Hoog percentage rokers & de gevolgen blijven zichtbaar. Stop zo snel mogelijk!

Onze ouders, leraren, jeugdjournaal en moffel en piertje van koekeloere hebben geen woord tegen ons gelogen over roken, want wat blijkt? Roken is anno 2020 nog steeds best wel schadelijk voor de gezondheid.

Je kent het wel, je bent een avondje drinken met je hippe vriendinnetjes die coole petjes dragen en na alweer zo een lekker huiswijntje van de Spagheteria besluit je van je beste dinnetje een sigaretje te bietsen. Je bent nou eenmaal jong en je wil wat.
Of de kinderen liggen een uur eerder dan gepland in bed en je besluit tijdens de hond uitlaten even een peukie op te steken. Wat kan roken nou voor kwaad? Bram van de voetbalclub die rookt al jaren maar die heeft afgelopen jaar in zijn midlife-crisis nog zo een heerlijke ludieke foto op facebook online geplaatst waarin te zien was dat hij vrolijk is gefinished na de Mudmaster run/challenge of iets dergelijks. Dus die paar sigaretten die jij rookt op een dag zullen jou vast ook niet tegenhouden om op je vijfentachtigste nog vrolijk achter de kleinkids aan te rennen in Monkey town. Want dat roken slecht voor je is dat vertel je enkel aan kinderen en tieners die nog te jong zijn om eigen goed overwogen beslissingen te maken. Jij bent oud genoeg om al dat advies van vroeger lekker te negeren, en dat is een goed overwogen beslissing geweest.

Nou wat blijkt? Er bestaat wel degelijk een correlatie tussen het aantal rokers per GGD-regio en het aantal ziekenhuisopnames voor luchtweg tumoren. Zoals op de onderste kaart is af te lezen kun je zien dat de regio’s die meer rokers hebben ook vaak meer ziekenhuisopnames hebben.



Als het om roken gaat is het volgens Jellinek nog vooral een young man’s game. Volgens Jellinek heb je namelijk de meeste kan om te roken als je een man bent tussen de 20 en 24 lentes jong. Wellicht dat er daarom ook zo een hoog percentage rokers te zien is in de studentensteden Amsterdam, Rotterdam en Groningen.

Dus als je ooit de droom van coole opa of oma wilt verwezenlijken dan is het wellicht tijd om na te denken om te gaan stoppen met roken en wellicht een coole tatoeage te nemen.

Wilt u stoppen met roken? Sinds 1 januari 2020 kunt u een cursus 100% vergoed krijgen uit de basisverzekering, kijk op ikstopnu.nl voor meer info.

Bron: GGD
Bron: Jellinek

Doodsoorzaak: psychische stoornissen

In de afgelopen 20 jaar is de doodsoorzaak door psychische stoornissen enorm toegenomen. Wel 8% van het totale aantal doodsoorzaken in Nederland in 2019 komt door psychische stoornissen. Dit is een enorm groot deel, want dit betekend dat 1 op de 12 van de doodsoorzaken komen door psychische stoornissen. Maar hoe komt dit nu eigenlijk? En waar zijn deze aantallen het hoogst?

Bovenstaande kaart laat de aantallen van de doodsoorzaak door psychische stoornissen zien

Wanneer we gaan kijken naar de totale aantallen doodsoorzaken door psychische stoornissen zien we dat in het jaar 1996 ten opzichte van het jaar 2019, de aantallen in Flevoland 6 keer zo groot zijn geworden met een aantal van 152. In Zuid-Holland zijn de aantallen in deze periode 2,7 zo groot, met een aantal van 2650. Het gemiddelde in Nederland is in deze periode, 3 keer zo groot geworden met een totaal aantal van 12.725.

De vraag die we ons hierbij kunnen afvragen is, waarom zijn er in Flevoland zo weinig doden in vergelijking met Zuid-Holland? En hoe komt het dat de aantallen tegenwoordig zo hoog zijn?

