Foto’s van zondag 1 april

April 4th, 2007

Voor de foto’s
Klik hier

Voor de diavoorstelling
Klik hier

dsc_0145.jpg

Foto’s van vrijdag 30 maart

March 30th, 2007

Voor de foto’s
Klik hier

Voor de diavoorstelling
Klik hier

dsc_0167.jpg

Safari naar journalistenschool: anders maar toch herkenbaar

March 30th, 2007

dsc_0169.jpg
Door Nannette Sibinga

DAR ES SALAAM – Het lijkt wel alsof we op safari gaan in plaats van naar de universitaire faculteit van Journalistiek en Massacommunicatie. De onverharde weg waarover onze taxi rijdt en de bananenplantages langs de kant van de weg lijkt in de verste verte niet op de geasfalteerde ‘racebaan’ naar de Uithof in Utrecht. Toch zit de chauffeur goed: we draaien een zijweg in en komen aan op een groene, lommerrijke campus.

Dagelijks studeren hier ongeveer 340 studenten journalistiek en massacommunicatie. Hun dag zit volledig vol vanaf acht uur ’s morgens tot ’s avonds zes uur met colleges en seminars. Dit verschilt sterk met het rooster van onze opleiding, waarbij we zelfs dagen vrij hebben of soms maar twee uur op een dag les krijgen. Ons drukke rooster is geen probleem, meent de ijverige studente Lilian (22), die ons rondleidt over de campus. “De meeste mensen zijn juist ontzettend blij dat ze de kans krijgen om hier te studeren, want zo makkelijk kom je hier niet binnen.”

De eisen die de universiteit aan toekomstige studenten stelt, zijn vergelijkbaar met die in Nederland. Hoge cijfers zijn het belangrijk en verder moet een student twee talen hebben gevolgd, waaronder verplicht Engels. Vervolgens wordt gekeken naar de motivatie van de student. Feit blijft dat eventuele laatbloeiers of getalenteerde schrijvers met lagere cijfers al snel worden buitengesloten. Directeur academische opleidingen van de Universiteit Dar es Salaam Ernest Mrutu geeft schoorvoetend toe dat hier wellicht nog aan gewerkt moet worden. “De opleiding valt pas sinds 2003 onder de universitaire standaarden. Voor ons is het nog een beetje zoeken naar een goede manier van selecteren, maar op deze manier proberen we toch de meest gemotiveerde studenten uit te kiezen.”

In 1999 kwam het besef bij de Tanzaniaanse regering dat studies als Journalistiek en Massacommunicatie onder de universiteit moesten vallen. In 2003 werden dit officieel een feit. Tanzania heeft in totaal vier geregistreerde Journalistiekopleidingen. Ondanks deze vooruitgang heeft de faculteit een aantal zorgen. “Ons grootste probleem is het gebrek aan docenten”, legt directrice Mwajabu Possi uit. “De roeping om te doceren ontbreekt behoorlijk. Daarbij zijn de lonen laag, waardoor afgestudeerden liever naar het buitenland gaan.”

Hoewel het gemis aan geld ook ten koste gaat van bepaalde faciliteiten als computers en degelijk apparatuur, oogt de faculteit verzorgd en goed georganiseerd. Zo heeft de school een eigen radiostudio waar wij zelfs eerst onze schoenen uit moeten doen voordat wij de ruimte mogen betreden. Lilian: “Vanwege de kwetsbaarheid van de spullen willen we zo min mogelijk stof binnen krijgen”. Het bereik van het radiostation is veertig kilometer. De zender is ook in delen van Zanzibar te ontvangen. Lilian: “We draaien de hele dag muziek, waarbij we uiteraard afwisselen met nieuwsbulletins.”

Toch is het niet altijd even gemakkelijk voor de studenten om aan de slag te gaan met hun artikelen of andere producties, omdat er te weinig computers zijn. Voor meer dan driehonderd studenten zijn 21 computers beschikbaar die vrijwel altijd bezet zijn. Hetzelfde geldt voor de lokalen die vaak genoeg stampvol zijn. Ook de bibliotheek heeft te kampen met ruimtegebrek en de boeken zijn in slechte staat. Maar ondanks de beperkte middelen kan de faculteit de studenten wel goede mogelijkheden bieden om hun klaar te stomen voor de praktijk.

Lilian is optimistisch over haar toekomst als journalist en hoopt zo snel mogelijk aan de slag te kunnen in de praktijk. Het liefste zou ze in de tussentijd een bezoek brengen aan de School voor Journalistiek in Utrecht, want daar heeft ze al veel over gehoord. Maar zodra zij hoort dat de opleiding in Nederland niet onder universitaire maatstaven valt, kijkt ze verbaasd op. “Ik dacht dat jullie zo modern waren?”

