie van de werkplek van afgestudeerden. Niet alleen de werkplekken zijn in de loop der jaren erg verschillend geworden, maar daarmee ook de rol van de farmakundige. In sommige gevallen is de farmakundige echt de manager, maar hij of zij kan ook terecht komen bij een sales en marketingafdeling.  

In totaal zijn er circa 800 studenten afgestudeerd aan de opleiding Farmakunde. Van deze afgestudeerden vindt 90 % binnen 1,5 jaar een baan. Uit onderzoek wat gehouden is onder de Alumni van de opleiding blijkt dat de meeste farmakundigen werkzaam zijn in de sector: “farmaceutische inductrie” (23%). Daarnaast is het overgrote deel werkzaam in de provincie Utrecht, wat goed te verklaren is aangezien de opleiding alleen in Utrecht wordt aangeboden. Daarnaast zijn er veel farmakundigen werkzaam in ziekenhuizen in de Randstad. 

Voor meer informatie over de opleiding farmakunde ga naar:

https://www.hu.nl/voltijd-opleidingen/farmakunde

Beter bij een woningcorporatie dan de particulier huren

AMSTERDAM – Uit eigen onderzoek is gebleken dat kamers in Amsterdam goedkoper zijn bij woningcorporaties dan bij particuliere aanbieders zoals op kamernet. In de maanden November en December was de duurste kamer van een woningcorporatie 37 euro per vierkante meter.

Volgens een rapport uit 2017 is Amsterdam duidelijk de duurste plek om op kamers te gaan. In 2017 was de gemiddelde huurprijs voor een kamer €462,84, dat is €120,21 meer dan de stad met de op één na hoogste gemiddelde huurprijs. Daarnaast waren de kamers in Amsterdam relatief kleiner vergeleken met kamers uit andere steden.

Ook uit ons onderzoek bewees dat kamers in Amsterdam enorm duur zijn. Daarbij viel ook op dat particuliere woningen een stuk duurder waren dan kamers van woningcorporaties in Amsterdam. De goedkoopste kamer per vierkante meter in November en December was €7,90 per vierkante meter.

Wat nog meer opvalt is dat er een heel groot verschil zit tussen de duurste en goedkoopste particuliere kamers. De duurste kamers zijn dus inderdaad particuliere kamers, maar de goedkoopste particuliere kamer was maar 40 cent duurder dan de goedkoopste kamer van een woningcorporatie.

Al was het te verwachten dat de duurste kamers in Amsterdam in het centrum liggen, de goedkoopste kamers liggen verspreid over geheel Amsterdam. Er zijn dus ook goedkope kamers in het centrum.

In Utrecht fiets je hier het gezondst

Een lekker rondje fietsen, voor de lol, voor de sportiviteit en vooral om lekker gezond bezig te zijn. Maar in welke regio fiets je nou het gezondst?
Met behulp van de AtlasLeefomgeving, waarin 3 verschillende factoren omtrent gezondheid worden uitgelicht, is een route uitgestippeld waar men in de provincie Utrecht het gezondst fietst.

Voor de website van AtlasLeefomgeving, in de rubriek Check je Plek probeert de AtlasLeefomgeving met hun kaartentool burgers te motiveren om meer met een gezonde leefomgeving bezig te zijn.

Om tot een goed onderzoek te komen, wat de fietser gezond vindt, is een enquête uitgezet en gevraagd waar een fietser baat bij heeft wanneer hij of zij een route voor zijn of haar plezier fietst.

Het onderzoek

Uit de enquête, die door, 39 personen is ingevuld, blijkt dat de fietser vooral baat heeft bij schone lucht en niet gehinderd wilt worden door geluidsoverlast. Ook is een belangrijk motief om voor een bepaalde fietsroute te kiezen de groene omgeving waar de route doorheen gaat.

Een kleine 90 procent laat weten baat te hebben bij schone lucht. Voor ruim driekwart is een groene omgeving belangrijk. In een verdere onderzoeksvraag werd tevens gevraagd hoe belangrijk de aanwezigheid van kindvriendelijke faciliteiten is. Daar lieten ruim 7 op de 10 ondervraagden weten baat bij te hebben.