Wanneer we gaan kijken naar de grootte in stijgingen door de jaren heen, zien we dat de bevolking in 1996 in Zuid-Holland, 12 keer groter is in vergelijking met Flevoland. In 2019 is dit 8,8 keer zo groot. De doodsoorzaak door psychische stoornissen in Zuid-Holland in 1996 is 40 keer zo groot als Flevoland. In 2019 is dit 17 keer. Hieruit kunnen we afleiden dat de stijging in het aantal doden groter is dan de stijging in bevolking.

Dat de hoeveelheden van het aantal doden door deze oorzaak in Zuid-Holland zo hoog lijken in vergelijking met Flevoland is makkelijk te verklaren. In eerste instantie lijkt het alsof in Flevoland deze doodsoorzaak weinig voorkomt, maar niets is minder waar. Per 1000 inwoners zijn de aantallen doodsoorzaken door psychische klachten in 2019, 0,41 in Flevoland. In Zuid-Holland zijn dit er 0,71 per 1000 inwoners. Deze aantallen zijn in Zuid-Holland 1,7 keer zo hoog. Alsnog is dit een groot verschil, maar niet zo groot als het verschil tussen de totale aantallen doodsoorzaken door psychische stoornissen. Het verschil tussen de twee provincies in 2019 is namelijk dat Zuid-Holland 17 keer zoveel doden heeft door deze oorzaak.

Deze stijging in bevolkingsaantallen door de jaren heen staat niet gelijk aan de stijging van het aantal doodsoorzaken door psychische stoornissen. De vraag is dus nog steeds, hoe komt het dat deze aantallen zo hoog zijn en zo hard zijn gestegen?

Precies zullen we het nooit weten, maar velen wijten deze aantallen aan de groei van de technologie. Vooral onder jongeren zien we een flinke stijging in de aantallen. Het RIVM meldt dat onderwerpen als prestatiedruk, de rol van sociale media en het leenstelsel hierbij ter sprake komen.

Simone Helgers, Lars de Nijs Bik

Bron: RIVM, CBS, CBS

Hoe schoon is onze lucht?

De laatste jaren rijden er steeds meer auto’s rond, wordt er meer gebouwd en meer gevlogen. Dit heeft allemaal gevolgen op de kwaliteit van onze lucht. Een vervuilde lucht betekend niet direct dat mensen hier klachten van krijgen maar een hoog concentraat fijnstof in de lucht is wel schadelijk.

Volgens o.a. het longfonds is fijnstof de oorzaak van longziektes zoals Astma en COPD. Op de onderstaande kaart zijn de gegevens over het fijnstof gehalte weergegeven, hier zijn ook de verschillende meetstations op geplot en het percentage Astma en COPD patiënten per GGD regio.

Gegevens van de GGD-regio’s zijn van tussen 2017-2019. Gegevens per meetpunt zijn van 2019.

Volgens het RIVM mag jaarlijks gemiddelde de grens van 40 µg/m3 (meetwaarde fijnstof) niet overschreden worden. Het WHO adviseert daarentegen een gemiddelde jaarlijkse waarde van 20 µg/m3. De 20 µg/m3 wordt gezien als de onderste waarde, het aantal overschrijdingsdagen van de onderste waarde is ook weergeven op de kaart.

Er is dus een verschil tussen wat het WHO adviseert ten opzichte van het RIVM adviseert. Als Nederland de waarde van het WHO zouden aanhouden gaan wij vaak over de grens heen. In Utrecht waren er in 2019 zelfs 91 overschrijdingsdagen, vanuit het oogpunt van het WHO advies.

