Ontmoetingen met de innnovators van de (journalistieke) media

Archive for maart, 2006

‘iLiad volgende maand op de markt’

Tijdens de eerste van de reeks lunchmeetings van de School voor Journalistiek was het Eindhovense bedrijf IRex Technologies te gast. Hun ebook-reader iLiad, een draagbaar apparaat waarop je boeken en kranten kunt lezen, komt volgende maand ook daadwerkelijk op de markt.

De Amerikaanse website MobileMag.com noemt een verkoopprijs van 650 euro. Maar de verwachting van IRex is dat de kranten het apparaat in combinatie met een abonnement zullen aanbieden, zoals dit gebeurd met mobiele telefoons. Het apparaat wordt dan wellicht gratis verstrekt bij een tweejarig digitaal abonnement op een krant.

Deze digitale krantenlezer kan continu worden geupdate via een draadloze internetverbinding. Naast de voordelen voor het milieu, brengt het feit dat er geen krant gedrukt hoeft te worden enorme kostenbesparingen met zich mee. 70% van de kosten van een dagblad zijn namelijk productiekosten.

Het volledige artikel op NU.nl
Verslag van de lunchmeeting op De Nieuwe Reporter

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons: Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Maak een notitie op deze pagina met Fleck

De groei naar de toekomst van Uitzendinggemist.nl

Omroep.nl en Uitzendinggemist.nl kennen een enorm toenemend aantal bezoekers. Om meer informatie over die groei en die bezoekers te verschaffen was dinsdag 21 maart William Valkenburg te gast. William is content-manager van beide sites en werkzaam voor de omroepen sinds 2001. Daarvoor was hij als eindredacteur actief voor het consumenten-programma Kassa van de VARA.

Uitzendinggemist.nl bestaat sinds 2000. Destijds was er nog nauwelijks video op het internet beschikbaar, maar voor een kleine groep gebruikers -voornamelijk van kabeldiensten als UPC, @Home en Chello- waren er tv-uitzendingen in relatief hoge kwaliteit (750kbps) op te vragen. Uitzendiggemist.nl fungeert als ‘videotheek van televiesieregistraties’. Klein begonnen vertoont het nu circa 4 miljoen video’s per maand. De rek is er nog niet uit, want elke maand komen er meer dan honderdduizend aanvragen bij. Veel Nederlanders maken er gebruik van: het aantal unieke bezoekers ligt op ongeveer 1 miljoen, alhoewel Valkenburg toegeeft dat dat qua kijkdichtheid eigenlijk nihil is.

Overdag is het vooral audio wat mensen opvragen: radiouitzendingen die populair zijn bij werkenden. Video wordt met name ’s avonds en in het weekend bekeken wanneer er 1,2 tot 1,5 gigabit in bandbreedte geconsumeerd wordt met pieken van ongeveer 4000 concurrent-viewers (mensen die tegelijkertijd naar dezelfde uitzending kijken). De server heeft 15 terabyte capaciteit en huisvest ongeveer 400.000 bestanden.

Zelf beheert Uitzendinggemist.nl geen netwerk, daar is ook geen geld voor. Om toch de content bij de eindgebruiker te krijgen zijn er afspraken met verschillende internetproviders gemaakt om budget voor de content te krijgen.

Technisch gezien loopt internet voor op de aangeboden content, maar omroep.nl speelt een innovatieve rol hierin zegt Valkenburg. Hoewel de bandbreedte voorlopig dekkend is zal in 2009 het netwerk moeten worden opgeschaald. Dit heeft er ook mee te maken dat Uitzendinggemist.nl zich voorlopig nog op de afgelopen zeven dagen (afgelopen week dus) richt. Dit wordt binnenkort -per 1 april- uitgebreid, maar het is niet de bedoeling dan al een database van uitzendingen aan te leggen. Dat zou voor zowel de gebruiker als voor de site te lastig zijn en is een beleid wat de komende jaren vorm zal krijgen.