De School voor Journalistiek in Dar es Salaam (video)

March 30th, 2007

Door Maurits de Vries

Klik hier

Foto’s donderdag 29 maart

March 29th, 2007

Voor de foto’s
Klik hier

Voor de diavoorstelling
Klik hier

dsc_0035.jpg

Fair Trade op zijn Nederlands

March 29th, 2007

Door Daphne van Hintum

DAR ES SALAAM - Grote schilderijen in felle kleuren, fijnzinnig gemaakte etsen, natuurgetrouwe maar ook abstracte houten beelden, vrolijke traditionele kleding en kleine handgemaakte accessoires.

In het fair trade centrum Mikono in Dar Es Salaam is het allemaal te vinden. Hard werkende Tanzanianen zijn naast de Mikono winkel, gevestigd in een grote hal, bezig om al deze producten te vervaardigen. Niet alleen voor plaatselijke verkoop, maar ook voor de Amerikaanse en Europese markt.

Fair trade (eerlijke handel) is een mooi principe, omdat iedere partij baat heeft bij deze situatie. Afrikaanse handwerklieden maken producten onder goede arbeidsomstandigheden om deze vervolgens gegarandeerd kwijt te kunnen aan de Europese en Amerikaanse markt. Dankzij een gegarandeerde en relatief hoge prijs, kunnen de handwerklieden een eigen bestaan opbouwen. Het is dan ook niet vreemd dat de mensen hard werken, maar ook genieten. Ze doen hun werk met een lach.

De manager van Mikono, Bunga L. Burugi, weet alleen al door haar vrolijke uitstraling de binnenkomst tot een feestje te maken. Uiteraard moet na de eerste kennismaking de winkel even bekeken worden. Daarna volgen de ateliers waar alle kunstnijverheid wordt vervaardigd. Ruim twintig handwerklieden staan in aparte ruimtes hard te werken om de bestellingen rond te krijgen. Bergen houten beeldjes, stapels shirts en prachtige schilderijen.

Op dit moment loopt de fair trade organisatie als een Maasai op de steppe. Dat is wel eens anders geweest. Mikono heeft het tot 1999 gered met steun van de regering, maar een echt succes was het niet. Daarna kwam Cordaid kijken en met steun van deze Nederlandse hulporganisatie is Mikono geworden tot wat het nu is. Zo werd het mogelijk om goede ateliers voor de handwerklieden tegen een lage huur te regelen en de klantenkring uit te breiden. De totale omzet van Mikono per kwartaal is ongeveer 40.000 dollar. Een groot deel daarvan gaat naar de handwerklui.

Een carrière bij Mikono is niet voor iedereen weggelegd. De handwerklieden die momenteel aan het werk zijn hebben het goed, maar vol is vol. Volgens Burugi worden alleen de besten aangenomen: “Voor zover het kan laten we de rest workshops volgen, zodat zij hun talenten kunnen ontwikkelen. Deze kosten zijn voor ons. Goede werknemers komen dan vaak toch nog in aanmerking.”

Mikono is dus bijna in alle opzichten een geslaagd project te noemen, maar Burugi vertelt tijdens de rondleiding dat ze nog veel meer voor de fair trade organisatie in petto heeft: “In de toekomst willen we workshops gaan organiseren voor toeristen en gaan we ook meer aan entertainment doen. We gaan uitbreiden om meer mensen de kans te geven om van onze organisatie te profiteren.”

Na de rondleiding is het tijd voor een drankje, een geweldige Afrikaanse traditionele dans en nogmaals de winkel. Afrikaanse souvenirs doen het goed als cadeautjes voor het thuisfront, maar de studentenportemonnees beginnen het na anderhalve week ook moeilijk te krijgen. Van het begrip afdingen wordt dan ook gretig gebruik gemaakt. Misschien ‘fair’, zeker ‘trade’, maar vooral heel Nederlands.

Telecommunicatie en fairtrade (video)

March 29th, 2007

Door Aukje Bosman

De dag begon voor drie studenten en Nico Kussendrager bij een van de grootste Oost-Afrikaanse telefoonproviders, namelijk CelTel. Na een korte introductie van het bedrijf werden we rondgeleid bij de klantenservice.
’s Middag gingen we met de gehele redactie naar de organisatie Mikono. Deze organisatie leidde ons rond bij de kleine handnijverheidbedrijfjes. Dit werd afgewisseld met traditionele muziek en een bezoek aan de winkel die de spullen van de handwerklieden verkocht.
Klik hier

Tanzaniaanse journalisten verlangen naar persvrijheid

March 28th, 2007

Door Shanti-Roma Rampadarath

DAR ES SALAAM – Persvrijheid staat centraal op onze elfde dag in Tanzania. Een bezoek aan de Tanzaniaanse dagbladuitgever Habari (Nieuws) en een borrel bij de Nederlandse ambassade geven een beeld hoe het staat met de media en de vrijheid van meninguiting in het Oostafrikaanse land.

