De Nederlandse economie in Europees contrast

Vaak wordt aangenomen dat de Nederlandse economie op rolletjes loopt ten opzichte van de rest van de Europese landen, hoe zit dat daadwerkelijk wanneer er een vergelijking wordt gemaakt op het gebied van koopkracht met de rest van Europese landen?

Nederland heeft in de beginjaren van deze eeuw een spurt gemaakt ten opzichte van de overige EU-landen. Na de economische crisis van 2008 is het Nederlandse BBP per hoofd in 10 jaar tijd nauwelijks gestegen (Koopkracht van 36,7% naar 39,9%). Opvallend is dat overige West-Europese landen, die in 2008 een relatief lager BBP hadden dan Nederland in die tien jaar wel een forse stijging hebben laten zien. Denk hierbij aan landen als Duitsland en Oostenrijk.

Oost-Europese landen hebben de grootste groei laten zien over de afgelopen 18 jaar, waar een duidelijke groei te zien bij landen die in 2004 de Europese Unie betraden. Dit zijn Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.

Scandinavische landen zijn in alle jaren koploper op het gebied van BBP per hoofd. Deze landen laten wel een lineare stijging zien per jaar, maar de stijging is relatief minder dan bij de Oost-Europese landen.
Ook is uit de grafiek te begrijpen dat landen die de Euro niet als valuta hebben, een relatief hogere koopkracht hebben.

Italie, Spanje, Griekenland waren dalende na 2008. Italie en Spanje hebben de economie weer op de rit, Griekenland heeft nog steeds een lagere koopkracht als in 2007 voor de economische crisis, maar is wel stijgende en onderweg terug.

Te conluderen valt dus dat de Nederlandse economie geen extreme pieken of dalen gekend heeft, ook niet tijdens en na de economische crisis van 2008. Ten opzichte van andere landen blijft de Nederlandse economie stabiel, waar Oost-Europese economieën langzaam maar zeker richting de West-Europese economieën treden,