Per 1 april wordt Uitzendinggemist.nl niet alleen uitgebreid, maar ook vernieuwd. Programmabeschrijvingen zullen aan streams worden gekoppeld en gebruikers krijgen tevens de mogelijkheid op trefwoord naar uitzendingen te zoeken en programma’s ratings mee te geven of persoonlijke voorkeuren te specificeren. In 2010 is het de bedoeling dat alle programma’s standaard ondertiteld zijn. 100 procent ondertiteling dus; een percentage dat nu met 60 procent nog niet gehaald wordt. Dit zal een groot voordeel met zich meebrengen: de zoekfunctie wordt er een stuk beter van omdat de eerder genoemde trefwoorden zich in de ondertiteling bevinden en je dus makkelijk naar een bepaald citaat in de uitzending kunt navigeren.

Verder is nieuw dat Omroep.nl binnenkort in samenwerking met de TU-Delft een experiment begint om ‘related-P2P’ aan te bieden. Het idee hierachter is dat de TU-Delft in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam een applicatie heeft ontwikkeld dat ervoor moet zorgen dat gebruikers elkaar uitzendingen kunnen tonen en aanbevelen, ook weer door een rating-systeem. Als persoon A dus een voorkeur heeft voor Studio Sport, zal persoon B die Studio Voetbal kijkt de aanbeveling krijgen om ook af te stemmen op Studio Sport via Omroep.nl. William Valkenburg noemt zelf als voorbeeld Amazon.com waar gebruikers op boeken gewezen worden die gerelateerd zijn aan het zojuist aangeschafte boek. De bedoeling is dat deze P2P-oplossing gestalte krijgt in een stand-alone applicatie.

Journalistieke waarde hebben de sites volgens Valkenburg vooralsnog niet; daarvoor gaan ze niet diep genoeg, zo zegt hij. Wel zal het, wanneer de volledige archieven van Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid op het net staan, voor journalisten makkelijk zijn dingen terug te zoeken. Ook zal in de toekomst alles digitaal geproduceerd worden voor radio en TV, wat volgens Valkenburg voordelen oplevert zoals tijdwinst, meer kwaliteit en minder foutgevoeligheid.

De toekomst zal tevens behelzen dat journalisten niet meer één enkel product maken, maar dat items ‘recyclebaar’ moeten zijn op meerdere media. Met een nette term wordt dit ‘generieke productie van de content’ genoemd.

De rol van de journalist zal in de toekomst tevens ook niet meer producerend, maar modererend worden, zo verwacht Valkenburg. Door de opkomst van user-generated video en civic journalism -zoals dat nu al in de VS aan de gang is- is de gedachte dat journalistiek (en dus ook TV) éénrichtingsverkeer is, achterhaald. Onder journalisten moet dit toekomstbeeld nog altijd doordringen. Valkenburg merkt zelf ook dat de grote massa onder de tv-journalisten beoogklept is en dat maar een klein deel van de programmamakers initiatief toont om mee te gaan in deze (onafwendbare) trend.

Qua inkomsten teren de sites vooralsnog op overheidsgelden en reclamebanners, maar binnenkort komen er ook spotjes in sommige aangeboden video’s volgens Valkenburg. De kwintessens voor de site richt zich vooralsnog op “de match maken tussen voorkeur en het aanbod”.

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons: Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Maak een notitie op deze pagina met Fleck

Peper: de toekomst om jongeren nieuws aan te bieden?

Krantenconcern Wegener wil jongeren bereiken in de leeftijdscatagorie 20 tot 35 jaar. Daartoe is Wegener (bekend van een groot aantal regionale dagbladen en huis-aan-huisbladen) een platform met jonge ambitieuze denkers begonnen waaruit Peper uiteindelijk is ontstaan. Peper bestaat uit 2 onderdelen: Peper Magazine en Peper Online, waar ook het Peper Digitaal Magazine verschijnt. Op 14 maart kwamen Hille van der Kaa, manager Digitale Media in standplaats Eindhoven en Rogier Eysenmans, van het online-designbureau Born05 langs op de School voor Journalistiek om een lunchmeeting bij te wonen.