Wat opvalt aan de kaart is dat bij de GGD-regio van Kennemerland een hele hoge gemiddelde dagwaarde aan fijnstof is, maar liefst 32µg/m3 . Als we dit vergelijken met het advies van het WHO zou dit dus geen goede plek zijn wat luchtzuiverheid betreft. Kijk je verder naar de dagwaarden dan zal je ook zien dat er erg veel gebieden zijn waar de gemiddelde waarde al boven het advies van het WHO zit. Hetgeen wat daar dus voornamelijk in de lucht hangt, is ongein voor longen.

Als we de kans op longziektes willen verlagen moeten we met z’n alle pleiten voor een betere luchtkwaliteit in Nederland, anders zal de kaart steeds roder gaan kleuren. Tot die tijd is het aan Astma en COPD patiënten om het heft in eigen handen te nemen. De interactieve kaart geeft aan dat de regio’s Zuid-Limburg, Overijssel en Zeeland de meest geschikte en lucht-zuivere plekken zijn om te leven.

Drankoverlast hand in hand met drank gebruik?

Een lekker biertje, wijntje of een shot wodka op z’n tijd, veel Nederlanders houden ervan; alcohol. Maar, bij alcoholgebruik komt helaas ook alcoholmisbruik om de hoek kijken. Alcoholmisbruik leidt vaak ook tot andere problemen, waaronder overlast.

Nu rees bij ons de vraag; is er in gemeenten waar meer alcohol wordt gedronken, nou ook meer overlast gemeld? Zijn het de “ervaren” drinkers die overlast veroorzaken of juist mensen die alcohol niet gewend zijn. Wij zochten het voor je uit!

In de zoektocht naar het antwoord op onze vraag kwam data van de Politie op ons pad. Jaarlijks biedt de politie inzicht in het aantal meldingen van overlast, zowel zichtbaar op provinciaal als gemeentelijk niveau. Kijkend naar deze gegevens per provincie, valt meteen op dat er met name veel meldingen worden gedaan in Zuid-Holland. Dit is niet zo zeer verrassend, met steden als Den Haag, Rotterdam en studentenstad Leiden wordt er in deze provincie natuurlijk veel drank genuttigd. Provincies Limburg, Noord-Brabant, Overijssel en Gelderland zijn qua inwonertal te vergelijken en in aantal meldingen weinig verschillend. Hetzelfde geldt voor Zeeland, Flevoland, Groningen en Friesland.

Wanneer we de cijfers per 100.000 inwoners bekijken, is direct zichtbaar dat Groningen toch niet zo rustig is als op het eerste gezicht. In vergelijking tot andere provincies vinden hier per 100.000 inwoners erg veel overlast meldingen plaats.

Los van de provincie Groningen zijn er niet veel bijzonderheden. Maar, wat gebeurt er wanneer we deze cijfers afzetten tegen het drankgebruik van de inwoners van deze provincies. Om een gedetailleerder beeld te geven.

In bovenstaande grafiek is zichtbaar hoeveel inwoners per gemeente zich houdt aan de alcoholrichtlijn. Deze richtlijn beschrijft het niet drinken van alcohol of maximaal 1 glas per dag. Deze percentages zijn afgezet tegen het aantal overlast meldingen in verband met alcohol of drugs. De verwachting is dat wanneer het percentage richtlijn-drinkers hoger is, het aantal overlast meldingen laag blijft en vice versa.

Opvallend genoeg zien we in het oosten van Nederland het tegenovergestelde gebeuren. Weinig inwoners van gemeenten daar houden zich aan de alcohol-richtlijn. Neem als voorbeeld de gemeente Tubbergen, hier houdt slechts 28% van de drinkers zich aan de richtlijn. Toch is het aantal overlast-meldingen in deze regio gering. Slechts 6 meldingen in heel 2016. Deze trend is tevens zichtbaar in een groot deel van Noord-Brabant. Maar, is daar een specifieke reden voor?

Echt definitieve redenen zijn er niet voor geregistreerd. Data laat niet zien dat ooster- en zuiderlingen de alcohol beter aankunnen. Maar, in vergelijking tot de randstad zijn er wel redenen te bedenken.