Als aanvulling op de gesloten vragen, werd ook nog gemeld dat buiten een gezonde fietsroute, de fietsroute an sich ook genoeg recreatie moet bieden, waaraan gedacht moet worden aan restaurantjes, monumenten en de eerder genoemde faciliteiten voor kinderen.

De onderzoeksresultaten naast atlaskaarten gelegd

Om de onderzoeksresultaten in kaart te brengen, zijn verschillende filters van de AtlasLeefomgeving over elkaar heen gelegd, met als uitgangspunt het gehouden doelgroeponderzoek.

Het doelgroeponderzoek heeft ons bevestigd dat de belangrijkste factoren in drie categorieën in te delen zijn, namelijk luchtkwaliteit, geluidsoverlast en een groene omgeving.

Concluderend zorgt dat ervoor dat de volgende filters van de AtlasLeefomgeving gebruikt zijn. Voor luchtkwaliteit, is de filter Stikstofdioxide NO2 (2017) van de AtlasLeefomgeving gebruikt. Drie motiverende factoren in de keuze van deze kaart zijn het feit dat Stikstof een hot issue is op de politieke- en media-agenda en dat AtlasLeefomgeving in haar rubriek Check je Plek graag terugkoppelt naar deze filter. De belangrijkste reden is dat Stikstofdioxide schadelijk is voor de gezondheid. Een gezonde route is daarom een route die gebieden met hoge concentraties Stikstofdioxide in de lucht vermijdt.

Om een duidelijke correlatie te vinden tussen de verschillende vormen van geluidshinder zijn twee filters gebruikt. Dit zijn Stiltegebieden in Nederland en Geluidoverlast in Nederland. Een stiltegebied is een gebied, waar zich alleen harde geluiden mogen voordoen, mits dit bijdraagt aan de onderhouding van het gebied.

Tot slot is gebruikt gemaakt van de Groenkaart van Nederland. Deze heeft een duidelijk overzicht over de aanwezigheid van groengebieden voor de te creëren route en is hiermee de derde belangrijke factor in het onderzoek.

De verschillende filters van de AtlasLeefomgeving gefocust op Utrecht. Links de geluidskaart, in het midden de kaart met info over luchtkwaliteit, rechts de groenkaart.

De gezondste fietsroute

Na in de provincie Utrecht de verschillende factoren en atlaskaarten naast elkaar gelegd te hebben, is geconcludeerd dat de gezondste fietsroute in de provincie Utrecht start in Bunnik, via Werkhoven en Odijk terecht komt in Zeist, om vervolgens te eindigen in Bunnik.

De concentratie van stikstofdioxide op de gecreëerde route.

Bovenstaand is de route weergegeven met de toegepaste Stikstofdioxide-filter op de AtlasLeefomgeving. Te zien is dat alleen de uitstoot A12, die door de route heen loopt voor enig stikstofoverlast zorgt. De concentratie in grijze gebied, is bijna twee keer zo laag als in de binnenstad van Utrecht.

De route overlapt het gebied met het minste geluidsoverlast in Utrecht en een groot deel van de route valt in een aangewezen stiltegebied. Een stiltegebied is een gebied dat zo stil mogelijk gehouden wordt en waar alleen gebiedsonderhoudend geluid is toegestaan.

De fietser van deze route heeft ook aan groen geen gebrek. Rondom de route bevinden zich tal van weilanden, bomen en andere vormen van groen, die te zien zijn op de gebruikte groenfilter van de AtlasLeefomgeving.

Stippel zelf je route uit

Hoewel de interactieve kaartentool nog niet over de mogelijkheid bezit om zelf een route te importeren, kun je wel zelf een route uitstippelen en deze globaal vergelijken met de atlaskaarten. Probeer het uitstippelen van een route zelf, met bijvoorbeeld deze routeplanner van de Fietsersbond (Hyperlink) en vergelijk deze vervolgens met de verschillende atlaslagen in de tool hieronder.

Theory of Change

Onze eindopdracht hebben we gemaakt voor de vredesorganisatie PAX. PAX is een organisatie die internationale politieke en maatschappelijke vredesprocessen bevordert. De bescherming van burgers staat centraal in het werk van PAX. Het team Protection of Civilians is een verantwoordelijkheid die alle onderdelen van een vredesmissie, civiele, militaire en politiële functies omvat. 