Peper bestaat uit 3 onderdelen: Flash (Digitaal Magazine), Print (Peper Magazine) en Internet (Peper Online) en richt zich op jongeren in de leeftijd van 20 tot 35 jaar die geen dagbladen meer lezen en op zichzelf wonen. Voor die mensen wordt er een wekelijkse stadskrant uitgebracht waarbij mobiele diensten aangeboden worden. Het liefst wil Peper alleen digitaal bestaan, maar omdat de beoogde leeftijdsgroep behoefte heeft aan papier brengt men ook de print-versie uit. “De leeftijden hieronder zijn anders opgegroeid, en willen enkel informatie vanaf een scherm.” , legt Van der Kaa uit. De verwachting is dan ook dat in de toekomst, mocht het magazine opgesplitst worden of moeten bezuinigen, dat enkel de digitale versie blijft bestaan.

De reden tot oprichting van de krant was dat de Raad van Bestuur van Wegener de noodzaak zag om een jonge leeftijdsgroep te bedienen die zich had afgekeerd van de traditionele kranten. Drie maanden lang is er gebrainstormd en uit deze sessies is Peper ontstaan: eigenlijk een zogenaamde ‘proeftuin’ van Wegener. De redactie van het magazine bestaat uit een exotische verzameling journalisten, die lang niet allemaal hun roots in de traditionele journalistiek kennen. Zo werkt een ex-producer van Endemol aan het project, werkt er maar één redacteur afkomstig van een dagblad en is de rest van de redactie een samenraapsel van verschillende soorten mensen in de leeftijd van 26 tot 35 jaar.

Opvallend is dat de website en het blad veel naar elkaar verwijzen: zo zijn er in het blad de leukste reacties van de website te lezen en staan er aankondigingen van gebeurtenissen op de site in het magazine vermeldt. Mensen moeten nog wel wennen aan de nieuwe aanpak, zo verklaart Van der Kaa: “Je moet echt fysiek de straat op en mensen verleiden met acties, anders krijg je het blad niet aan de man.”. Inmiddels is het blad verkrijgbaar in o.a. kapsalons, kroegen en kiosken op 156 locaties in Eindhoven. Peper kent ongeveer 6000 abonnee’s, 1000 exemplaren losse verkoop en 4000 bedrijfsabonnementen. Ook de website trekt ongeveer 5000 nieuwe bezoekers per week. Toch draait het project tonnen verlies,” meldt Van der Kaa, “maar dat is ingecalculeerd.”, voegt ze eraan toe om de verbaasde gezichten enigszins tot rust te brengen. “Het plan is dan ook om uiteindelijk twintig steden te bedienen, wat wel een andere organisatie vereist. Wegener denkt over de invulling hiervan nog na.

Het worden wel eerst sowieso vijf steden in Brabant, daarna is het plan om Oost-Nederland te veroveren en misschien gaan we ook nog wat in het westen beginnen.”, vertelt Van der Kaa om het plaatje compleet te maken.

Inhoudelijk is Peper niet te vergelijken met een willekeurige zaterdag-uitgave van een landelijk dagblad: “Waar dagbladen ophouden, beginnen wij. Peper geeft een twist aan het nieuws, waardoor het voor jongeren veel interessanter om te lezen is. Voordeel is dat je de krant in 45 minuten uit hebt. Ook onze reportages zijn anderssoortig; we testen zelf dingen en zoiets doet de krant niet. We pakken de dingen net iets anders aan.”, luidt het verhaal van Van der Kaa. Peper biedt voor nieuws-geïnteresseerden nieuws uit hun stad en biedt daarnaast veel informatie over uitgaan in hun stad. Nogmaals over de leeftijdsgroep: “Wij gaan tot de 35 jaar, hierna gaat men vaak over naar een andere krant. Wij zijn hiervoor het opstapje. Abonnees die 35 worden krijgen dan ook een aanbieding voor een abonnement op een ‘traditionele’ Wegener-krant.”

Op de adverteerdersmarkt lopen de meningen uiteen. Landelijke adverteerders vinden de krant interessant om te adverteren, terwijl er juist gedacht werd dat de lokale adverteerders meer interesse zouden tonen. Sponsoring vind ook plaats, zo verscheen er onlangs een special over de Olympische Spelen in Turijn. Randstad had hieraan meegewerkt en als tegenprestatie verscheen het logo van Randstad bij het artikel. Ook worden er Peper-feesten georganiseerd i.s.m. Bavaria.