Zo zijn er hoogstwaarschijnlijk minder toeristen te vinden in deze gebieden, dit zorgt al voor een flinke vermindering van overlast. Buurtbewoners voelen namelijk een verantwoordelijkheid naar elkaar toe en proberen zich ten alle tijden nog enigszins te gedragen. Toeristen kennen de buurt niet en voelen zich dus vaker vrij om zichzelf te laten gaan.

Een tweede reden is de bevolkingsdichtheid. In de randstad wonen mensen veel dichter op elkaar dan in het zuiden en oosten van ons land. Het wordt dus sneller opgemerkt en gemeld wanneer mensen zich misdragen naar aanleiding van alcohol of drugs. Je bent in het oosten en zuiden van Nederland simpelweg minder mensen tot last wanneer de alcohol en/of drugs iets te ver naar je hoofd zijn gestegen.

Kortom; ben jij 4e jaar student met de ambitie om een huis te kopen? Dan is een woning in Overijssels of Noord-Brabant zo gek nog niet. De kans dat je mensen tot last bent is klein en dus is een feestje op z’n tijd in een van deze twee provincies vast geen probleem.

Ik zeg Ja. En jij?

In Nederland geldt sinds 1 juli 2020 de nieuwe donorwet. Dit houdt in dat het systeem van opt-in naar een opt-out systeem is gegaan. Voorheen werd je alleen als donor in het systeem gezet als je dit zelf aangegeven hebt. Tegenwoordig sta je in het systeem als ‘geen bezwaar’ tenzij je iets anders aangeeft.  
 

Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek waren er in 2019 13,3 miljoen inwoners 18 jaar of ouder. Zij staan sinds 1 juli allemaal in het donorregister als ‘geen bezwaar’. Op 1 juni 2020 hebben 3,9 miljoen mensen aangegeven donor te willen zijn, in 2014 waren dit er 3,4 miljoen. 2,5 miljoen mensen staan geregistreerd als niet donor en 795 duizend mensen noteerden dat ze de beslissing aan iemand anders over laten.  

Op de kaart is het verloop te zien van het percentage vastgelegde keuzes van ‘geen toestemming’. In 2014 is de regio de Neder-Betuwe met 17% de koploper als het gaat om ‘geen toestemming’. Daarop volgen Ridderkerk (16%), Tholen (16%) en Gorinchem (16%). In 2019 staan deze 4 regio’s nog steeds bovenaan. Dit is geen toeval. Deze 4 regio’s liggen allemaal middenin in de biblebelt, een strook door Nederland waar relatief veel gereformeerde christenen wonen. Daarnaast is opvallend dat in Twente meer mensen in het donorregister staan als ‘geen bezwaar’.  Dit kan worden verklaard doordat het ZG Twente aan elke patiënt vraagt of ze in het donorregister staan.

Toekomst
Elke Nederlander vanaf 18 jaar krijgt een oproep om zich te laten registreren in het donorregister. Wanneer dit na herhaalde oproepen nog niet gedaan is word je geregistreerd als ‘geen bezwaar’. De invoering neemt dus nog enkele jaren in beslag. Aankomende jaren wordt door het donorregister verwacht dat het aantal registraties van ‘geen toestemming’ flink zal toenemen ten opzichte van het aantal registraties ‘geen bezwaar’.   

Nog geen keuze gemaakt? Vul hier uw keuze in.

Bron: CBS en NierNieuws

Auteurs: Jochem Bosboom en Demi Spaargaren 

Zorgt een grotere afstand tot de sportschool ook voor een hoger BMI?

Wij zijn zwaarder dan ooit. Maarliefst de helft van alle volwassen Nederlanders heeft overgewicht en 15% daarvan heeft zelfs obesitas, blijkt uit de zorgwekkende cijfers van het CBS. Wat is de oorzaak van deze trend en wat kunnen we doen om het tij te keren?