Voor het team Protection of Civilians dienen wij het al bestaande document Theory of Change om te toveren naar een acceptabel overzicht met logo’s en visualisaties, aangevuld met data uit het Annual Report 2019. In de Theory of Change is de logica van het werk van PAX vastgelegd. PAX verzamelt door middel van enquêtes (Human Security Survey) data over veiligheid in conflictgebieden. Het is aan ons de opdracht om die data te analyseren en te presenteren in de vorm van een aantrekkelijke infographic volgens de PAX-huisstijl. 

Wat betreft de data wordt deze verwerkt en verantwoordt door middel van referenties met betrekking tot gebruikte bronnen. Tevens voeren wij een kwalitatieve verdieping uit, waarbij wij deskresearch en literatuuronderzoek verrichten. Via een gebruikersonderzoek ontvangen wij feedback van het team om tot een zo gewenst mogelijk product te komen. 

De opdracht heeft zich uiteindelijk geresulteerd in een tweezijdig document op A4-formaat, zodat dit eenvoudig te delen is in vergaderingen, bijeenkomsten en mailverkeer. De voorzijde betreft een re-design, op het gebied van graphics, van de Theory of Change in de volledige stijl van de huisstijlgids van PAX. De Theory of Change omvat strategische doelstellingen en de manier waarop PAX deze strategische doelstellingen wil bereiken. De achterzijde betreft een ondersteunde dataweergave van de Human Security Survey (HSS). Met deze enquête worden gegevens verzameld over ervaringen van burgers in conflictsituaties. 

PAX is uiteindelijk zeer tevreden met het resultaat, en heeft dan ook aangegeven dat het product wordt uitgedeeld in de eerstvolgende vergadering. Daarnaast wordt het product gestuurd naar collega’s in Zuid-Soedan. Dat onze infographic nu intern gebruikt wordt voor het verbeteren van de dienstverlening is iets waar wij positief op terugkijken. 

Anders werken aan opgaven in het landelijk gebied

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) doet een lerende evaluatie naar het Interbestuurlijke Programma Vitaal Platteland. Allemaal ingewikkelde en vage termen. Daarom maakten wij, vier studenten, voor het PBL een animatie die alle termen verduidelijkt.

Het PBL

Onze opdrachtgever is het Planbureau voor de Leefomgeving, afgekort het PBL. Het PBL houdt zich bezig met strategische beleidsanalyses op het gebied van milieu, natuur en ruimte. Hiermee draagt het PBL bij aan de kwaliteit van afwegingen door de politiek. Dit doen ze door het uitoefenen van verkenningen, onderzoeken en evaluaties waarbij een integrale benadering vooropstaat. Het PBL voert zijn taken voornamelijk beleidsgericht uit. Het onderzoek dat het PBL uitvoert wordt zowel gevraagd als ongevraagd en onafhankelijk wetenschappelijk gerechtvaardigd.  

Ons project  

Het project waar we aan hebben gewerkt heet de Lerende Evaluatie Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland. Zoals het blijkt uit de naam is het een project dat lastig is te begrijpen voor buitenstaanders. Om dit probleem op te lossen kregen we de opdracht om het project Lerende Evaluatie Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland te visualiseren in een animatie. De doelgroep zijn ambtenaren die wellicht met dit programma te maken kunnen krijgen.  

Animatie

Onze animatie “Anders werken aan opgaven in het landelijk gebied” is online te bekijken. De animatie is nu nog enkel te vinden met een verborgen link op YouTube. In de zomer publiceert het PBL de animatie samen met een rapport. De animatie mag daarom nog niet openbaar worden vertoont.

Faillissementen 2019: Waar vallen de hardste klappen?

Het totaal aantal faillissementen is sinds 2014 flink afgenomen. Afgelopen jaar (2019) heeft de branche ‘Groot-en detailhandel; reparaties van auto’s’ de meeste klappen gevangen: 937 ondernemingen gingen failliet. Volgens Graydon, specialist in bedrijfsinformatie, is het aantal faillissementen vrij laag te noemen en hoort het erbij dat het met een onderneming soms niet goed afloopt. Zeker in een land met zoveel ondernemers.

In het jaar gingen er in totaal 2.531 bedrijven failliet. De meeste faillissementen vielen in Zuid-Holland en in Zeeland gingen de minste bedrijven failliet.