Televisie
In 1930 wordt er in Nederland voor het eerst een experiment uitgevoerd
met een televisie-uitzending. Vijf jaar later verschijnt de eerste
persoon op televisie tijdens een experimentele uitzending uitgevoerd
door Philips. In de jaren daarna heeft Philips deze techniek verder
ontwikkeld. Tussen 1948 en 1951 experimenteert Philips op grote schaal
met televisie-uitzendingen in de regio Eindhoven. Hier werkte vooral
de eigen werknemers aan mee.
In 1951 werd de televisie officieel geintroduceerd in Nederland. De
minister van Verkeer en Waterstaat besloot dat er gedurende drie jaar
elke dag drie uur uitgezonden mocht worden. Voor de invulling van deze
tijd werd de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) opgericht, die
bestond uit de vier omroepverenigingen voor de radio (AVRO, KRO, VARA
en NCRV). De eerste uitzending vond plaats op 2 oktober 1951. In deze
begintijd had de televisie maar één zender: Nederland 1. Televisie was
voor veel mensen nog onbetaalbaar en in de eerste jaren stond er
slechts bij enkele duizenden mensen een televisie in huis.
Kleurentelevisie
De kleurentelevisie werd in 1967 officieel geintroduceerd. In dat
zelfde jaar werd reclame toegelaten op de Nederlandse televisie. Vanaf
de jaren tachtig was de kleurentelevisie bij de meeste Nederlandse
huishoudens de standaard. Met twee zenders was het programma-aanbod in
die tijd nog vrij beperkt. Dat veranderde begin jaren 90 door de
oprichting van enkele commerciele zenders. Dit werd mogelijk door
nieuwe wetgeving.
Digitale Televisie
Sinds die tijd zijn er al heel wat zenders gekomen en gegaan. Met de
opkomst van digitale televisie wordt een nieuwe revolutie op het
gebied van televisie ingeluid. Mensen kunnen via deze technologie zelf
bepalen wat ze wanneer kijken. Ook internettelevisie wint steeds meer
aan populariteit, vooral onder de jongere generatie.