Op elk nieuwjaarsfeestje hoor je het langkomen, een vriend of familielid wilt gaan afvallen. 20 jaar geleden lag het percentage mensen met obesitas nog op 5,5%, inmiddels is dit verdrievoudigd. Hoe moeilijk is het nou om van de overtollige kilo’s af te komen? De meeste mensen kiezen ervoor om hun afval-avontuur te starten in de sportschool. Toch kan een sportschool op korte afstand vinden nog knap lastig zijn.

Voor dit onderzoek hebben wij het aantal sportaccommodaties vergeleken met het percentage overgewicht en obesitas per gemeente. Om even een duidelijk beeld te geven, bij de term overgewicht is het BMI 25 of hoger, bij obesitas ligt het BMI boven de 30. Op het eerste gezicht zie je dat in de kaart het aantal mensen met overgewicht nog best wel kan verschillen met het percentage obesitas per gemeente. Hoe komt dit? Om hier achter te komen gaan we er wat dieper in duiken.

Als eerste zie je dat het aantal sportaccommodaties per gemeente nog erg tegenvalt. Per gemeente zijn er vaak maar weinig sportaccommodaties, waardoor een groot percentage van de bevolking eerst een stuk moet reizen voordat ze kunnen gaan sporten. Wanneer je alleen beschikt over een fiets, kan het vinden van een geschikte sportaccommodatie dus nog vrij lastig zijn.

Wanneer je wat beter de twee kaarten obesitas en overgewicht vergelijkt, kun je wel een verschil zien. Bij het overgewicht, zie je dat het percentage over vrijwel het hele land verdeeld ligt. In Heerlen en Bergen is het percentage overgewicht vrij hoog, terwijl dit in Zeeland en Groningen ook het geval is. Echter, wanneer je naar het percentage obesitas gaat kijken, zie je dat dit bovenin Nederland een stuk hoger ligt dan in de rest van het land. Hierbij valt al meteen op dat het percentage obesitas in veel gemeentes een stuk hoger is, waar er maar 1 sportaccommodatie is. Dit terwijl er in de rest van het land een stuk meer mogelijkheden zijn om te gaan sporten.

Hieruit kun je concluderen dat niet alleen het percentage obesitas in de provincies Drenthe, Friesland en Groningen een stuk hoger ligt, maar ook dat het aantal sportaccommodaties per gemeente hier schrikbarend weinig is. Mensen die dus weinig beschikking hebben tot het openbaar vervoer of een auto, zullen minder snel de stap maken om naar een sportaccommodatie te gaan. Kortom, het aantal sportaccommodaties kan wel degelijk bijdragen aan het percentage overgewicht en obesitas. Nu hoeft dat natuurlijk niet de enige reden te zijn dat mensen met overgewicht kampen, maar het kan wel een belangrijke indicatie zijn. Tijd voor meer sportaccommodaties dus!

Hé kan het wat zachter?

In dit artikel gaan we kijken naar geluidsoverlast door wegverkeer. We vergelijken de data van geluidsoverlast in de grotere agglomeraties met de 10 drukste knooppunten op de Nederlandse snelwegen. We kijken welke verbanden tussen deze twee onderwerpen bestaan en of er verassende uitkomsten zijn.

Vanaf 1979 is de Wet geluidhinder van kracht. Deze wet hanteert een tijdslot waarin minder overlast is toegestaan. Deze overlast wordt gemeten in decibel en is terug te zien in de visualisatie door van ‘Etmaal’ (geluidoverlast per etmaal berekend over een jaar) naar ‘Een nacht’ (geluidoverlast berekend over een nacht) te switchen.