Gemikt wordt er niet op studenten. “We richten ons bewust op werkende jongeren. Zij hebben meer geld, dus kunnen zich ook een abonnement veroorloven.”, vertelt Van der Kaa.

Het Digitaal Magazine, de flash-versie, richt zich niet op het nieuws maar meer op de multimedialiteit van Peper. “Vanzelfsprekend krijg je op de beginpagina wel het nieuws te zien, maar de informatie is gelaagd en creëert een andere beleving; je komt in een bepaalde flow.”, legt Eysenmans uit. De bedoeling is dan ook dat de flash-versie een gelaagd verhaal vertelt, waarbij je de site niet verlaat. Dit is niet te vergelijken met nieuws-sites, waar je dit wel vrijwel altijd doet. Het Digitaal Magazine richt zich op een landelijk publiek, voor de site en het print-magazine ligt dat anders, zij zoeken de lokale jongeren op.

Oh ja:

- De naam Peper stamt af van het Engelse “paper”, wat natuurlijk voor “krant” staat.

- Lezers van de krant heten “Yuns” : Young Urban Not Settled.

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons: Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Maak een notitie op deze pagina met Fleck

‘Internetters willen geen mooie verhalen’

De Nieuwe Reporter zwengelt debat over toekomst van de journalistiek aan

“De discussie over de toekomst van de toekomst van de journalistiek wordt in Nederland nog weinig gevoerd”, zegt Martijn de Waal die eind vorig jaar met Theo van Stegeren de site De Nieuwe Reporter in het leven riep. ,,En als het al gebeurt, dan is dat binnen een redactie. Wij willen de vuile was buiten hangen.” Op hun website, per dag goed voor 800 tot 1000 hits, zwengelen zij het debat over de nieuwe journalistiek aan.

Er werd gekozen voor een weblog waarop verschillende freelancers regelmatig berichten over de ontwikkelingen in de media. Van Stegeren vindt dit een geschikt medium om over de nieuwe ontwikkelingen te schrijven. “Om een discussie te voeren, is feedback van lezers belangrijk. In het begin was dat wel even schrikken: mensen schrijven terug. Een groot deel van die reacties is constructief, dat valt me heel erg mee.”

Schuttingtaal
“Om de discussie in goede banen te kunnen leiden”, zo vertelt De Waal, zijn regels opgesteld voor de reacties die lezers kunnen plaatsen. Hij vindt het belangrijk dat de feedback constructief is. “Zodra je weblog groter wordt dan een verzameling intimi, treden er heibelschoppers op. Een weblog houdt niet in dat je zomaar wat kan gaan roepen. Off-topic berichten en schuttingtaal worden bij ons gewist. Het blijft ten slotte wel ons forum en daar gelden onze regels.”

De Waal en Van Stegeren staken hun licht op bij de makers van andere weblogs om advies in te winnen. Van Stegeren: “De weblogbeweging is heel informeel begonnen. Langzamerhand zijn er regels en een verantwoordelijksgevoel ontstaan. We beginnen ons te realiseren dat we een serieuze plek in het medialandschap innemen.”

Veel weblogs hebben tegenwoordig een specifiek thema. De Waal denkt dat daarin ook de toekomst van de journalistiek ligt. “De behoefte aan specialisten die op hun gebied content leveren wordt steeds groter.”

Conservatief
Volgens de makers van De Nieuwe Reporter staan veel journalisten niet open voor nieuwe ontwikkelingen. “Wat dat betreft zijn ze erg conservatief. Neem alleen al een deadline die niet meer om zeven uur ’s avonds is. Deadlines zijn er nu de hele dag door. Als het artikel klaar is, moet een journalist meteen publiceren.”

Volgens Van Stegeren verschilt de manier van schrijven op het internet heel erg met die van de traditionele geschreven pers. Hij vindt dat een lengte van meer dan 1200 woorden ontmoedigt om te lezen. De Waal valt hem bij: “Lezers moeten kunnen ‘scannen’ op bijvoorbeeld de vijf belangrijkste punten. Zelf schrijf ik op een heel andere manier voor het internet dan voor een krant. Ik wil geen ‘mooi’ verhaal schrijven met een sfeervol begin en einde. Bezoekers willen informatie en geen mooie verhalen.”