Na anderhalf uur vertraging – misverstand, regentijd - komen we aan bij uitgeverij Habari. Rond het terrein staat een zwarte toegangspoort. Een askari houdt vreemde bezoekers tegen, Wij mogen naar binnen.

Wij worden hartelijk verwelkomd en rondgeleid door Lawi Joel, de featureseditor. Habari geeft zeven dagbladen uit, voor een deel in het Engels - zoals The African – maar vooral in het Swahili, - RAI, Mtanzania -. Volgens Joel is het belangrijk om dagbladen in deze nationale taal uit te geven om de eenheid van het land te bewaren.

Volgens Joel is het verschil tussen de Swahilikranten en de Engelse bladen de nieuwskeuze. “Swahilikranten hebben meer human interest terwijl de andere kranten meer algemeen nieuws bevatten.” Volgens hem, en andere journalisten van Habari, willen Tanzanianen luchtig nieuws. Daarom is de hoeveelheid internationaal nieuws mager. “Maar artikelen die in de Swahilikranten staan worden ook vaak vertaald voor de Engelse bladen”, vergoeilijkt Joel.

Trots leidt de redacteur ons rond op zijn redactie, die bestaat uit zeven deelredacties. Iedere krant heeft vijf redacteuren. Ze zijn bezig met de krant van morgen: een bankroof, de Zuidelijk-Afrika-Conferentie, maar ook haarstijl. En natuurlijk ons bezoek.

Tussendoor worden er volop foto’s gemaakt en morgen komen wij in de krant. Groot nieuws voor ons en eigenlijk ook een beetje raar. In Nederland zou het geen nieuws zijn als een buitenlandse school voor journalistiek een krantenredactie zou bezoeken.

De rondleiding eindigt met het stellen van vragen. “Wij hebben de beste journalisten en betere verhalen”, zegt Joel. “Er zijn veel gekleurde bladen in Tanzania maar wij zijn neutraal, maar gaan uitgesproken meningen niet uit de weg”. Hoe lang nog?

De Tanzaniaanse overheid wil met de nieuwe perswet de media aan banden leggen. Journalisten krijgen registratie en ‘vertrouwelijke’ overheidsdocumenten mogen alleen binnen dertig dagen worden ingezien. “Dat kan in geen enkel land en wij steunen die wet niet!”, zegt Joel. Alleen de cartoonist heeft er geen problemen mee. “Ik blijf tekenen wat ik wil.”

De vraag rijst waarom de overheid de pers wil breidelen. Tachtig procent van de bevolking stemt op de CCM (de grootste partij in Tanzania). Joel geeft als verklaring dat Tanzania jong, zwak en arm is. “De bewoners kennen geen andere partij dan de CCM. De kleinere partijen zijn zwak en onbekend. Oppositie is nog een redelijk nieuw begrip in Tanzania. Ook is het verschil tussen andere partijen en de CCM niet merkbaar. Ze willen allemaal hetzelfde.”

Joel is nieuwsgierig hoe kritisch en sensationeel Nederlandse kranten zijn. “Behoorlijk kritisch en sensationeel”, zegt één van de studenten. “Toen de politicus Fortyun werd vermoord, opende een krant met een beeld van zijn vermoorde lichaam.” Joel wil ook weten welke krant de populairste is in ons land. Dat is volgens ons De Telegraaf. “En willen jullie daar allemaal werken later?”, vraagt Joel. “NEE!”, schreeuwen wij in koor.

Later op de avond zijn wij uitgenodigd voor een borrel bij de eerste secretaris van de ambassade. Wij praten met Tanzaniaanse schrijvers, docenten en journalisten. Onder het genot van drank en lekkere hapjes verlopen de gesprekken gezellig en informatief. Iedereen tast gretig toe als de hapjes worden uitgedeeld. Na elf dagen Tanzaniaanse voeding gaan de minipizza’s, miniquiches en gehaktballen er goed in.