Bij het aanleggen van knooppunten komen maatschappelijke richtlijnen kijken. In Flourish hebben we de gehoorschade per agglomeratie gevisualiseerd. Deze data betreft enkel de agglomeraties met meer dan honderdduizend inwoners. Vervolgens hebben we punten toegevoegd die de top 10 drukste knooppunten van Nederland symboliseren. Zoals verwacht gaat veel geluidoverlast samen met drukke snelwegen. Maar er zijn ook een paar minder voor de hand liggende uitkomsten. Zo zijn er in de achterhoek en in Groningen ook veel registraties van geluidhinder.

Gemeente Groningen geeft aan dat er erg veel geluidoverlast is door verkeer, spoorwegen en industrie. De agglomeratie Groningen heeft bovengemiddeld veel verkeer in vergelijking met andere agglomeraties in Nederland. Naast de verkeersknooppunten wordt hier door de gaswinning al geluidhinder veroorzaakt.

Als laatste willen we de volgende opvallende data aanduiden. Namelijk dat in de achterhoek de omgeving Enschede, Hengelo en Almelo ook veel hinder wordt ervaren terwijl dit buiten onze knooppunten relatie valt. Wat blijkt is dat door een combinatie van een slecht wegdek en vele steden die langs provinciale wegen liggen er veel overlast is in de regio. We hebben ook gekeken naar geluidsklachten door andere redenen maar dit lijkt mee te vallen.

Concluderend is geluidoverlast veelal kwalijk te nemen door het verkeer. Met de huidige wetgeving wordt rekening gehouden met de burger, maar altijd groeiende industrie brengt geluidsoverlast met zich mee. In verlenging hiervan raakt de randstad vol en zijn meer werknemers gedwongen op en neer te rijzen naar hun werklocatie. Hierdoor worden knooppunten ook knelpunten van de Nederlandse snelwegen. Nederlanders in de buurt van deze knooppunten ervaren gemiddeld meer overlast door verkeer. Met een aantal niet verkeer-gerelateerde uitschieters van geluidhinder zoals Groningen en de achterhoek.

Bronnen: Pointer, wetten.nl – Wet geluidhinder, Gemeente Groningen

Het leven van 5G gekkies

Er is een grote groep in Nederland die zich zorgen maakt om 5G zendmasten. Zij zijn bang dat de straling van de nieuwe zendmasten, invloed heeft op onze gezondheid. Zij vinden dat er op dit moment te weinig onderzoek is gedaan naar 5G en dat het daarom onverantwoord is om 5G te implementeren. 

Binnen deze groep heb je ook nog te maken met complotdenkers. Zij zijn er van overtuigd dat de straling van 5G te maken heeft met de verspreiding van het corona virus. Beter bekent als 5G gekkies. Je herkent deze mensen aan hun aluminiumhoedjes en hun actieve lidmaatschap binnen een Facebook groep met de naam ‘ANTI 5G’ of ‘STOP 5G’.

De 5G gekkies doen er dan ook graag alles aan om ervoor te zorgen dat wij Nederlanders gezond blijven. Daarom gaan zij er in de nacht graag op uit met een jerrycan en een lucifer, met het doel om alle 5G zendmasten in de fik te zetten. Nadat de eerste zendmasten afgebrand waren, kregen ze het nieuws dat deze zendmasten nog niet in gebruik waren. Maar goed, wellicht hadden zij de gedachten; ‘liever voorkomen dan genezen’. De strijd tegen de 5G zendmasten ging door, want op dit moment zijn er namelijk al 12 zendmasten afgebrand.

In de Facebookgroepen stellen de 5G gekkies elkaar op de hoogte van nieuwe complotten en delen zij de locaties van zendmasten. Zo kunnen zij gezamenlijk afspreken wie die volgende zendmast in de fik mag steken. 