Publiek
Van Stegeren en De Waal hebben een duidelijke mening over de toekomst van de journalistiek. Van Stegeren: “Communiceren met je publiek wordt steeds belangrijker. Er zit veel kennis bij mensen. Die willen ze kwijt, of ze willen er zelf mee schitteren. Ze willen persoonlijk reageren, en journalisten moeten daarmee om leren gaan.”

Pieter van den Akker
Paul Gersen
Jelle van de Kamp
Dennis de Vries

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons: Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Maak een notitie op deze pagina met Fleck

De Nieuwe Reporter: “Onze taak is het debat organiseren, onderzoek doen, en de informatie toegankelijk maken.”

Het eerste stuk dat verscheen op De nieuwe reporter (DNR) dateert van 5 december 2005. Het begin van een zoektocht naar de toekomst van de Journalistiek. In de korte tijd van haar bestaan heeft ze echter al een groot aantal lezers aan zich weten te binden en hebben veel gerenommeerde journalisten al een bijdrage geleverd. Martijn de Waal en Theo van Stegeren, de eindredactie van DNR, vertellen tijdens de tweede lunchmeeting hun verhaal.

Wat is de nieuwe reporter? Een onafhankelijk platform van debat, zo staat op de site zelf te lezen. Maar volgens initiatiefnemers Martijn de Waal en Theo van Stegeren neigt het naar een langdurig onderzoek voor en door de hele beroepsgroep. De Waal: “We hadden het idee dat er de komende 10-15 jaar veel ging veranderen in de journalistiek.” Kijkend naar Verenigde Staten, waar veel discussie is over het onderwerp, kwam het duo tot de conclusie dat dat hier in Nederland nog nauwelijks het geval was. Ondanks flinke veranderingen in het medialandschap.

“Het was vooral persoonlijke nieuwsgierigheid”, valt Theo van Stegeren bij. “Ik zag allerlei technologische ontwikkelingen voor mijn ogen gebeuren die aan mij voorbij leken te gaan.”

Het idee ontstond in het begin van 2005. Meteen begonnen de makers al na te denken over het ontwerp van de website en werd er subsidie aangevraagd bij onder meer het Bedrijfsfonds voor de Pers. Een van de vereisten was dat het ontwerp zodanig moest zijn dat oude artikelen gemakkelijk bereikbaar bleven.

Hoewel er toch voor de chronologie van een weblog werd gekozen, bleven de artikelen door middel van ‘tags’ geordend op thema. Aan elk artikel worden als het ware één of meer ‘kaartjes’ gehangen, waardoor je ze snel terug kunt vinden. De verscheidene ‘tags’ staan als link bovenaan de website. Zo kom je terecht bij alle artikelen over dat onderwerp.

Naast de toegankelijkheid moest er onderzoek gedaan worden. Al voordat er begonnen werd hadden de Waal en van Stegeren al een poule van ruim 30 personen die graag iets wilden schrijven. Vanuit de subsidie kan daarvoor ook een aardige vergoeding voor worden betaald. Doordat veel mensen uit verschillende achtergronden hun visie op de site plaatsen ontstaat er levend overzicht van wat er speelt in de beroepsgroep van de journalistiek.

Het open karakter van De nieuwe reporter stimuleert het organiseren van het debat. Op alle artikelen kan worden gereageerd en iedereen die zijn visie wil delen kan in samenspraak met de redactie zijn stuk online plaatsen.

“De journalistiek in Nederland is onderweg naar iets waarvan niemand weet waar het eigenlijk eindigt”, signaleert Theo van Stegeren. Volgens hem krijgen journalisten krijgen meer te maken met ‘webcommunities’. Je krijgt dus reacties op je stukken van ‘gewone’ internetters.

Ook zal door de snelheid van het internet de standaard van één deadline per dag verdwijnen. Dit vraagt om een omslag in de cultuur van de journalist. “Iedere minuut wordt een deadline. Heb je het stuk af? Dan kan het online.”

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons: Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Maak een notitie op deze pagina met Fleck
Berichten in RSSReacties in RSSDeze site op je mobiel