Na een half uur volgt er een speech van onze gastvrouw, een medewerker van de Media Council en één van onze docenten. Zij heeft het vooral over de persvrijheid en nieuwe mediawet. Ze benadrukt dat de overheid de media wil beperken door allerlei regelementen. “De gemiddelde Tanzaniaan denkt dat het hem niets aan gaat, maar ook hij raakt de toegang tot veel informatie kwijt.”

“Je mag niets schrijven waardoor de mensen kwaad kunnen worden op de overheid. Ook zogenaamd vertrouwelijke informatie is taboe”, zegt een docent van de Tanzaniaanse School voor journalistiek. Volgens haar zijn er journalisten die aan het onderhandelen zijn voor meer persvrijheid. “Het wordt alleen steeds moeilijker voor journalisten door de toename van regels.”

Foto’s van woensdag 28 maart

March 28th, 2007

Voor de foto’s
Klik hier

Voor de diavoorstelling
Klik hier

dsc_0017.jpg

Idols in Tanzania

March 27th, 2007

Door Simon Toet en Maikel Schnerr

Met alle vriendelijkheid worden wij, studenten van de School voor Journalistiek ontvangen door de jonge reporters van Music Mayday. In een kleine ontvangsthal introduceert de freelance journalist Baraka zijn collega’s, vrijwilligers van Music Mayday.

De organisatie Music Mayday geeft jonge mensen van twaalf tot bijna dertig jaar een kans om in de film, muziek, dans, theater of geschreven tekst door te breken. Het doel is zoveel mogelijk beginnende artiesten en schrijvers samen te brengen met professionals om ideeën en ervaringen te delen. Dit kan een bescheiden ‘Open mic’ avond (een open podium voor verschillende optredens) zijn maar ook een locaal muziekfestival met een paar honderd bezoekers. Met dit uitgangspunt geeft Music Mayday jonge artiesten de mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen. Maar ook om zelfvertrouwen te ontwikkelen en een toekomst op te bouwen.

Met gebruik van verschillende media probeert Music Mayday met zoveel mogelijk jongeren in contact komen. Geïnterresseerden kunnen een kort filmpje, een stukje tekst of een cassettebandje opsturen. Als Music Mayday wat ziet in deze idol worden ze uitgenodigd op auditie. In een korte training van twee tot zes weken laat de ‘Music Maydayjury’ talenten omgaan met het publiek, instrumenten bespelen en een eigen stijl te ontwikkelen. Na deze kleine training brengt de organisatie de artiesten in contact met professionals, studio’s of organisatoren van festivals.

De 23-jarige Baraka is nu een van de medewerkers vrijwilligers nadat hij als ‘kansarme jongere’ eerder zelf de kans kreeg zich bij Music Mayday te ontwikkelen. De jonge journalist heeft net zijn middelbare school afgerond en wacht in spanning op zijn cijfers. Eind maart krijgt hij te horen of deze hoog genoeg zijn om rechten te gaan studeren. Baraka werkt als vrijwilliger voor Music Maday en verdient zijn geld als freelance journalist. MusicMayday geeft Baraka de kans om zijn talenten te laten zien en zo een goede baan te vinden. Hij wil geen schrijver of journalist worden maar jurist. “Schrijven kan ik altijd blijven doen. Of het nu een muziektekst, nieuwsartikel of een pleidooi is.”

Naast journalist en mogelijke rechtenstudent is Baraka muzikant. Volgende week staat hij in de finale van de open-mix competitie die Music Mayday organiseert. Wat hij later wil worden kan hij nog niet zeggen. “Ik kan nu artikelen schrijven, dus ik schrijf artikelen, als ik over vijf jaar mijn geld met muziek of rechten kan verdienen dan doe ik dat. Ik pak de kansen die op mijn pad komen.”

Tanzania is sinds de jaren negentig cultureel snel gegroeid. Nog steeds is gebrek aan technologische kennis (hoe werkt die apparatuur)?) en aan materiaal een grote hindernis. Music Mayday richt zich op kansarme jongeren. Dit brengt ook de nodige risico’s met zich mee. Als beginnende artiest krijgen de talenten al snel toegang tot instrumenten, camera’s en overige materialen. In het kennismakingsgesprek moet daarom ook discipline, betrouwbaarheid en interesse sterk naar boven komen. Voor alle veiligheid maakt de organisatie kennis met familie, vrienden en buurtbewoners. In geval van schade en verlies komt de rekening bij hen terecht. Dit zorgt voor zorgvuldigheid en zorgzaamheid van gebruikte materialen en kansen

Jongeren die hun kans grijpen wacht dankzij het deels door Nederland gefinancierde Music Mayday een nieuwe toekomst. “Maybe one day I’ll write for a Dutch newspaper”, speculeert een van de jongeren over zijn toekomst.