En om het doel te behalen, is het is belangrijk om te weten waar de 5G zendmasten staan. Op dit moment is de overheid aan het testen met 5G zendmasten. Deze masten staan verspreidt over bepaalde plekken in Nederland. De locaties van de test-zendmasten is te vinden op antennenkaarten.nl. Maar om de 5G gekkies hun kostbare tijd te besparen kunnen zij aan de hand van de volgende infographic hun nieuwe targets gemakkelijk lokaliseren. Daarnaast kunnen ze ook zien waar de meeste ‘anti 5G’ Facebook leden te vinden zijn. Zo kunnen ze in contact komen met elkaar, om de volgende vuurdans te bespreken onder het gemak van een kopje koffie. 

Zouden de 5G gekkies doorhebben dat ze zelf ook gebruik maken van zendmasten om met elkaar te communiceren?

Mocht je nou interesse hebben in meer informatie over 5G straling, of wil je zelf graag een 5G gekkie worden? Dan weet je nu waar je de meeste medegelovige kunt vinden en welke zendmasten je niet meer hoeft te bezoeken.

Auteurs: Annoëlle van Hooff & Joyce van Grinsven

Bronnen: Algemeen Dagblad | Volkskrant | Brabants Dagblad | Facebook | Antennekaart | Stalingsbewust

Steeds meer drugsoverlast, waar blijft de wietpas?

Al enkele jaren is er een opvallende trend bezig waarbij drugsoverlast in vrijwel alle gemeentes stijgt. Maastricht heeft echter haar drugsoverlast weten terug te dringen door drugstoeristen te weren. Zou dit een mogelijke oplossing zijn voor andere grote toeristische steden zoals Amsterdam?

In de onderstaande interactieve landkaart is af te lezen hoe de drugsoverlast zich in de verschillende gemeentes zich heeft ontwikkeld in de afgelopen acht jaar. Wat opvalt in de ontwikkeling is dat in vrijwel alle gemeentes de overlast door drugsgebruik is gestegen. In heel Nederland steeg het aantal meldingen van 19.835 in 2012 naar 40.154 meldingen in 2019 volgens de cijfers van de politie. De politie registreert deze cijfers al jaren op dezelfde manier. De stijging van het aantal meldingen van overlast is waarschijnlijk te wijten aan het stijgend aantal drugsgebruikers in Nederland. Het stijgende aantal incidenten komt namelijk overheen met de trend die het Trimbos Instituut het afgelopen jaar waarnam. Uit deze trend blijkt namelijk dat het drugsgebruik in Nederland onder zowel inwoners als toeristen het afgelopen jaar is gestegen. Een toename van drugsoverlast zou hier een logisch gevolg van zijn.

Ondanks deze stijgende trend is er één gemeente waarbij de overlast van drugs juist zeer sterk is afgenomen. In de gemeente Maastricht daalde het aantal meldingen van drugsoverlast met maar liefst 67,5%  van 2932 meldingen in 2012 20 naar 951 meldingen. Hoe heeft de gemeente deze ‘overwinning’ voor elkaar gekregen?

De overwinning van de gemeente Maastricht valt goed te verklaren, omdat de gemeente eind 2012 besliste dat buitenlandse drugstoeristen geen wiet meer mogen kopen in de plaatselijke coffeeshops. Hierdoor zijn de coffeeshops alleen nog toegankelijk voor mensen die woonachtig zijn in Maastricht.

Zou deze maatregel dan ook een positieve invloed kunnen hebben binnen andere gemeentes die te maken hebben met veel drugsoverlast? Neem bijvoorbeeld Amsterdam, hier steeg de overlast van drugs de afgelopen jaren met 155%. Volgens de politiecijfers is de overlastpleger bij ongeveer de helft van de meldingen een buitenlandse toerist. Daarnaast meldt ook het Trimbos Instituut dat zij een toename signaleren van het aantal buitenlandse toeristen dat drugsgebruiken in onze hoofdstad. Het aantal incidenten zou dus al gehalveerd kunnen worden door het weren van buitenlandse drugstoeristen in coffeeshops.

Natuurlijk is een realistische kanttekening hierbij dat de toeristen hierna op de hoek van de straat hun drugs kopen en hierdoor weer overlast veroorzaken. Echter blijkt uit de ervaringen van de gemeente Maastricht dat dit illegale circuit toeristen toch wel afschrikt.

Kortom een mogelijke verandering in het coffeeshopbeleid van de gemeente Amsterdam, waarbij net als in Maastricht drugstoeristen geweerd worden, zou dus mogelijk kunnen bijdragen aan de afname van het aantal overlastincidenten waarbij drugs in het spel is.

Bronnen:
https://data.politie.nl/#/Politie/nl/dataset/47021NED/table?ts=1601292186449
https://www.trimbos.nl/kennis/drugs

Vaker diabetes op plekken met weinig sportscholen?

Veel factoren kunnen invloed hebben op het ontstaan van diabetes. Denk bijvoorbeeld aan een specifiek voedingspatroon; te veel verzadigd vet of onvoldoende voedingsvezels. Uit onderzoek van Volksgezondheid en Zorg blijkt dat ook lichamelijke inactiviteit de oorzaak kan zijn van deze ziekte. Je zou dus verwachten dat op de plekken waar men weinig sportscholen heeft, diabetes vaker voorkomt. Maar is dat nu echt zo?     

Om bovenstaande vraag in kaart te brengen is gekeken naar het aantal fitnessclubs per provincie. Hiervoor worden de bekendste sportscholen in Nederland gebruikt, namelijk Basic Fit en Fit For Free. Van deze absolute aantallen zijn relatieve cijfers gemaakt, door het aantal sportscholen te combineren met de bevolkingsgrootte in iedere provincie.  Zoals te zien in de visualisatie hieronder heeft Limburg veruit de meeste sportscholen (afgerond 18 per 100.000 inwoners) en heeft Gelderland de minste (ca. 1 sportschool per 100.000 inwoners).  

Het aantal diabetespatiënten wordt berekend door te kijken naar het aantal mensen dat medicijnen gebruikt tegen diabetes per 1.000 zorgverzekeringswet-verzekerden. In Rotterdam en de Haaglanden (Zuid-Holland) is te zien dat er meer dan 60 van deze gebruikers per 1.000 zvw-verzekerden zijn. Dat maakt het gemiddelde van Zuid-Holland erg hoog. De provincies Groningen en Flevoland behoren ook tot de hoogste categorie. Deze provincies liggen boven het landelijk gemiddelde (van 47,8), terwijl de overige provincies onder het landelijke gemiddelde liggen.  

Het is opvallend dat Limburg zoveel fitnessclubs heeft ten opzichte van het aantal inwoners. De provincies met minder dan een miljoen inwoners hebben namelijk meestal niet meer dan 10 sportscholen, terwijl Limburg er 20 heeft. Dat zou volgens bovenstaande theorie moeten betekenen dat er daar over het algemeen minder vaak diabetes voorkomt. Helaas is niets minder waar. Het aantal diabetesmiddelengebruikers ligt daar namelijk rond het gemiddelde. Uit onderzoek van Sport en Bewegen in cijfers blijkt dat er in Limburg over het algemeen ook de minste clublidmaatschappen afgenomen worden. Je zou hieruit kunnen concluderen dat de sportscholen in Limburg vrij weinig worden gebruikt, waardoor het aantal diabetespatiënten niet minder is zoals verwacht.  

Op de hoofdvraag ‘komt er vaker diabetes voor in provincies met weinig sportscholen?’ is dus geen concreet antwoord te geven. Sterker nog, op veel plaatsen varieert het aantal diabetespatiënten niet heel erg van elkaar, ongeacht of daar veel/weinig fitnessclubs gevestigd zitten.  

Auteurs: Laura Vernooij en Lauryn Stadhouder 

Bronnen:Basic FitFit For FreeCBSSport en Bewegen in cijfers en Volksgezondheid en Zorg